NIELS EN VINCENT BESTAAN 10 JAAR

maandag 31 mei 2004

ER ZIJN ALTIJD MEER VINCENT SCHMITZEN DAN JE DENKT

Daar sta ik dan, met mijn contactadvertentie. 19 jaar te laat, blijkbaar. En dat 06-nummer klopt niet. En in Roermond ben ik heel nooit geweest. Nu ja, ik zie jullie nog wel. Op mijn vrije woensdagmiddag.

V.

GOOD NEWS FOR THE INSANE!

Goed nieuws: Paul Hunts weblog Good News for the Insane bestaat deze week 1 jaar! Op Pauls verzoek heb ik een gastbijdrage geleverd ter ere van zijn jubileum. Het stukje valt te lezen op zijn site, die jullie natuurlijk allang eens hadden moeten bezoeken. Zie hier!

V.

zondag 30 mei 2004

KLAPDAAI

30 mei is de verjaardag van mijn laatst gestorven opa. Evert heette hij en tegenwoordig staat hij in de antieke kast van mijn ouders (zoals ik hier al eens eerder vermeldde). Hij staat daar al een tijd en - het mag best eens gezegd worden - dat doet hij heel rustig. De uitvaart, 2 januari 2003, werd gehouden in een uitvaartcentrum waar ik maar één keer eerder was geweest, samen met Evert en broer Joey. Ik ben niet dol op uitvaartcentra, maar veel keus heb je niet. Mijn beide opa's zijn, kortom, dood. Ik heb daar vrede mee. Ik denk niet dat ze erg dol zouden zijn geweest op 2004.

'Klapdaai' was een van de woorden waarmee Evert zo nu en dan de Nederlandse taal trachtte te verrijken. Hij kende tientallen van die woorden. En dan alle zelfverzonnen en door elkaar gehusselde zegswijzen en uitdrukkingen! Groot was dan ook mijn verbazing toen ik zojuist 'klapdaai' bij Google intoetste en er 0 treffers te voorschijn kwamen. Zo gaat de vergetelheid wel héél erg snel.

Dit stukje is daar een klein protest tegen.

V.

zaterdag 29 mei 2004

IN LEVENDEN LIJVE

Even iets heel anders op een zonnige dag als deze: in de Vrij Nederland van deze week staat zomaar een fotoreportage van een lijk in ontbinding. Foto voor foto zie je het ontbindingsproces vorderen, twaalf stadia achter elkaar. Ik zie wel vaker foto's die ik liever niet had gezien.

Vanmiddag ontmoette ik voor het eerst iemand die ik via deze site heb leren kennen. Elsie en ik spraken af met Ionica, een ware fan van deze site, op het terras van het fantastische Benjamins te Delft. Ionica was in het gezelschap van haar huisgenote Sanne, en het was erg warm, dus er kwamen yoghurtshakes aan te pas. Het is natuurlijk even wennen, virtuele personages die plots tot leven komen, maar ik juich het ontmoeten van mijn sitevrienden en -vriendinnen van harte toe. (Kom maar op, Frans!) Ionica gaf me een cd van The Shins mee, te leen. Ik ga me de komende drie weken in hun muziek verdiepen. Wellicht horen jullie daar nog van.

Wat valt er voorts te vermelden? Ik heb Grunberg rond de wereld bijna uit. Ik moest een paar keer hardop lachen om dat boek. Net zoals om de film State and Main, die ik dit weekend opnieuw zag.

Er valt veel te lachen eigenlijk. Je hoeft alleen maar een beetje te zoeken. (Maar dan dus niet in Vrij Nederland.)

V.

vrijdag 28 mei 2004

OP DE FOTO

Het moet zeker een jaar geleden zijn dat Niels mij ervan overtuigde dat we een eigen weblog moesten starten. Op een avond bij Janneke thuis - de Nymph-redactie had een poolavondje, en er werd nog op het dak gestaan en gelounged ook - kwamen Niels en ik erachter dat verdraaid veel woorden uit elf letters bestaan en zo kwamen we aan de voorlopige naam www.11.nl. Dingen stonden in de weg (wetten & praktische bezwaren, alhoewel: www.11.nl is tot op de dag van vandaag nog gewoon beschikbaar, zag ik net), en zodoende werd het nielsenvincent.blogspot.com, maar goed, inmiddels is het dus al bijna een jaar later.

Enkele minuten geleden las ik in de Niels en Vincent-mail een bericht van een collega-weblogger die ook zijn eerste verjaardag op het web viert. Hij heeft me verzocht om een gastbijdrage - en zulke verzoeken strelen mijn ego. Ik ga dat dus doen. Die gastbijdrage. Wie weet wat ervan komt. Misschien word ik hierna wel veel vaker gevraagd voor gastbijdragen. Ook in mondelinge vorm. Dat ik als gast kom bijdragen aan feestelijke avonden, met een woordje of 500. Of 1000. Ik kan me goed voorstellen dat mijn leven ineens zo'n wending neemt. Ik hoef alleen maar goed mijn mailbox in de gaten te houden en open te staan voor verzoeken als deze, en mijn toekomst ligt weer open. Het klinkt haast alsof ik in een Paul Auster-roman verzeild ben geraakt, maar laten we niet op de zaken vooruitlopen. Ik zei het eerder en ik zeg het hier weer: we zullen zien.

