donderdag 26 januari 2006

DAKLOOS

Vaak vraagt men ons: 'Hoe staat het eigenlijk met jullie nieuwe huis?' Het is nu immers ongeveer een jaar geleden dat Elsie en ik een huis kochten in een nog geheel aan te leggen wijk in de prachtstad Delft. De fans onder jullie herinneren zich misschien dat we niet zozeer een huis kochten, als wel een kavel. We plaatsten wat handtekeningen, we voerden wat gesprekken en we kochten een kavel. Hoe dan ook: na een jaar verwacht men dat je er ook wel eens in gaat wonen, in dat huis dus. Men denkt dat zo'n huis af komt. Dat het bewoonbaar wordt. Maar wij zeggen altijd: 'Er zit nog geen dak op.' Want zo is het. We hebben al in onze straat gelopen, we hebben al binnen onze muren gestaan, we hebben gezien waar de trap naar boven komt en hoe ver we onze tuin in kunnen lopen (die we, jullie kennen ons, ogenblikkelijk zullen laten betegelen). Zelfs hebben we vluchtig kennisgemaakt met onze toekomstige buren.

Niet zo lang geleden kregen we een brief waarin ons werd medegedeeld wat ons adres zou worden. Ik ken dat adres nu. Dat wil zeggen: ik ken de straatnaam en het huisnummer - de postcode heb ik wel gezien, maar voordat ik die uit mijn hoofd ken, wil ik dat er verdorie een dak komt. De groupies onder jullie kennen mijn inmiddels gevleugelde woorden: 'Zonder tegels geen tuin, en zonder dak geen postcode.' Intussen moeten we wennen aan die straatnaam. We hebben er onze twijfels over. Soms noemen we de naam als iemand ernaar vraagt en schamen we ons stilletjes. Soms noemen we het huisnummer erbij, om de sfeer nog enigszins te redden. Soms geven we gewoon geen antwoord, omdat we niet graag bespot worden.

Morgenmiddag is er weer eens een gelegenheid om over het bouwterrein te lopen. Om een beetje met onze schoenen door zand en modder te waden, als bevonden we ons op een popfestival, op zoek naar onze tent. We zullen er zien hoe alle huizen af komen, behalve het onze. We zullen er constateren dat er nog immer geen dak op ons huis zit. En terwijl we langzaam het terrein af lopen, zal ik misschien wel zeggen: 'Straks, als we eindelijk ons huis in mogen, als we de straat zullen bewonen met De Naam Die Niemand Ooit Mag Uitspreken, dan is het zomer. Dan is zo'n dak misschien niet eens nodig.' Ook zal ik dan mijn schouders ophalen, heel nonchalant, alsof het niets is, want tja, de amateurtoneelspeler in mij vecht zich soms gewoon een weg naar buiten.

V.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten