Deze picknick is er niet een voor slechts twee personen. Want hoewel het meisje en ik ons hebben teruggetrokken van de wereld om ons heen, van leugens, tragiek en massahysterie, is onze teckel Debbie met ons mee. Zij drijft in een rubberbootje, want daar houdt ze van. Debbie is al een heel oude teckel, en het enige waar ze nog echt van geniet, is met ons picknicken in het park. Elke keer slepen we daarom dat ellendige rubberbootje met ons mee, en laten we haar een beetje dobberen in het water, tot de zon ondergaat en zolang de zomer het toelaat.
Debbie is misschien niet zo’n opvallende hond, maar hoe het ook zij, ze is nog nóóit van ons gestolen, en daar valt wat voor te zeggen.
Het meisje laat plots haar vorkje vallen, de slagroom over haar mooie zwarte rok, en stamelt: ‘Maar... wat áls ze onze teckel Debbie ineens komen stelen?’
‘Dat zou natuurlijk niet zo mooi zijn. Maar ze is toch nog nooit van ons gestolen?’
‘Daar heb je misschien wel gelijk in,’ zegt het meisje, en ze veegt de slagroom van haar been, daar waar de zonnestralen dansen.
Daar heb ik misschien inderdaad wel gelijk in, want onze teckel Debbie ís nog nooit van ons gestolen. Ook is ze nooit nageroepen op straat, wat veel wil zeggen voor een teckel, is ze nooit bekogeld met rotte tomaten of met van die groffe straatkeien die je in menige tuin aantreft. Nee, dat alles is haar bespaard gebleven. Wél is ze een keer aangevallen door een pitbull, die haar een half oor afbeet. Nu is daar niets meer van te zien: het haar is over de missende helft heen gegroeid, en Debbie is het allang vergeten. Ze kan zich niets meer herinneren, maar ze ligt in een bootje in de zon op een mooie zondagmiddag en ik weet dat ze glimlacht. En zij weet dat het goed is en dat ze ten minste nog nooit gestolen is.
‘Jij bent een boogschutter, maar ik ben een schorpioen,’ zegt het meisje. ‘Weet je wat dat betekent?’
‘Nee, ik weet niet wat dat betekent. Betekent dat iets, dat jij een schorpioen bent en ik een boogschutter?’
‘Nou ja... dat ligt eraan. Dat wil volgens de boekjes zeggen dat we misschien de ideale combinatie vormen om samen op een zonnige zondagmiddag een stukje appeltaart te eten, maar het houdt ook in dat we er niet veel meer van moeten verwachten. Je moet de sterren niet onderschatten, die weten ervan.’
‘Maar wat is Debbie dan?’
‘Debbie?’
‘Ja, wat is onze teckel Debbie dan, als jij een schorpioen bent en ik een boogschutter?’
‘Debbie is een teckel,’ zegt ze, en ze veegt een stukje zon uit haar ogen.
‘Ach ja, ze is een teckel,’ antwoord ik, terwijl ik me afvraag waar dit alles toe zal leiden en of het altijd zondag kan blijven en of het meisje weet van de vieze beestjes die over ons kleed lopen en of Debbie ooit gestolen zal worden. Ik denk van niet.
De avond nadert en de thee is op. Onze teckel Debbie dreigt weg te drijven, naar andere betere oorden en misschien wel naar Engeland, want als je heel ver een bepaalde kant uit drijft, kun je in Engeland terechtkomen, en dus halen we haar weer naar de kant. We trekken aan de lijn, tillen haar uit het rubberbootje, en het meisje neemt haar mee onder haar arm, want lopen doet ze niet meer zo goed, onze oude teckel Debbie. En ik zie hoe het meisje, mijn lieve warrige schorpioenmeisje, met onze teckel Debbie door het gras zweeft, huiswaarts, terwijl ik me vertil aan trommels, thermoskannen, een rubberbootje, een kleed met vastgekleefde vieze kleine beestjes erop, en wat al niet.
Ik roep het meisje en vraag haar even te wachten, maar ze zet gemoedelijk haar weg voort, en ik zie onze oude teckel Debbie lichtjes kwispelen in haar armen. Het meisje zegt iets, maar ik kan haar niet verstaan. Pas als ik weer een beetje ingelopen ben, versta ik wat ze me al een paar keer probeert te zeggen: ‘Denk je dat ze Debbie ooit van ons komen stelen? Denk je dat dat kan?’
‘Nee meisje, ik denk niet dat dat kan. Ik denk niet dat ze een oude teckel van ons komen stelen. Zo zijn ze niet, de mensen.’