De notaris bij wie Elsie en ik vanmiddag voor de derde keer te gast waren, maakte een Polaroid-foto van ons terwijl we enkele papieren ondertekenden. Op de foto, die hier tegenover mij staat, zie je Elsie glimlachend haar handtekening plaatsen, terwijl ikzelve olijk in de lens kijk met mijn 'Er wordt hier helemaal niets getekend zolang die Polaroid-foto niet is gemaakt'-blik. Ik zou jullie die foto hier gewoon kunnen tonen natuurlijk, ware het niet dat alleen tekst ook al zo stoer is.

Op 30 juni treden The Von Bondies en de Black Rebel Motorcycle Club op in Paradiso. Elsie, Niels, Martien en ik hebben al kaartjes. Nu jullie nog.

V.

donderdag 27 mei 2004

ONDERTROUW

Elsie en ik zijn in ondertrouw! Vanmorgen zaten we op het gemeentehuis met al onze papieren en nu staat niets ons meer in de weg, zou je zeggen. 'Gefeliciteerd met jullie ondertrouw,' zei de gemeentemevrouw nog. Het was in vijf minuten geregeld.

Om het te vieren gaan we zo de stad weer in. Tapas eten. Naar de film. Huppelen. Springen. Dansen. Zoals dat gaat.

O ja, om terug te komen op de cliffhanger van gisteren: er zaten geen paprika's in het eten. Roy bereidde een prachtige maaltijd, terwijl Els en ik plaatsnamen tussen de planten op zijn dakterras.

V.

woensdag 26 mei 2004

MIKKA VAN DE HEPPIES

Jullie weten hoe graag ik Tooskes taalgebruik volg. Wel, gisteren was het weer zover. Elsie en ik keken een stuk van het programma Typisch Zestig, een totaal ongeordend, ongecoördineerd knip-en-plakprogramma waarin min of meer onderwerpen uit de jaren zestig aan de orde komen, maar dan op de volgende wijze: die ene bepaalde soapserie was te zien in de jaren zestig, en daarom interviewen we nu iemand die sinds drie jaar ook in een soap speelt, zij het een geheel andere. De jaren zestig komen er kortom een beetje slecht vanaf. En als Tooske dan eens iemand uit de jaren zestig interviewt, zit ze heel de tijd om die mensen te lachen. 'Uitlachen' is een woord dat bij me opkomt. Gisteren had ze weer een oude hippie te pakken. Terwijl die lui gewoon serieus over hun idealen vertellen, zit Tooske te gieren. Te brullen. Te giechelen. Dat soort dingen. Ook liep Tooske 's avonds laat door San Francisco, volgens haar ooit 'het Mekka van de hippies', al klonk het uit haar mond verdacht veel als 'het Mikka van de heppies'.

Je vraagt je af wat ik mezelf aandoe.

Goed. Woensdagmiddag alweer. Straks gaan Elsie en ik naar Amsterdam. We gaan eten bij vriend Roy, met wie ik ooit op het vwo in Lelystad zat. Tegenwoordig is hij een afgestudeerd bioloog, gespecialiseerd in de trips. Roy gaat voor ons koken vanavond. Pas vanmorgen bedacht ik: oei, als Roy maar geen paprika's gebruikt, want daar krijgt Elsie gegarandeerd migraine van. Ik heb vervolgens een wat wanhopige boodschap op Roys voicemail ingesproken.

Spannender dan dit kan ik het werkelijk niet maken. De cliffhanger van vandaag: Bevat Roys gerecht paprika of niet? Lees het hier. Morgen. Of een andere keer.

V.

dinsdag 25 mei 2004

PROBEER ANDERS EENS http://nielsenvincent.blogspot.com/

Als het niet lukt via de reguliere link op deze site te komen, wil bovenstaand adres wel eens helpen, merkte collega-logger Maurice Buehler zojuist op. Ik heb namelijk al heel de dag moeite op mijn eigen site te komen, maar als je de www aan het begin weglaat, lukt het ineens toch. Vreemd. Ik merk aan de bezoekersaantallen (tot nu toe 35 vandaag tegen 111 gisteren) dat lang niet iedereen de Blogger-sites weet te bereiken. Fraaie zaken.

Vandaag zag ik Identity en 28 Days Later. De laatste film begon beklemmend en verontrustend en fascinerend, en de volslagen onbekende acteurs waren erg goed, en de volstrekte desolaatheid van Londen was indrukwekkend, zeker voor iemand als ik, die zoals bekend verliefd is op die stad, maar gaandeweg werd het saaier en had ik moeite mijn aandacht erbij te houden. Identity daarentegen... mensen, wat een film! John Cusack! Ray Liotta! Amanda Peet! Een motel dat doet denken aan dat in Psycho! De hele film lang regen en bliksem! Een doodeng jongetje! Onverwachte wendingen die maar niet stoppen! Et cetera. Nu, van de drie griezelfilms die ik de afgelopen dagen zag, is Identity mijn absolute aanrader. Kijken, jongens en meisjes!

