NIELS EN VINCENT BESTAAN 10 JAAR

maandag 28 maart 2005

WEEKENDJE ANTWERPEN IN UITSPRAKEN

Els en ik spraken dit weekend af in Antwerpen met broer Joey en zijn vriendin Pauline, die sinds kort een Antwerps appartement bewoont. Soms was ook Paulines vriendin Josine er. Een overzicht in uitspraken:

Vincent koopt een hamburger bij de Quick.
Joey: ‘Volgens mij vond die jongen bij de Quick jou leuk. Dat kon je zo zien.’

Joey over Paulines nieuwe appartement: ‘Pas was het hier nog zó smerig dat je je hele fantasieën in je hoofd haalt over de vorige bewoner.’
Pauline: ‘Die bleke plekken hier zitten er sinds we de bloedspetters hebben weggeschrobd.’
Joey: ‘In de vensterbank boven ligt nog een verrassing van de vorige bewoner.’

Els, zonder de bedelaar met het ernstig verbrande gezicht op te merken die we passeren: ‘Lekker zomers, die barbecuelucht!’

Pauline: ‘Soms vraagt iemand of ik even ergens een schilderij van wil maken. Dan denk ik: dat kun jij helemaal niet betalen.’

Joey: ‘Als je die toeristen hier ziet, zou je niet zeggen dat het een viersterrenhotel is.’
Vincent: ‘Het zijn niet echt viersterrenmensen, nee.’

Joey: ‘Misschien moeten we die foto waarop je me een cadeautje geeft, nog eens maken. En dat ik dan heel verrast kijk. Dat vindt mam leuk.’

Dronken Spanjaard bij de pinautomaat: ‘Ik ben eigenlijk vóór jullie aan de beurt.’
Joey: ‘Waarom sta je dan niet in de rij?’
Dronken Spanjaard: ‘Daar heb ik geen zin in, hoor. Maar ik was vóór jullie.’

Dronken Spanjaard, na zijn geld in ontvangst te hebben genomen: ‘Gelukt! Dat komt doordat ik werk voor mijn geld. Ik zeg altijd: niet werken, niet geld.’

Pauline: ‘Ik wil wel eens weten wat er in die Europese Grondwet staat. Krijgen we dat nog toegestuurd?’

Els: ‘Net bespraken we hoe jij loopt.’
Vince: ‘Hoe dan?’
Els: ‘Je loopt als een nicht. Joey zegt dat hij die neiging ook heeft, maar dat hij die bij zichzelf onderdrukt.’
Pauline: ‘Maar Joey loopt dan weer als Donald Duck.’

Joey: ‘Ik zou wel eens wat minder mogen eten.’
Pauline: ‘Volgens mij moet je maag gewoon kleiner worden. Die is niets meer gewend.’

Pauline na afloop van ons diner in Spaghetti World: ‘Ik ga even vragen of ik hier mag werken.’

Joey: ‘Zeg jij eens “Elke dag lekker”?’
Vincent: ‘Elke dag lekker.’
Joey: ‘Klinkt goed, hè?’

Vincent: ‘Ik kan dan wel nichterig lopen, maar ik heb nooit eens aanspraak.’
Joey: ‘Behalve van die jongen bij de Quick dan.’

In een café merken we op hoe vreemd de meeste mensen buiten voorbijlopen.
Joey: ‘Kijk, die jongen lijkt net Vince! Maar dan in een Chinese variant.’

Pauline, over een andere voorbijganger: ‘En daar gaat oom Wietze!’

Pauline in een café: ‘Door al die bankjes hier lijkt het wel een trein.’
Joey: ‘Ik stap hier gewoon een keer binnen en dan zeg ik: “Goedemiddag, vervoersbewijzen alstublieft!”’

Joey tegen Els: ‘Je moet die man geen fooi geven.’
Josine: ‘Nee, voor smerige oploskoffie geven we geen fooi.’

Josine: ‘Van wie is dat fototoestel eigenlijk, van jou of van je moeder?’
Vincent: ‘Van mijn vrouw.’

Josine: ‘Toen jullie gisteren in Spaghetti World zaten, ben ik op bezoek gegaan bij andere vrienden. Daar zaten twee mensen die precies op jullie leken.’
Vincent: ‘Op mij en Els?’
Josine: ‘Ja. Hij had donker haar en zij had blond haar. Daarom weet ik niet meer zeker wat ik tegen wie heb gezegd.’

Vincent: ‘Wat een rare borden hier, met Moordenaars en Leugenaars erop.’
Els: ‘Als je zegt dat je geen Moordenaar bent, ben je blijkbaar een Leugenaar.’

Na een bedelaar met één been gepasseerd te zijn:
Josine: ‘Waarom trekt die man geen broek aan? Moet ik me nu schuldig voelen dat ik twee benen heb of zo?’

Josine: ‘Schrijf dat maar op je webcam.’
Vincent: ‘Weblog.’
Josine: ‘O. Dat houd ik allemaal niet uit elkaar, hoor.’

V.

0 Comments:

Een reactie plaatsen



<< Home