NIELS EN VINCENT BESTAAN 10 JAAR

zaterdag 30 april 2005

IN STILTE

Jullie worden helemaal gek als hier even niets geschreven wordt, niet? Dan gaan jullie helemaal los. Dan klikken jullie deze site vaker aan dan goed voor je is.

Jawel, ons maandrecord is weer verbroken. Hoe minder wij hier komen, hoe vaker jullie er zijn.

Iets zegt me dat dat geen duurzame strategie zal blijken. Morgen staat hier iets geheel nieuws en leesbaars, goed?

V.

zondag 24 april 2005

QUA SCHOENTJE

Gisteren vergezelde ik Elsie toen ze schoenen ging kopen in de hier onlangs geopende nieuwe schoenenwinkel. Ze werd daar te woord gestaan en geholpen door een meisje met een spraakgebrek. Althans, ze verkleinde alles. Ze voerde die verkleiningen zo ver door dat Elsie, die naast me zat, er in mijn verbeelding steeds kleiner door werd. Toen de verkoopster vroeg: 'Wat vindt u nou leuk, qua schoentje?', hapte ik al naar adem, maar toen ze zei dat ze die schoenen 'in verschillende maatjes' verkochten, keek ik Els nog eens goed aan. Was ik met een dwerg getrouwd? Met een klein kind wellicht? (Ik verkeerde vorig jaar, op mijn trouwdag, misschien in zo'n roes waardoor je de dingen niet helemaal helder meer ziet. En in de jaren die aan die trouwdag voorafgingen heb ik nooit zo gelet op afmetingen en leeftijden, blijkbaar. Gisteren werd ik even lelijk met mijn neus op de feiten gedrukt.)

Nu ja, het duizelde me dus. Gisteren. In die schoenenwinkel. En nadat de verkoopster dingen zei als 'Het is heel belangrijk dat je teentjes comfortabel zitten' en 'Je moet er rekening mee houden dat je voetjes in de zomer altijd een beetje uitzetten', had ik er genoeg van. Ik borg Els weer op in mijn binnenzak en we verlieten de zaak.

V.

vrijdag 22 april 2005

KORTE DIALOGEN

Ja ja, later een verslag van Niels' afstuderen - al vind ik werkelijk dat hij dat zelf moet schrijven. Voor nu enkele korte dialogen. Ter vermaak.

I
Vincent: 'Ik ga deze formulieren maar eens op de post doen. Els en ik worden donors.'
Collega Bianca: 'Wat goed van jullie!'
Vincent: 'Er zat ook een lijst bij. Je kunt aankruisen welke organen je niet wilt afstaan.'
Bianca: 'Zoals je ogen bijvoorbeeld?'
Vincent: 'Die ook. Maar ik sta gewoon alles af, hoor. Dat ruimt lekker op.'
Bianca: '...'
Vincent: 'Ja, we zullen eens zien of we iemand blij kunnen maken.'

II
Vincent: 'Ik heb hier iets. Misschien kunt u eens kijken.'
Huisarts: 'Dat is geen kanker, hoor.'
Vincent: 'Daar had ik nog niet eens aan gedacht eigenlijk.'

III
Vincent: 'Wat voor broden moet ik nu voor je meebrengen?'
Elsie: 'Een desembrood met pompoenpitten. Het is rond en het staat boven op de plank.'
Vincent: 'Ik mag die broden toch niet zelf pakken?'
Elsie: 'Nee, maar dan kun je controleren of ze wel het goede brood aan je geven.'
Vincent: 'Ah. En wat nog meer?'
Elsie: 'Een gewoon desembrood. Met zonnebloempitten.'
Vincent: 'Dat is toch niet een gewoon brood? Als er ook nog eens zonnebloempitten in moeten zitten?'
Elsie: 'Nee, maar dit brood is niet rond.'
Vincent: 'O.'