V.

maandag 24 mei 2004

ANDY KAUFMAN'S GONE WRESTLING

Zojuist gelezen op de weblog van vroegere penvriendin Kirsten Verdel: de in 1984 aan longkanker gestorven komiek en acteur Andy Kaufman zou - zoals ook toen al het gerucht ging - zijn dood in scène hebben gezet en nu, na 20 jaar, weer onder ons zijn. Lees alles op zijn eigen weblog: Andy Kaufman Returns.

V.

JAPANSE JONGENS

Als ik alleen thuis ben (en Elsie op haar werk of in het buitenland), huur ik graag films die ik als ik met haar ben niet te zien krijg. Griezelfilms. Horrorfilms. Thrillers. Films met gangsters. Films met duistere plots. Etc.

Niettemin: ik stond gisteren in de videotheek en ik kwam er even niet uit. Dus belde ik Niels, die tegenwoordig meer van dergelijke genres op de hoogte is dan ik. Ik vroeg hem welke films hij me aanraadde. Ik twijfelde bijvoorbeeld tussen The Eye en My Little Eye. Hij zei: 'Neem My Little Eye. Die deugt.' De muziek in de videotheek stond overigens nogal hard; eerst verstond Niels me niet eens. Die dacht zomaar dat ik naar een heel ander soort films op zoek was. Ja, dat was even lachen, aan de telefoon in de videotheek. De videotheekman zelf bleek ook een kenner. Die raadde me alles aan wat Japans was, en anders alles met Kevin Spacey. De door Niels sterk aanbevolen Japanse film Dark Water bleek helaas verhuurd. 'Wat die Japanse jongens allemaal doen, dat is me wat,' zei de videotheekman. 'De Amerikaanse The Ring is goed natuurlijk, maar die Japanse jongens, die zijn in opkomst, joh. Die hebben wel drie Ringen.' Ik knikte maar een beetje, en had inmiddels My Little Eye, 28 Days Later en Identity verzameld. Terwijl ik afrekende, zei hij nog: 'Ik mag de mensen ook altijd graag The Life of David Gale meegeven. Met Kevin Spacey. Wat een plot!'

Nu heb ik net My Little Eye gezien. En dat is een beetje Big Brother. En een beetje The Texas Chainsaw Massacre. En zelfs een beetje April Fool's Day. En hoogstwaarschijnlijk een beetje The Blair Witch Project, maar die heb ik dus ook nog altijd niet gezien. April Fool's Day overigens, kent iemand hier die film? Ik ben hem een beetje uit het oog verloren, de laatste jaren.

Nu, nog twee films te gaan.

V.

P.S. Bij die Liedjes Die Er Momenteel Toe Doen, die ik vorige week opsomde, ontbrak er een: 'Trick Me' van Kelis. Maar dat hadden jullie natuurlijk al door.

zondag 23 mei 2004

HOE DE DAGEN TE VULLEN

Een zondagmiddag, een kan thee op tafel, de nieuwste cd van Fountains of Wayne op de achtergrond. Elsie en ik bespraken wat ik eigenlijk ging doen met de twee dagen die ik vrij ben, alleen thuis, terwijl zij op het Grote Ministerie werkt.
'Ga je die twee dagen nu echt vullen met boeken lezen en dvd's kijken?'
'En af en toe wat stukkies op de site schrijven, denk ik.'
'Je zou ook iets aan het huishouden kunnen doen.'
'Je hebt gelijk. Ik zou de vaatwasser in en uit kunnen ruimen. Ik zou de handdoeken op kunnen vouwen. Ik zou wat boodschappen kunnen halen.'
'Het zou misschien leuk zijn als je iets vaker stofzuigde.'
'Dat is ook een mogelijkheid.'
'Aan de andere kant: over een paar dagen ben ikzelf vrij. Dan kunnen we alles net zo goed samen doen.'
'Juist. Dan ga ik toch maar boeken lezen, dvd's kijken en stukkies op de site schrijven. En af en toe naar buiten om lekkere broodjes te halen.'
Nu staarde Els naar de boekenkasten, waarin alle boeken netjes gealfabetiseerd naast elkaar staan, afgezien van alle recente aanwinsten, die er gewoon maar op gestapeld liggen, ongeveer op de plekken waar ze zouden moeten staan als ze net als de rechtopstaande boeken al alfabetisch gerangschikt waren.
'Ik weet wel iets wat je zou kunnen doen. Die liggende boeken tussen de staande boeken zetten. Ga dat maar eens doen.'
'Dat past niet meer. Dat zal niet gaan.'
'Wij hebben te veel boeken, vind je niet?'
'Ik denk werkelijk niet dat het nog past, nee.'
We keken samen naar de boekenkasten. We leken ons nu allebei af te vragen hoe ik deze opdracht ooit ging vervullen in de komende twee dagen.

V.

zaterdag 22 mei 2004

SCOTT OP VRIJE VOETEN

Gisteren voor het eerst gezien: 'Slither', de eerste single van Velvet Revolver, een band die bestaat uit Scott Weiland van de Stone Temple Pilots, samen met iedereen van het vroegere Guns N' Roses (exclusief Axl). Ik weet niet wat ik ervan moet denken.

