NIELS EN VINCENT BESTAAN 10 JAAR

donderdag 19 mei 2005

IK GA NAAR HUIS

'O mijn god, Vincent laat weer een baard staan,' sprak de schrijver Arie Storm toen hij vanmorgen de bureauredactie van de Grote Uitgeverij op liep. Hij wist blijkbaar al hoe laat het was. Ik dacht nog: ik kan me nu, op dit moment, thans, scheren en eens zien of het de mensen om mij heen pleziert, maar het kon me niet zoveel schelen. Het was immers mijn laatste dag voor de vakantie. Nu ja, voor mijn vakantie. Eerder deze week zei ik nog tegen collega Bianca (we flaneerden langs de grachten, misschien heb je ons wel gezien): wie weet scheer ik me wel, in mijn vakantie. Waarop zij vroeg of ik die vakantie nam omdat ik tijd tekortkwam om me te scheren. Want zulke gesprekken voeren zij en ik tegenwoordig.

Heel de week dacht ik van allerlei dingen die ik nog moest doen: o, dat doe ik de laatste dag voor mijn vakantie nog wel even. Zulke gedachten kosten me de kop nog eens. Maar goed, het geschiedde, alles lukte, het kwam gereed. En om vijf uur hieven we het glas. 'Alweer zo'n verrekt boekenfeestje?' hoor ik jullie denken, want ik schrijf hier altijd maar over boekenfeestjes, alsof er niets anders in dat zogenaamde leven van me gebeurt, maar goed, ik beken: ja, alweer zo'n boekenfeestje. Het stond in het teken van de duo's, want er werd een debuutroman van een schrijversduo gepresenteerd, en dat schrijversduo bood het eerste exemplaar (beter nog: de eerste twee exemplaren) aan aan weer een ander schrijversduo, te weten Ronald Giphart en Bert Natter. Giphart en Natter speelden een spelletje met de aanwezigen. Dat ging zo: zij riepen een naam, en wij, de aanwezigen, moesten het duo dan aanvullen. Op Bert volgde Ernie, op Barend volgde Van Dorp en op Barend volgde Witteman. Dat soort werk. Ik hoopte nog even dat Giphart 'Niels?' zou zeggen, en dat wij dan 'Vincent!' terug konden roepen, maar dat lag natuurlijk net te veel voor de hand.

Veel collega's vroegen me waar ik eigenlijk heen ging op vakantie. Ik zei dan elke keer: 'Naar huis. Ik ga naar huis.' Sommigen dachten dat ik een grapje maakte (dat komt door die eeuwig ironische toon in mijn stem; als ik 'Zimbabwe' antwoord, gelooft niemand het, maar als ik zeg dat ik anderhalve week in het pittoreske Delft ga zitten, denkt ook iedereen dat ik maar wat zeg). Het is de toon en het zijn de woorden. Die woorden breken me nog eens op. Maar goed, ik bleef beleefd antwoorden: 'Ik ga naar huis.' En later dacht ik: dat zegt Michael Douglas ook heel de tijd in die prachtfilm Falling Down, en daar klinkt het een stuk onheilspellender.

Dus: vakantie. De armen in de lucht. Voetjes van de vloer. Beetje achteroverhangen. Wie weet scheer ik me. Ik zal in elk geval eindelijk de kapper weer bezoeken, want zo gaat het niet langer. En ik ga maar eens wennen aan alle schoenen die ik vorige week kocht. (Deze week draag ik elke dag een ander paar, en elke dag kermend van de pijn thuiskomen en de blarenpleisters zoeken is ook geen pretje.)

Eens zien of mijn pizza al klaar is.

V.

P.S. Ik ga eens proberen stukjes zonder de woorden 'Nu ja' te schrijven. Het is misschien hooggegrepen, maar als ik me er echt toe zet, zal het lukken. Nu ja, ik ga het dus proberen.

0 Comments:

Een reactie plaatsen



<< Home