V.

maandag 18 april 2005

19 APRIL IS EEN HEUGLIJKE DAG

Niels en ik, we zijn dan eindelijk afgestudeerd. Morgen zet Niels een punt achter zijn studie en zullen we met z'n allen het glas heffen. Dingen zullen voor altijd veranderen en al spoedig weer geheel hetzelfde zijn. Maar voor de gelegenheid heb ik onze bio's even aangepast. En de titel van onze site. Kon ik hier slingers ophangen en confetti strooien, dan deed ik dat. Vooralsnog moeten jullie het hiermee doen. Maar wees geen vreemde en plaats eens een gepaste felicitatie in het commentveld. Of kom morgen gewoon langs in dat café. Vindt hij leuk.

V.

zondag 17 april 2005

SMS'EN ROND HALFELF 'S AVONDS

Tijdens de wedstrijd Ronnie O'Sullivan-Stephen Maguire: Maguire staat voor met 9-7, en wie het eerst 10 haalt, heeft gewonnen.

Vincent aan Niels (22:33):
Ronnie ligt er al bijna uit, man! Eerste ronde!

Niels aan Vincent (22:35):
Ja! Fok man, wat een ellende! Wie ga jij supporten? Hendry en White winnen toch niet.

Vincent aan Niels (22:36):
Dan weet ik nog niet wie! Het wordt een raar toernooi.

Niels aan Vincent (22:38):
Heel vreemd, hoor. Op de Masters maakte-ie gehakt van iedereen en nu dit. Hij zal zich wel weer verliezen in drugs, drank en depressie. Zonde, dit.

Vincent aan Niels (22:39):
Wie ga jij supporten dan?

Niels aan Vincent (22:40):
Ja, die twee die ik net noemde. En dat pokdalige Chinese joch.

Vincent aan Niels (22:41):
Stevens mag ook eindelijk wel eens winnen. Vindt mijn echtgenote leuk.

Niels aan Vincent (22:43):
Pff. Babyface. Nu, het is nog niet zover. Het kan nog. Go, Ronnie!

En na een bloedstollend halfuur wint O'Sullivan rond kwart over elf alsnog met 10-9. Oef.

Ja ja, het WK Snooker is weer van start gegaan.

V.

zaterdag 16 april 2005

PULSE

Op vrijdagavond mogen Elsie en ik altijd graag lachen om de talkshow die RTL4 dan uitzendt. Soms missen we een gedeelte, zoals gisteren, maar je kunt de draad altijd moeiteloos weer oppakken. De talkshowman die het een en ander op totaal krankzinnige wijze aan elkaar praat (gisteren hoorde ik hem bijvoorbeeld de frase 'de meest grote' gebruiken, en het klonk alsof 'de meest goede' niet ver weg meer was), 'interviewt' zijn gasten op de hem zo kenmerkende wijze. Als hij - ik noem maar wat - een pijnlijke, volstrekt ongepaste vraag kan stellen, zal hij het niet laten. Gewoonlijk maakt hij de daaropvolgende pijnlijke stilte goed door er een al even ongepaste, want dubbelzinnige vraag achteraan te gooien. Alsof het niets is. Ik zie gasten soms 'Wie is die aap?' denken, en 'Waarom draagt hij geen sokken?', terwijl ze gewoon vriendelijk blijven lachen. Want gasten zijn gasten. Ook als zo'n talkshowman ze lastigvalt met zijn uit een curieus taaltje - of hij nu Nederlands spreekt of een hem nog vreemdere taal - opgebouwde zinnen.

Gisteren sprak de talkshowman met een van de succesvolste (binnenhuis)architecten van Nederland. Dat gaat dan als volgt. Eerst bezoekt hij met zijn cameraploeg het huis van de succesvolle architect. Hij wordt hartelijk onthaald en stoot kreten uit als: 'Man, wat een symmetrisch huis!' En dan komt hij tot de kern van de zaak: 'Ja, jij bent dan wel een van de succesvolste architecten van Nederland, maar iedereen kent Jan des Bouvrie, en niemand kent jou. Hoe kan dat nou?' De succesvolle architect laat zich niet zomaar uit het veld slaan en zegt: 'Iedereen die in het wereldje zit, die kent me. Ik kom alleen niet zoveel op tv.' En de vrouw van de succesvolle architect draagt haar steentje bij: 'Weet je wat het is? Iedereen die in dit wereldje zit, die kent ons. We komen alleen niet zoveel op tv.'

Vervolgens wordt de architect gevraagd waar hij zoal opdrachten binnenhaalt. 'Wel,' begint de architect, 'in Nederland, op Bonaire...' En dat blijkt dan slechts een cue te zijn. Een teken. Een bruggetje. Want het woord 'Bonaire' is nog niet goed en wel uitgesproken of de kijker zit al op dat eiland zelve. Zonder de talkshowman, maar met de architect. Hoppakee. En wie zien we daar? Ja hoor, een andere tv-held, zij het van jaren terug. Het al wat oudere tv-icoon (Elsie: 'Zie je dat? Hij krijgt borsten.') zegt tegen de cameraman dat hij de succesvolle architect heeft ingeschakeld om een langgekoesterde wens in vervulling te laten gaan: hij wilde namelijk altijd al een bietshous hebben ('Een beachhouse,' gokt Elsie). De architect komt erbij staan en zegt: 'Ja, Henny wilde altijd al een bietshuis ('Een beachhouse!' roept Elsie) en we kennen elkaar nog uit de Zaanstreek, Henny en ik, dus ik dacht: dat doen we even.'

In het volgende shot zien we het bejaarde tv-icoon en de architect over het strand lopen en over de kleur van de zee praten. 'Die zee, die heb ik ook ontworpen,' grapt de architect. En dan wordt het het bejaarde tv-icoon te veel. Hij vliegt de architect om de nek en jubelt: 'Ik ben zo dol op je! We zijn zúlke goede vrienden geworden! Ik kan niet zeggen hoeveel je voor me betekent.'

Op dit moment stoot ik Elsie aan en vraag ik haar met angstige ogen: 'Gebeurt dit alles echt?' Elsie op haar beurt grapt nog: 'Ik wil die Henny wel eens zonder shirt zien.'

En dan, plots, het lijkt wel een droom, zijn we terug in de studio. En de talkshowman heeft een nieuwe gast. Een Duitse zangeres op leeftijd komt haar laatste 'hit' zingen. Maar dat mag ze pas doen nadat ze een aantal in kreupel Duits gestelde vragen heeft beantwoord. Het is immers zijn show, niet de hare. In een voice-over legt de talkshowman nog even uit waar we de Duitse zangeres in vredesnaam van moeten kennen: 'In 1983 stond ze aan de top van alle hitlijsten. Vervolgens werd het iets stiller. Maar toen ze haar 20-jarig jubileum vierde ('Welk jubileum?' merk ik op tegen Elsie, '20 jaar rust?'), maakte ze een comeback. Ze stond meteen weer aan de top van alle hitlijsten. En nu geeft ze hier, bij ons, een vervolg aan die comeback.' Nu ja, het zal allemaal wel, denken wij, inmiddels helemaal murw gebeukt door wat ons allemaal voorgeschoteld wordt, en we trekken amper nog een wenkbrauw op als we de talkshowman horen vragen naar de kinderen van de zangeres. 'Ik heb er vier,' antwoordt ze. 'We kunnen ook wel zeggen dat je er vijf hebt, hè?' vraagt hij door. Het gezicht van de zangeres betrekt. Maar nu de talkshowman beet heeft, laat hij niet meer los. Het blijkt over een jonggestorven kind van de zangeres te gaan. Nadat ze tot drie keer toe (3 keer!) duidelijk heeft gemaakt dat dit niet de tijd en plaats is om het over zo'n verlies te hebben, en dat ze hier simpelweg niet voor in de stemming is, geeft de talkshowman het op en murmelt hij iets als: 'Nou, laten we het dan maar over die andere vier hebben.'

We waren bekaf, Els en ik, toen de aftiteling over het scherm rolde. En toen moest het weekend nog beginnen.

V.

woensdag 13 april 2005

STUKKIE MET ROMEINSE CIJFERS

I - 10 Liederen Die Er Deze Week Toe Doen

The Beatles, Things We Said Today
Blind Melon, Galaxie
Bright Eyes, Lua
Ben Folds, Landed
John Mayer, Daughters
Nine Inch Nails, The Hand That Feeds
Phantom Planet, California
The Postal Service, Nothing Better
Damien Rice, The Blower's Daughter
Gabriel Rios, Broad Daylight

II - Ongewenste Berichten

Ik word iets te vaak gebeld door mensen die mij iets willen aansmeren. Ik houd niet van die mensen. Vanavond belde er weer iemand. Voor de tweede keer in 1 week. Ik noem dat: te veel. Ik vind dat: buitensporig. En deze bleef maar doorpraten ook. Ik kwam er niet eens meer aan te pas. Ik was nogal trots op mezelf toen ik hem gewoon onderbrak en zei: 'Waar wilt u nu eigenlijk heen?'

III - Foto Gevonden

En dan nog iets: ik ontdekte dat er ergens op internet gewoon nog een foto van mij rondzwerft. Ik kan daar nu wel heel verbaasd over doen, maar ik heb hem er zelf ooit geplaatst. Voortaan hoef ik hier dus niet meer te doen alsof ik er zo uitzie. Of jullie wijs te maken dat ik er zo uitzie. Want ik kan jullie gewoon verwijzen naar die foto.

V.

dinsdag 12 april 2005

RICHARD GERE MOET HEEL GOED UITKIJKEN

Mijn echtgenote, laten we haar Elsie noemen, kan veel hebben. Nu ja, laat ik niet overdrijven: ze kan het een en ander hebben. Maar als Richard Gere op tv is, wordt ze, laat ik het maar gewoon zeggen, fysiek onpasselijk. Het is een heel onaangenaam verschijnsel, en ik zou het er hier misschien niet over moeten hebben - privé-zaken zijn privé-zaken -, maar als er tijdens een reclameblok op tv een fragment van een film voorbijflitst, en Richard Gere laat in zo'n fragment toevallig zijn gezicht zien, dan hapt ze bijkans naar adem. En dat bedoel ik hier niet positief.

Ik moet het misschien nauwkeuriger formuleren. Als Richard Gere zich op de televisie vertoont, of in een krant, of - wie weet - in een tijdschrift, en mijn echtgenote ziet dat toevallig, dan komt er stoom uit haar oren. Ik dacht altijd dat het maar een uitdrukking was, een zegswijze, een gebbetje, als ik las dat er stoom uit iemands oren kwam. Noem me naïef, maar ik had het nooit met eigen ogen gezien.

Er zijn inmiddels vele films die volstrekt kansloos zijn in ons huis. Die staan hier op een zwarte lijst. Die blokkeren we. Pretty Woman staat op die lijst. An Officer and a Gentleman staat op die lijst. Autumn in New York staat op die lijst. Wat zeg ik, Autumn in New York voert die lijst aan. En verder komt elke film waarin Richard Gere grijzende lokken heeft of waarin hij zijn typische Richard Gere-blik opzet, er hier niet in.

Aanvankelijk nam ik het niet zo serieus. Ik herinner me de keer dat ik dacht grappig te zijn. Dat ik Elsie verraste door zomaar, pardoes, de huiskamer in te lopen met een Richard Gere-masker op. Ik murmelde er nog wat woorden bij ook, en ik weet vrij zeker dat het de woorden 'How much for the entire night?' waren, want daarmee kwam Richard Gere nog zo leuk weg in Pretty Woman. En ik sprak die woorden, zoals gezegd, omdat ik dacht 'grappig' te zijn. Nu, ik heb het geweten. Dat soort grappen vindt mijn echtgenote Niet Leuk.

Sindsdien mank ik een beetje.