V.

vrijdag 21 mei 2004

HET WAS DE WEEK

Het was de week waarin Niels voor het eerst in maanden weer te zien was op deze site, al was het dan bij de comments. Het was ook de week waarin hij een ansichtkaartenwinkel binnenliep met de vraag of ze er misschien kaarten met katholieke poezen verkochten. We hebben een van die kaarten verstuurd aan de Volksschrijver, die tegenwoordig in een Vlaams verpleeghuis zijn tijd doodt met het bekijken van kattenplaatjes. Bovendien was het de week waarin de Grote Uitgeverij een bedrijfsbarbecue hield in de tuin. Ik sprak er met collega's die ik vrijwel nooit spreek. Ik kocht na afloop drie dvd's op het CS. Ik was blij, want ik had in ene anderhalve week vrij.

Nu is het alweer de tweede dag van die vrije periode. Vandaag een voorbereidend gesprek gehad met De Hypotheker (die van die schreeuwerige reclames waar ik altijd wel om moet lachen). Elsie en ik hebben begrepen dat het allemaal wel goed zal komen.

Gisteravond de vijfde show van Hans Teeuwen gezien. Ik heb er veel lauwe, zeurderige, negatieve recensies over gelezen de afgelopen tijd, maar eerlijk gezegd vond ik het juist wel erg leuk. Zelfs Elsie vond het leuk, al ging het einde haar te ver. Terwijl ik dit typ, ligt zij naar het MTV-serietje Newlyweds te kijken, een van die realityshows met bekende sterren (in dit geval Jessica Simpson en haar man, die ik eigenlijk helemaal niet kende).

Noni en Teigetje liggen met grote fopmuizen te spelen in de huiskamer en de gang. Zelden zulke vreugde gezien.

Ik ga nu weer verder lezen in Erik Larsons De duivel in de Witte Stad, een boek dat me sinds gisteren in zijn greep houdt.

V.

donderdag 20 mei 2004

DE LIEDJES DIE ER MOMENTEEL TOE DOEN

Lenny Kravitz, Where Are We Runnin'?
Keane, Somewhere Only We Know
Scissor Sisters, Take Your Mama Out
The Von Bondies, C'mon C'mon
Franz Ferdinand, Matinee

V.

dinsdag 18 mei 2004

OP WEG NAAR HET EINDE

Vandaag werd ik even intens droevig bij het lezen van dit bericht.

Nu ja, ik houd zelf ook erg van katten. Morgen schrijven Niels en ik een kaartje.

V.

maandag 17 mei 2004

GOO GOO G'JOOB

Zaterdagavond waren Elsie en ik op het verjaardagsfeestje van vriendin Angela. Haar vriend Dimitry, de man met wie ik ooit de politieke verkiezingen van 2007 zal winnen (Stem TGF! Omdat iedereen goede grappen verdient!), nam zijn cd-collectie nog eens met me door. Hij duwde me een cd van Built to Spill in mijn handen die ik ooit veel moet hebben gedraaid, maar die ik thans geheel vergeten was. Hij kon het niet geloven, en ik evenmin. Hij zei: neem mee, die cd, ga luisteren, dan schiet alles je vanzelf weer te binnen. En ja hoor, vanmorgen stopte ik Perfect from Now On in mijn diskman, en alles kwam weer terug. Dimitry gaf me nog zes andere cd's mee ook, opdat het eindelijk iets met me zal worden. En hij vertelde me: 'Ik kwam jouw naam tegen in een roman.' Op het feestje spraken we ook een tijd met Eva, die langzaamaan een politieagente wordt om rekening mee te houden. De katten Wallace en Gaudi bewaakten intussen de badkamer. Op elk feestje dwalen er wel onverlaten af naar de badkamer om er dingen te doen die je beter níet zou doen in andermans huis, maar dankzij Wallace en Gaudi bleef alles binnen de perken.

Zondag gingen Els en ik met mijn ouders naar het Dolfinarium. Ik herinner me dat ik daar als driejarig jongetje al eens kwam met mijn opa Evert (die alweer anderhalf jaar bij mijn moeder in de kast staat, maar dat ter zijde), en ook later ben ik er enkele keren geweest, maar niet eerder heb ik alles zo bewust en ten volle ervaren als nu. De walrussen, de zeeleeuwen, de zeehonden, de roggen, de dolfijnen... Welk een festijn. Terwijl we van de ene voorstelling naar de andere liepen, riep mijn moeder heel de tijd: 'Ach, gaan jullie alsjeblieft eens van de grote glijbaan af', maar wij deden wijselijk steeds alsof we dat niet hoorden. Op de terugweg van Harderwijk naar Lelystad zat ikzelve achter het stuur, op twee wielen door de bocht, zoals ik van de achterbank vernam. De nagels van mijn moeder staan nu nóg in de autostoelen. Ze sprak nog: 'Vanavond zul je over dit alles op die site van je schrijven en dan zul je vertellen dat het een mooie dag was. Of een goede.'