‘Misschien heb je wel gelijk,’ mompelt het meisje en er valt een traan op haar wang. Op een zonnige zondagmiddag in het park.
OMDAT ALLEEN TEKST OOK HEEL STOER IS
Literatuur, Film, Muziek en Andere Fijne Zaken
donderdag 6 mei 2004
woensdag 5 mei 2004
VICTOR ZEGT:
Ooit had ik een oom die mij Victor noemde. Ik was nog een kleine Vince, maar elke keer dat hij me zag noemde hij me Victor. Ik dacht daar toen het mijne van, herinner ik me, maar echt vervelend vond ik het ook weer niet. Overigens heb ik die oom nog steeds (ik heb er zelfs wel twee), maar tegenwoordig zegt hij altijd Vince tegen me, zoals vrijwel al mijn vrienden, collega's en familieleden. Je dwingt dat af op den duur. Mensen die een keer Vinnie zeggen, doen dat daarna nooit meer.
Waar ik het eigenlijk over wilde hebben: ik ben vandaag weer eens Victor genoemd door iemand. Een Duitse vertaalster, die ik nooit heb gezien of gesproken, maar die me sinds gisteren allerlei narrige mails stuurt - en zich daarvoor verontschuldigt door te vermelden dat haar hand in het gips zit -, begon haar vijfde mail plots met 'Beste Victor'. Hels word ik van zulke dingen. Het gebeurt me steeds vaker. Pas nog deed een andere vertaler het, alweer in een mail. Ik ken ook een dichter die me soms met 'Ha Victor' begroet. (Aan de andere kant: een jaar of twee geleden werd ik door een oud-Nymph-redactrice begroet met een 'Ha, die Niels'. Zo zout heb ik het nog nooit gegeten.)
Nu vraag ik jullie: is het werkelijk zo moeilijk de namen Vincent en Victor uit elkaar te houden? Ligt het aan mij? Die namen betekenen min of meer hetzelfde, ik weet het, maar toch: ik vind het vreemd.
Iets heel anders: de gracht waar de Grote Uitgeverij aan ligt, is met allerlei linten en busjes afgezet in verband met Amerikaanse filmopnamen. Het is dat collega Elaine me erop wees, anders had ik nooit geweten waar die linten toe dienden. Laat staan die filmsterren.
V.
Waar ik het eigenlijk over wilde hebben: ik ben vandaag weer eens Victor genoemd door iemand. Een Duitse vertaalster, die ik nooit heb gezien of gesproken, maar die me sinds gisteren allerlei narrige mails stuurt - en zich daarvoor verontschuldigt door te vermelden dat haar hand in het gips zit -, begon haar vijfde mail plots met 'Beste Victor'. Hels word ik van zulke dingen. Het gebeurt me steeds vaker. Pas nog deed een andere vertaler het, alweer in een mail. Ik ken ook een dichter die me soms met 'Ha Victor' begroet. (Aan de andere kant: een jaar of twee geleden werd ik door een oud-Nymph-redactrice begroet met een 'Ha, die Niels'. Zo zout heb ik het nog nooit gegeten.)
Nu vraag ik jullie: is het werkelijk zo moeilijk de namen Vincent en Victor uit elkaar te houden? Ligt het aan mij? Die namen betekenen min of meer hetzelfde, ik weet het, maar toch: ik vind het vreemd.
Iets heel anders: de gracht waar de Grote Uitgeverij aan ligt, is met allerlei linten en busjes afgezet in verband met Amerikaanse filmopnamen. Het is dat collega Elaine me erop wees, anders had ik nooit geweten waar die linten toe dienden. Laat staan die filmsterren.
V.
dinsdag 4 mei 2004
PLAATJES LUISTEREN
Luister eens naar Wild Mood Swings. Het is een cd van een tijdje geleden. Van The Cure. Uit 1996 alweer. En oud is ook maar relatief, want het is hun 1 na nieuwste plaat. Wat een merkwaardig geheel is dat Wild Mood Swings. Er staan vrolijke liedjes op, droevige liedjes, liedjes die er nooit op hadden moeten staan, liedjes die de experimenteerfase nooit ontgroeiden, liedjes waaruit je zou willen citeren, liedjes die je verbazen, liedjes die... Nu ja, jullie begrijpen waar ik heen wil. Gewoon eens beluisteren, die plaat. Voor het te laat is. Of zoiets.
Zal ik jullie hier anders gewoon eens vertellen over het prachtjaar 1996? Dat kan natuurlijk ook.
V.
Zal ik jullie hier anders gewoon eens vertellen over het prachtjaar 1996? Dat kan natuurlijk ook.