V.

maandag 11 april 2005

UURTJES STOEIEN

Ik had de beste rij-instructeur die je maar kunt vinden. Dat dacht ik althans. Ik had het wel eens over hem met Els, die ook les van hem had gehad, en zij was het met me eens. Sterker: Els volgde zijn rijlessen met zo veel plezier dat ze concludeerde: 'Nu moet ook jij maar eens rijlessen nemen. Die man is heel goed, en hij helpt je wel over die drempel heen.' Er zat niets anders op. Eind 2000 nam ik voor het eerst plaats in zijn auto. 'Heb je ooit eerder achter het stuur gezeten?' vroeg hij me. 'Nooit,' zei ik. En daar gingen we.

Ik was een trage leerling. Ik vond het vooral erg leuk, die rijlessen. Ik beleefde er veel plezier aan. Ik dacht: dat afrijden, dat komt wel een keer. Dat is niet een houding die je heel ver brengt, zou je zeggen. Soms had ik bijvoorbeeld een les waarin het iets minder ging. Dan zei ik tegen mijn rij-instructeur: 'Ik had niet zo'n goed uur. Maar je weet het: ik heb er niet zo'n haast mee.' En dat wist hij.

Ik had rijlessen van eind 2000 tot zomer 2002. Ik heb heel veel uren met mijn rij-instructeur doorgebracht. We leerden elkaar een beetje kennen. We spraken over zijn aanstaande huwelijk. Over de verbouwing aan zijn huis. Over de politiek. En soms moest ik afrijden. Dat was me wat. De flair, de souplesse en de rijvaardigheid die ik soms aan den dag legde tijdens mijn betere lesuren, die waren allemaal ver te zoeken als ik moest afrijden. Tijdens zulke examens zat mijn rij-instructeur altijd achter me. Die keek dan hoe ik het ervan afbracht. Ik weet nog dat ik na de tweede keer zakken dacht: wat zielig voor hem. Die man doet altijd zo zijn best en zie hoe ik het weer verpruts.

Hij had bepaalde zegswijzen. Wie mij enigszins kent, weet dat ik gevoelig ben voor taal. Ik schuw stopwoorden. Ik schuw verhaspelde uitdrukkingen. Ik schuw mensen die er met de pet naar gooien als ze je te woord staan. Maar van mijn rij-instructeur kon ik veel hebben. Zo gebruikte hij de woorden 'op zeker' waar het woord 'zeker' op zich gewoon had volstaan. Ik vond dat wel charmant. Als hij mij ophaalde voor een nieuwe les, zei hij soms: 'Dan gaan we eens even een uurtje stoeien met die auto.' Tenzij ik een dubbel lesuur had. Dan zei hij bijvoorbeeld: 'Dan gaan we eens even een paar uurtjes stoeien met die auto.' En als het allemaal weer volbracht was en we de volgende leerling ophaalden, zei hij terwijl ik de motor afzette: 'Zo. Rust in de tent.'

Ook herinner ik me de woorden 'Bij Plaspoelpolder gaan we eraf'. Het was dan goed opletten waar op de borden 'Plaspoelpolder' stond aangegeven. Je zou zeggen: dat is niet zo moeilijk. Vooral als je meerekent dat hij voortdurend, repetitief, aanhoudend, de lettergrepen 'Plas-poel-polderrr' uitsprak. Maar ik verzeker jullie: dan nóg kun je de afslag gewoon missen.

En soms reden we even langs het CBR. De ene keer omdat hij me wat knoppen in de auto wilde uitleggen, maar vaak ook gewoon omdat er dringend een toilet bezocht diende te worden. Dan sprak hij de iets te plastische woorden: 'Het klotst me voor de ogen.'

Zoals gezegd: Els had vroeger ook les van mijn rij-instructeur. Maar als ik in haar bijzijn zijn woorden citeer, zegt ze altijd: 'Nee hoor. Zulke dingen zei hij nooit. Niet tegen mij.'