Vanmiddag at ik een uitsmijter in de broodjeszaak waar het meisje met het belachelijke stemgeluid werkt. Ik zat er met de onvolprezen schrijver Arie S. en mijn collega Tom van E. Terwijl het meisje met het belachelijke stemgeluid onze borden neerzette en het een en ander mondeling toelichtte, kon Arie zijn lachen niet langer inhouden. Het meisje zei nog: 'Waarom zit jij te lachen?', maar een goed gesprek zat er niet meer in. Nu ja.

Ik houd het hierbij voor vandaag. Ik ga nog eens vol vertwijfeling naar mijn roodverbrande voorhoofd staren, en verder werken aan het TGF-verkiezingsprogramma.

V.

zaterdag 15 mei 2004

HAALT REVE DE ZOMER?

Gisteren aten Niels en ik broodjes met bacon, ei en tomaat in het etablissement waar het meisje met de onmogelijke stem werkt. We vertelden elkaar dingen die ertoe deden. Het gesprek kwam nog uit op Gerard Reve, en onze inschatting of hij de zomer haalt of niet. Je kunt je die dingen gerust afvragen. Later scheidden onze wegen weer. Eerst merkte Niels nog op dat mijn haar tegenwoordig goed kort is, en dat er bij hem ook wel wat vanaf kan. Ja ja, het werd weekend.

Zojuist heb ik opnieuw het pak gepast dat mij op vrijdag 20 augustus als gegoten zal zitten. Nu doet het dat nog niet. Volgende week ga ik weer terug om te kijken of het helemaal in orde is.

Vanmiddag gaan we weer naar Lelystad. Jullie zullen zeggen: wat hebben jullie daar toch voortdurend te zoeken? Wel, beste lezers, niet alleen wonen mijn ouders er, en heb ik daar nog altijd een tandarts zitten, ook onze goede vrienden Dimitry en Angela wonen er. En Angela viert vanavond haar verjaardag. Meer hoef ik jullie niet uit te leggen.

Als jullie ons straks over de A9, A4, A1 en A6 zien rijden, dan weten jullie waarheen en waarom. Ik zal eens kijken welke cd's we vandaag in de auto zullen draaien. Het zal wel weer uitkomen op The Strokes, Al Green, Johan, Counting Crows, Norah Jones, Stone Temple Pilots en/of The Beatles. Suggesties zijn welkom. Vooral heel goede suggesties.

V.

donderdag 13 mei 2004

GESPREK MET TAXICHAUFFEUR TE ANTWERPEN

Ik was nooit eerder in Antwerpen geweest. Niet bewust althans. Natuurlijk, ik reed er wel eens doorheen. Of ik stapte er over als ik een treinreis maakte. Maar toch. Gisteren kwam ik rond halfzes aan op station Antwerpen Berchem. De stad blijkt een bouwval. Geen taxi te zien. Nergens. En dan de trams. Die hebben ze gewoon verplaatst. Ik vroeg een vriendelijke oudere man nog: gaat tram 8 hiervandaan? Richting het Museum van Schone Kunsten? Ja, zei hij, maar de stad is tegenwoordig een bouwval. Ik zei nog: ik kon geen taxi vinden op het station. De oudere man zei: ik ook niet.

Zo'n drie kwartier later stapte ik eindelijk uit bij het Museum van Schone Kunsten. Ik had er afgesproken met enkele sympathieke uitgeverijcollega's van De Standaard in een bescheiden etablissement met de naam Le Patine. De lasagne was er goed; ik raad jullie die aan. We werden vergezeld door de Vlaamse schrijver Peter Holvoet-Hanssen. Zijn boek De vliegende monnik werd gisteravond gepresenteerd in Het Gouden Huis, en dat was dan ook de reden van mijn reis naar het verre zuiden. Het was overigens een erg fraaie presentatie, maar daar vertel ik verder niets over. Dat denken jullie er maar bij.

Tijdig ging ik weer naar Nederland. De man die Het Gouden Huis bezit, belde een taxi voor me - dan gaat het namelijk best. Taxi's, je vindt ze niet op het station, maar als je ze belt staan ze binnen vijf minuten voor de deur. Ik maakte, zoals dat gaat, een praatje met de Vlaamse taxichauffeur. Die vroeg mij welke Vlaamse schrijvers populair zijn in Holland. Toen ik ergens in mijn opsomming Kristien Hemmerechts noemde, zei hij: nee, die ken ik niet. Iets later mompelde hij nog, enigszins bedremmeld: ach, ik kan ook niet alle Vlaamse schrijvers kennen.

En zo is het.

V.

dinsdag 11 mei 2004

MIJN LITERAIR AGENT

Sinds enige maanden heb ik een literair agent. Zijn naam is Bertram Mourits en hij is redacteur bij een uitgeverij die vlak bij de uitgeverij zit waar ikzelve werk. Daarnaast staat hij in diverse literaire tijdschriften die ertoe doen (soms zelfs in literaire tijdschriften die er niet toe doen) en beheert hij mijn literaire zaken, iets waar je geen dagtaak aan hebt, gezien mijn al sinds 1999 totaal gestagneerde productie. Niettemin: als er iets te regelen valt op literair gebied, en ik heb ermee te maken, dan mengt Bertram zich erin. Dan gaat hij over geldbedragen onderhandelen, over fotorechten, over wat ik wel en niet doe, over de items die zich in mijn kleedkamer dienen te bevinden, over fans, groupies en wat niet al. Hij doet dat met flair en hij doet dat met verve.

Maar dat alles ter zijde. Bertram is naast dit alles namelijk ook nog eens muzikant, bij een bandje dat The Yearlings heet. En The Yearlings hebben zomaar een nieuwe cd uit. Je kunt de cd van Bertram en zijn vrienden beluisteren op deze site. Op 23 mei wordt de cd gepresenteerd in Tivoli te Utrecht. Ga erheen, mensen. Laat eens zien wat je kunt. Of zoiets. Het kan ook nog op 25 mei, als ze in Bitterzoet te Amsterdam optreden.

Ikzelf ga morgenavond zomaar heen en weer naar Antwerpen. De Vlaamse dichter en romancier Peter Holvoet-Hanssen heeft een nieuw boek uit en dat gaan we vieren.

V.

zondag 9 mei 2004

IN HET KORT

Gisteren vierden we de 50ste verjaardag van mijn moeder in Lelystad. Ik hoorde mijn oma een worm in haar tuin omschrijven als een slang. Ik zag mijn beide broertjes weer. Ik hoorde mijn tante zeggen dat ze de indruk kreeg dat ik veel dronk (naar aanleiding van deze site). Ik maakte mijn moeder blij met een draadloze muis, een dvd van The Everly Brothers en een boek van Heleen van Royen. Ik zag dat ze erg gelukkig was.

Thuisgekomen bleek mijn andere oma zowaar overgrootmoeder geworden: neef Erwin heeft een dochtertje gekregen. Weer een Schmitz erbij, ja ja.

Vrijdag heb ik een pak gekocht dat gezien mag worden. Met mij erin bijvoorbeeld. Op vrijdag 20 augustus zal het zover zijn. Vrijwel alles voor die dag is inmiddels geregeld.

Ik ben weinig geïnspireerd vandaag. Ik ga me maar eens scheren.

Overigens: de geruchten dat Niels hier weer eens terugkomt, worden immer hardnekkiger.

V.

donderdag 6 mei 2004

VERHAALFRAGMENT OP DE HARDE SCHIJF GEVONDEN

Deze picknick is er niet een voor slechts twee personen. Want hoewel het meisje en ik ons hebben teruggetrokken van de wereld om ons heen, van leugens, tragiek en massahysterie, is onze teckel Debbie met ons mee. Zij drijft in een rubberbootje, want daar houdt ze van. Debbie is al een heel oude teckel, en het enige waar ze nog echt van geniet, is met ons picknicken in het park. Elke keer slepen we daarom dat ellendige rubberbootje met ons mee, en laten we haar een beetje dobberen in het water, tot de zon ondergaat en zolang de zomer het toelaat.
Debbie is misschien niet zo’n opvallende hond, maar hoe het ook zij, ze is nog nóóit van ons gestolen, en daar valt wat voor te zeggen.
Het meisje laat plots haar vorkje vallen, de slagroom over haar mooie zwarte rok, en stamelt: ‘Maar... wat áls ze onze teckel Debbie ineens komen stelen?’
‘Dat zou natuurlijk niet zo mooi zijn. Maar ze is toch nog nooit van ons gestolen?’
‘Daar heb je misschien wel gelijk in,’ zegt het meisje, en ze veegt de slagroom van haar been, daar waar de zonnestralen dansen.
Daar heb ik misschien inderdaad wel gelijk in, want onze teckel Debbie ís nog nooit van ons gestolen. Ook is ze nooit nageroepen op straat, wat veel wil zeggen voor een teckel, is ze nooit bekogeld met rotte tomaten of met van die groffe straatkeien die je in menige tuin aantreft. Nee, dat alles is haar bespaard gebleven. Wél is ze een keer aangevallen door een pitbull, die haar een half oor afbeet. Nu is daar niets meer van te zien: het haar is over de missende helft heen gegroeid, en Debbie is het allang vergeten. Ze kan zich niets meer herinneren, maar ze ligt in een bootje in de zon op een mooie zondagmiddag en ik weet dat ze glimlacht. En zij weet dat het goed is en dat ze ten minste nog nooit gestolen is.
‘Jij bent een boogschutter, maar ik ben een schorpioen,’ zegt het meisje. ‘Weet je wat dat betekent?’
‘Nee, ik weet niet wat dat betekent. Betekent dat iets, dat jij een schorpioen bent en ik een boogschutter?’
‘Nou ja... dat ligt eraan. Dat wil volgens de boekjes zeggen dat we misschien de ideale combinatie vormen om samen op een zonnige zondagmiddag een stukje appeltaart te eten, maar het houdt ook in dat we er niet veel meer van moeten verwachten. Je moet de sterren niet onderschatten, die weten ervan.’
‘Maar wat is Debbie dan?’
‘Debbie?’
‘Ja, wat is onze teckel Debbie dan, als jij een schorpioen bent en ik een boogschutter?’
‘Debbie is een teckel,’ zegt ze, en ze veegt een stukje zon uit haar ogen.
‘Ach ja, ze is een teckel,’ antwoord ik, terwijl ik me afvraag waar dit alles toe zal leiden en of het altijd zondag kan blijven en of het meisje weet van de vieze beestjes die over ons kleed lopen en of Debbie ooit gestolen zal worden. Ik denk van niet.
De avond nadert en de thee is op. Onze teckel Debbie dreigt weg te drijven, naar andere betere oorden en misschien wel naar Engeland, want als je heel ver een bepaalde kant uit drijft, kun je in Engeland terechtkomen, en dus halen we haar weer naar de kant. We trekken aan de lijn, tillen haar uit het rubberbootje, en het meisje neemt haar mee onder haar arm, want lopen doet ze niet meer zo goed, onze oude teckel Debbie. En ik zie hoe het meisje, mijn lieve warrige schorpioenmeisje, met onze teckel Debbie door het gras zweeft, huiswaarts, terwijl ik me vertil aan trommels, thermoskannen, een rubberbootje, een kleed met vastgekleefde vieze kleine beestjes erop, en wat al niet.
Ik roep het meisje en vraag haar even te wachten, maar ze zet gemoedelijk haar weg voort, en ik zie onze oude teckel Debbie lichtjes kwispelen in haar armen. Het meisje zegt iets, maar ik kan haar niet verstaan. Pas als ik weer een beetje ingelopen ben, versta ik wat ze me al een paar keer probeert te zeggen: ‘Denk je dat ze Debbie ooit van ons komen stelen? Denk je dat dat kan?’
‘Nee meisje, ik denk niet dat dat kan. Ik denk niet dat ze een oude teckel van ons komen stelen. Zo zijn ze niet, de mensen.’
‘Misschien heb je wel gelijk,’ mompelt het meisje en er valt een traan op haar wang. Op een zonnige zondagmiddag in het park.