Er kwam natuurlijk eens een eind aan. De derde keer afrijden was raak. Ik was heel gelukkig. Ook voor mijn rij-instructeur. We hadden een lange weg afgelegd, tezaam, maar nu was het gedaan. Rust in de tent.

En toen zagen Els en ik hem zaterdagmiddag weer. Hij stapte de stadsbus in met een vrouw, en we hoopten dat het de vrouw was over wie hij altijd sprak in de auto. Dat leek ons het beste. Ook zagen we dat hij iets ouder was geworden. Els herkende hem aanvankelijk niet eens. Maar hij groette ons.

We gingen niet even naar hem toe om bij te praten. Hij kwam ook niet even naar ons toe. Ze droegen koffers bij zich en ze waren vermoedelijk nog in een vakantiestemming. En ergens was ik bang dat hij dacht: waarom zijn die twee niet gewoon met de auto naar de stad? Wat doen die nog in een bus?

V.

zondag 10 april 2005

VERGEEFS

Enkele keren begon ik vandaag aan een nieuw stukje, jullie indachtig - de fans, de lezers. Maar het draaide nergens op uit. Ik schreef zinnen en schrapte ze weer. Ik overwoog onderwerpen en verwierp ze weer. Ik woog woorden. Ik logde in en logde uit. En weer in. En toch weer uit.

Ik denk niet dat het nog iets gaat worden, eerlijk gezegd.

V.

vrijdag 8 april 2005

NIELS EN VINCENT PRATEN OVER DANSEN OP MSN

Niels kwam er vanmiddag achter dat Elsie en ik - op onze bruiloft na - elkaar nooit hebben zien dansen. Daar kwam een msn-gesprek van.

Niels: Neger.
Vincent: Aap.
Niels: Stoere plannen voor dit weekeinde?
Vincent: Geenszins. Jij?
Niels: Vanavond komt Mar10 bij mij eten. Daarna gaan we wellicht naar een nieuwe club bij mij in de buurt. Jij moet gewoon een keer gaan dansen met je vrouw, zeg!
Vincent: Ik wist niet dat dit zo'n gevoelig punt voor je was.
Niels: Is het ook niet zo erg, maar ik vond het gewoon vreemd.
Vincent: Ik nu ook.
Niels: Da's al. Weet je wat ik me net bedenk?
Vincent: ?
Niels: Dat ik jou tientallen keren heb zien dansen, maar dat ik niet voor zou kunnen doen hoe je danst.
Vincent: Ik ook niet. Zoals nu: nu zou ik niet weten hoe ik dans. Maar ik dans nochtans altijd hetzelfde, denk ik. Ik zou het van jou ook niet weten.
Niels: Het hangt van de muziek af, bij mij. Ik dans anders op bijvoorbeeld Noodlanding dan op Awakenings.
Vincent: Wel wel.
Niels: Jaja. Kun je eigenlijk ergens dansen in Delft?
Vincent: 'Tuurlijk wel,' zegt Els. 'In Lorre.'
Niels: Lorre? Hét housebolwerk van Delft?
Vincent: Volgens mij is dat een enge studentenplek. Maar goed.
Niels: Ik was laatst in Den Haag dansen. In Silly Symphonies. Vreemd volk kwam daar.
Vincent: Zo klinkt het.
Niels: Ik dans toch het liefste in mijn eigen stad. Daar ken ik tenminste mensen.
Vincent: Hebben we het werkelijk nog steeds over dansen? Werkelijk?
Niels: Ja, hoor.
Vincent: Dit gesprek moet op de seit!
Niels: Doe maar.
Vincent: Zeg nog eens iets lolligs dan?
Niels: Hm... Over dansen zeker?
Vincent: Ja, jij vindt dansen toch plotseling HET onderwerp?
Niels: Dansen is HET onderwerp. Dat roeleert de pan uit. Etc. Ik was eens ergens dansen en toen zei een meisje tegen me: Je danst alsof je ook lekkere eitjes bakt in de morgen.
Vincent: Wat een mal dansje moet dat geweest zijn.
Niels: Het was een dansje zoals ik alleen kan. Goed, maar ik moet gaan. Ik ga vanavond dansen met Martien. Bo!
Vincent: We hebben het nu NOG STEEDS over dansen. Waarom niet over eitjes bakken? Jij bakt nooit een eitje voor me.
Niels: Ach man, de laatste keer dat jij in mijn enorme stadsvilla bij de Heineken brouwerij was nog. Nu ja, dat is ook al bijna 8 maanden geleden.
Vincent: O.
Niels: Gebakken eieren, met spek en kaas, man. Maar goed, knoop het in je oren: dansen gaat het helemaal worden deze zomer.
Vincent: De bom!
Niels: En: ik dans alsof ik lekkere eitjes bak des ochtends.
Vincent: Ik zie het je doen. Nu.
Niels: Toen vroeg ik aan dat meisje: WAT voor 'n eitjes? Of nee, dat zei ik niet. Hm, nu ben ik gans confuus.
Vincent: Scherpe reactie, hoor. Jij weet daar wel op in te spelen, zie ik.
Niels: Waarom altijd kippeneieren, zei ik toen.
Vincent: Ja.
Niels: Weet je wel dat je met een struisvogelei wel tien mensen kunt voeden, ging ik door.
Vincent: Op de dansvloer? Met dat lawaai om je heen? En ze bleef gewoon bij je staan?
Niels: Ze kwam zelfs wat dichterbij staan.
Vincent: Ik vind dit gesprek een bedenkelijke wending nemen, Niels.
Niels: Dan zal ik de clou maar helemaal achterwege laten.
Vincent: Nee joh. Ik post dit gesprek toch?
Niels: Misschien juist daarom. Staat ie er al op dan? Dit héle gesprek?
Vincent: Nog niet. Ben het aan het bewerken. Alles over je werk is eruit bijvoorbeeld.
Niels: Ah, dan wacht ik nog wel even.

Niels: Staat het er nú op?
Vincent: Bijna.

V.

donderdag 7 april 2005

LIEDEREN GEVRAAGD

Ik ben op zoek naar liederen die ik eigenlijk zou moeten kennen, waarde lezers. Daarom stel ik voor dat eenieder van jullie - ja, ook als je hier normaal alleen maar komt lezen en niets bij de comments plaatst, ook jij dus - één titel noemt waarvan je vindt: tjonge, als Vince dat lied nú nog niet kent, waar gaat het dan heen met hem? En als het echt moet, mag je zelfs twee titels noemen. Striktheid is niet altijd zinvol.

Als er geen lente is, dan maken we er toch gewoon een met z'n allen?

Zelf raad ik jullie 'Lua' van Bright Eyes aan. (Of 'Songs of Love' van Ben Folds, want ikzelf mag ook best twee titels noemen. Niemand maakt me wat.)

Laat het commentsveld uitpuilen als nooit tevoren, jongens en meisjes!

V.

NIEUWE FASE

Ik ben officieel geen student meer. Ik leverde mijn collegekaart in bij het informatiecentrum en de dame achter de balie zei tegen me: 'Succes met deze nieuwe fase van je leven.'

In deze nieuwe fase van mijn leven zal ik dus nooit meer, ik noem maar wat, op maandagavond naar de Open Borrel Avond in de Meander kunnen. Wát een gemis.

In deze nieuwe fase van mijn leven zit ik tegenwoordig op het Amsterdamse stadhuis allerlei taken uit te voeren voor een niet nader te noemen politieke partij. Over die taken kan ik natuurlijk ook niets vertellen, want vertrouwelijk.

In deze nieuwe fase van mijn leven log ik illegaal in bij studiecentra om mijn mail te checken, met het collegekaartnummer en het wachtwoord van iemand anders.

In deze nieuwe fase van mijn leven lijkt het allemaal nóg drukker te gaan worden dan de afgelopen maanden. Ik ga immers alle banen en klussen die me voor de neus komen aanpakken en daarnaast ga ik mijn boek maar eens afschrijven.