woensdag 5 mei 2004

VICTOR ZEGT:

Ooit had ik een oom die mij Victor noemde. Ik was nog een kleine Vince, maar elke keer dat hij me zag noemde hij me Victor. Ik dacht daar toen het mijne van, herinner ik me, maar echt vervelend vond ik het ook weer niet. Overigens heb ik die oom nog steeds (ik heb er zelfs wel twee), maar tegenwoordig zegt hij altijd Vince tegen me, zoals vrijwel al mijn vrienden, collega's en familieleden. Je dwingt dat af op den duur. Mensen die een keer Vinnie zeggen, doen dat daarna nooit meer.

Waar ik het eigenlijk over wilde hebben: ik ben vandaag weer eens Victor genoemd door iemand. Een Duitse vertaalster, die ik nooit heb gezien of gesproken, maar die me sinds gisteren allerlei narrige mails stuurt - en zich daarvoor verontschuldigt door te vermelden dat haar hand in het gips zit -, begon haar vijfde mail plots met 'Beste Victor'. Hels word ik van zulke dingen. Het gebeurt me steeds vaker. Pas nog deed een andere vertaler het, alweer in een mail. Ik ken ook een dichter die me soms met 'Ha Victor' begroet. (Aan de andere kant: een jaar of twee geleden werd ik door een oud-Nymph-redactrice begroet met een 'Ha, die Niels'. Zo zout heb ik het nog nooit gegeten.)

Nu vraag ik jullie: is het werkelijk zo moeilijk de namen Vincent en Victor uit elkaar te houden? Ligt het aan mij? Die namen betekenen min of meer hetzelfde, ik weet het, maar toch: ik vind het vreemd.

Iets heel anders: de gracht waar de Grote Uitgeverij aan ligt, is met allerlei linten en busjes afgezet in verband met Amerikaanse filmopnamen. Het is dat collega Elaine me erop wees, anders had ik nooit geweten waar die linten toe dienden. Laat staan die filmsterren.

V.

dinsdag 4 mei 2004

PLAATJES LUISTEREN

Luister eens naar Wild Mood Swings. Het is een cd van een tijdje geleden. Van The Cure. Uit 1996 alweer. En oud is ook maar relatief, want het is hun 1 na nieuwste plaat. Wat een merkwaardig geheel is dat Wild Mood Swings. Er staan vrolijke liedjes op, droevige liedjes, liedjes die er nooit op hadden moeten staan, liedjes die de experimenteerfase nooit ontgroeiden, liedjes waaruit je zou willen citeren, liedjes die je verbazen, liedjes die... Nu ja, jullie begrijpen waar ik heen wil. Gewoon eens beluisteren, die plaat. Voor het te laat is. Of zoiets.

Zal ik jullie hier anders gewoon eens vertellen over het prachtjaar 1996? Dat kan natuurlijk ook.

V.

maandag 3 mei 2004

RONNIE O'SULLIVAN SUPERSTAR

18-8!

V.