Maar goed. 19 april. Dan is het pas echt voorbij. En kan mijn nieuwe fase officieel beginnen.

N.

woensdag 6 april 2005

HMPF

Prins Rainier dood. Saul Bellow dood. De lente dood.

Ik haal mijn winterjas wel weer uit de kast, hoor. Allemachtig.

V.

zondag 3 april 2005

WEEKOVERZICHT MET ONZINNIGE WITREGELS

Duistere krachten haalden grote sommen geld van onze rekening. Wij plaatsten het er weer terug op. We hadden contact met instanties en alles kwam goed. Het ging slecht met de paus. Op de webcam zag ik oma Bep een broodje kroket eten. Ik beloofde mensen ze snel terug te mailen en deed het niet. Twee van mijn collega's verlieten afgelopen week definitief de Grote Uitgeverij en op hun afscheidsfeestje vroeg een auteur me: 'Ga jij ook weg, Vincent?' 'Nee, ik ga nooit weg,' antwoordde ik. En op dat feestje begon vertrekkende collega Hannerlie in ene een speech waarin ze mij bedankte voor onze samenwerking en ze me een boek cadeau gaf (dat boek, overigens, zal voorgoed achter in mijn kast met vertaalde literatuur staan, ervan uitgaande dat ik de wetten van het alfabet altijd blijf respecteren). Ik was er niet op bedacht en raakte zomaar ontroerd.

Ik dacht nog even: als ik D66-lid was geworden, had ik mee mogen stemmen op het congres en wie weet had het landsbelang ervan afgehangen. Ik ging op bezoek bij een groot Vlaams schrijver. Wij spraken over de letteren en we dronken koffie verkeerd in een café. Ik vroeg me nog af wat 'koffie verkeerd' in het Vlaams was, maar daar hebben ze geen eigen woord voor. Een Gentse taxichauffeur zei me in een haast onverstaanbaar dialect dat ik voortaan gepast geld moest meenemen als ik van het Gentse taxiwezen gebruik wilde maken. Op de terugweg nam ik dus een Gentse tram. Het Gentse taxiwezen moet niet altijd zo stoer doen tegen mij. Die avond bevond ik me ineens weer op station Antwerpen Centraal, waarvandaan geen enkele rechtstreekse trein naar Nederland bleek te vertrekken. Ik sms'te mensen die daar ook niets aan konden doen.

Ik zag een tv-reclame waarin Britney Spears ronddwarrelde. De paus lag op sterven. Ik luisterde voor het eerst naar liedjes van Bright Eyes en kreeg het liedje 'Songs of Love' van Ben Folds niet meer uit mijn hoofd. Ik zag Elsie huppelen. Een weblogvriendin vertelde me dat ze in verwachting is. Ik ontving liederlijke msn-berichten van iemand die zich voor een andere vriendin uitgaf. Die vriendin nam een nieuw e-mailadres. Een Nederlandse schrijver gaf me het enig ontbrekende Brakman-boek in mijn collectie cadeau.

Ik reserveerde kaartjes voor een toneelstuk dat een vriend regisseert. Ik vulde eindelijk eens een donorverklaring in. Met D66 en het landsbelang kwam het toch nog goed. Els droomde dat ik voor twee weken met Niels op vakantie naar Mexico vertrok, want, zo sprak ik in die droom: 'Jij wil nooit naar Mexico.' (Ik wil zelf ook nooit naar Mexico, maar in dromen kan alles.) De paus stierf. Ik kocht een nieuw overhemd. Een van onze katten rolde over ons in de lentezon badende balkon alsof het haar reden van bestaan was. Onze andere kat draaide zich nog eens om.

V.

vrijdag 1 april 2005

MEDELEVEN

Vanavond belde mijn moeder me. Terwijl we ons afvroegen hoe het toch met de paus gaat, hoorde ik vader Bert op de achtergrond brommen: 'Vanavond gaat-ie eraan.'

Dan weten jullie het maar vast.

V.