EN ALWEER EEN FINALE

Gisteren raakte Ronnie O'Sullivan nog met 0-5 achter op Graeme 'Ik Praat Als Mickey Mouse En Ik Heb Een Rare Tic Waarbij Ik Voortdurend Het Krijt Van Mijn Keu Blaas' Dott, maar inmiddels staat hij gewoon met 16-8 voor. Zoals het hoort. Over een uur begint de laatste sessie van het WK snooker 2004, en de strijd is gestreden zodra een van beiden 18 frames heeft gewonnen, dus het zal duidelijk zijn: nog twee frames te gaan en het is 18-8. O'Sullivan zal voor de tweede maal wereldkampioen worden, Dott zal piepend en blazend afdruipen.

En dan maar weer een jaar wachten. Het was een goed WK, wat jullie.

V.

P.S. Voor de niet-snookerfans: vanaf morgen wordt hier niet meer over snooker geschreven. Beloofd.

zondag 2 mei 2004

HET MEEST GOED

Ik hoor mensen steeds vaker 'meer' en 'meest' voor bijvoeglijke naamwoorden plaatsen waar het totaal onzinnig is. In plaats van 'het helderst' zeggen ze 'het meest helder', in plaats van 'stoerder' zeggen ze 'meer stoer'. Ik heb een tijd gedacht dat het pas écht mis zou gaan als mensen 'het meest goed' zouden gaan zeggen in plaats van 'het best'. En ja hoor, gisteren hoorde ik Jim, een van de Idols van 2003, het zeggen. Hij zei Tooske dat hij haar de vrouw vond die er het meest goed uitzag. En ik vóelde me al zo beroerd gisteravond! Ja ja, jullie mogen het best weten: gisteren was ik niet in goeden doen. Ik was onwel, weeïg, appelig, zogezegd. Vandaag voel ik me al iets beter, maar het begrip 'eetlust' zegt me bijvoorbeeld helemaal niets meer.

Terwijl ik een beetje ziekig lag te zijn, heeft Els gewoon de hele Idols-finale gekeken. Af en toe kreeg ik er iets van mee. Zo bleek minister Zalm in de zaal te zitten, een devoot fan van Marlies, en natuurlijk was Boris gewoon de winnaar. Af en toe werd er teruggekeken op de finale van vorig jaar, toen Jim door de kleine Elton werd verslagen. En ook hoorde ik dingen die er misschien niet waren. Zo zei Reinout 'Sick Bastard' Oerlemans vlak voordat hij de trofee aan Boris uitreikte dat Boris altijd zijn koelbloedigheid bewaarde, op afgelopen donderdag na. Ik dacht meteen: wat gebeurde er dan afgelopen donderdag? En waarom kijkt Boris zo schuldbewust? Vlak daarna zei Maud (die dus niet won): 'Het is niet altijd even gemakkelijk om het tegen Boris op te nemen.' Nu vraag ik jullie: wat is er donderdag voorgevallen tussen Boris en Maud? En is dit een doofpotaffaire? Wat verzwijgt Reinout voor ons, het publiek, de vaste kijkers, de fans?

Stephen Hendry (mijn favoriet) en Matthew Stevens (die van Elsie) zijn inmiddels uitgesnookerd. De finale gaat nu tussen de man met de Mickey Mouse-stem en het Moby-uiterlijk Graeme Dott en de fantastische, hoewel licht psychotische Ronnie O'Sullivan, de man die Niels afgelopen week nog omschreef als 'een fucking tovenaar'. Morgen is ook die finale weer ten einde. Wij thuis hopen dat O'Sullivan Dott er zo ongenadig van langs geeft dat hij niet meer terugkomt volgend jaar. Afwachten dan maar.

Donderdag ben ik met broer Joey naar Amsterdam gegaan. Ik haalde een geboorteakte op (ik ga in mei in ondertrouw, moeten jullie weten), we aten de hot chicken-pannenkoek in het Pannekoekenhuis (waar een meisje werkte dat heel mooi zou kunnen zijn als ze niet zo chagrijnig keek), we gingen met Niels naar de ontzettend leuke film Starsky and Hutch (leve Ben Stiller en Owen Wilson!) en nog meer van dat soort dingen. Ook hebben Joey en ik nog een tijd gezocht naar een poolcentrum waar we beiden veel kwamen in de jaren 1994-1995. Geen idee hoe het heette en waar het zich bevond. Even leek het erop dat die hele zaak in de aardbodem verdwenen was, maar toen vonden we hem alsnog in de Eerste Helmersstraat: De Keu. Bleek binnen dat De Keu over twee weken zal verhuizen. We hadden het net op tijd gevonden. Binnen liep een gangster rond die keus diagonaal tegen een tafel plaatste om ze vervolgens, hopsakee, doormidden te trappen. Doodeng vind ik zulke dingen.

Gistermiddag heb ik pakken gepast. Voor de grote trouwdag. Ik heb nog niets gekocht, maar ik vond dat ik er stoer uitzag zo. Ik zou vaker pakken moeten dragen. Die staan me goed. Ook ben ik gisteren eindelijk weer naar de kapper gegaan. Het liep een beetje uit de hand.

Tijd om de tv aan te zetten. O'Sullivan tegen Dott. Langzaam sterk ik aan. Zodat ik morgen weer naar de Grote Uitgeverij kan.

V.

zaterdag 1 mei 2004

SPOEDIG

Ik schrijf hier spoedig meer. Maar ik ga eerst naar de kapper. Het is nodig.