V.
maandag 3 mei 2004
EN ALWEER EEN FINALE
Gisteren raakte Ronnie O'Sullivan nog met 0-5 achter op Graeme 'Ik Praat Als Mickey Mouse En Ik Heb Een Rare Tic Waarbij Ik Voortdurend Het Krijt Van Mijn Keu Blaas' Dott, maar inmiddels staat hij gewoon met 16-8 voor. Zoals het hoort. Over een uur begint de laatste sessie van het WK snooker 2004, en de strijd is gestreden zodra een van beiden 18 frames heeft gewonnen, dus het zal duidelijk zijn: nog twee frames te gaan en het is 18-8. O'Sullivan zal voor de tweede maal wereldkampioen worden, Dott zal piepend en blazend afdruipen.
En dan maar weer een jaar wachten. Het was een goed WK, wat jullie.
V.
P.S. Voor de niet-snookerfans: vanaf morgen wordt hier niet meer over snooker geschreven. Beloofd.
En dan maar weer een jaar wachten. Het was een goed WK, wat jullie.
V.
P.S. Voor de niet-snookerfans: vanaf morgen wordt hier niet meer over snooker geschreven. Beloofd.
zondag 2 mei 2004
HET MEEST GOED
Ik hoor mensen steeds vaker 'meer' en 'meest' voor bijvoeglijke naamwoorden plaatsen waar het totaal onzinnig is. In plaats van 'het helderst' zeggen ze 'het meest helder', in plaats van 'stoerder' zeggen ze 'meer stoer'. Ik heb een tijd gedacht dat het pas écht mis zou gaan als mensen 'het meest goed' zouden gaan zeggen in plaats van 'het best'. En ja hoor, gisteren hoorde ik Jim, een van de Idols van 2003, het zeggen. Hij zei Tooske dat hij haar de vrouw vond die er het meest goed uitzag. En ik vóelde me al zo beroerd gisteravond! Ja ja, jullie mogen het best weten: gisteren was ik niet in goeden doen. Ik was onwel, weeïg, appelig, zogezegd. Vandaag voel ik me al iets beter, maar het begrip 'eetlust' zegt me bijvoorbeeld helemaal niets meer.
Terwijl ik een beetje ziekig lag te zijn, heeft Els gewoon de hele Idols-finale gekeken. Af en toe kreeg ik er iets van mee. Zo bleek minister Zalm in de zaal te zitten, een devoot fan van Marlies, en natuurlijk was Boris gewoon de winnaar. Af en toe werd er teruggekeken op de finale van vorig jaar, toen Jim door de kleine Elton werd verslagen. En ook hoorde ik dingen die er misschien niet waren. Zo zei Reinout 'Sick Bastard' Oerlemans vlak voordat hij de trofee aan Boris uitreikte dat Boris altijd zijn koelbloedigheid bewaarde, op afgelopen donderdag na. Ik dacht meteen: wat gebeurde er dan afgelopen donderdag? En waarom kijkt Boris zo schuldbewust? Vlak daarna zei Maud (die dus niet won): 'Het is niet altijd even gemakkelijk om het tegen Boris op te nemen.' Nu vraag ik jullie: wat is er donderdag voorgevallen tussen Boris en Maud? En is dit een doofpotaffaire? Wat verzwijgt Reinout voor ons, het publiek, de vaste kijkers, de fans?
Stephen Hendry (mijn favoriet) en Matthew Stevens (die van Elsie) zijn inmiddels uitgesnookerd. De finale gaat nu tussen de man met de Mickey Mouse-stem en het Moby-uiterlijk Graeme Dott en de fantastische, hoewel licht psychotische Ronnie O'Sullivan, de man die Niels afgelopen week nog omschreef als 'een fucking tovenaar'. Morgen is ook die finale weer ten einde. Wij thuis hopen dat O'Sullivan Dott er zo ongenadig van langs geeft dat hij niet meer terugkomt volgend jaar. Afwachten dan maar.
Donderdag ben ik met broer Joey naar Amsterdam gegaan. Ik haalde een geboorteakte op (ik ga in mei in ondertrouw, moeten jullie weten), we aten de hot chicken-pannenkoek in het Pannekoekenhuis (waar een meisje werkte dat heel mooi zou kunnen zijn als ze niet zo chagrijnig keek), we gingen met Niels naar de ontzettend leuke film Starsky and Hutch (leve Ben Stiller en Owen Wilson!) en nog meer van dat soort dingen. Ook hebben Joey en ik nog een tijd gezocht naar een poolcentrum waar we beiden veel kwamen in de jaren 1994-1995. Geen idee hoe het heette en waar het zich bevond. Even leek het erop dat die hele zaak in de aardbodem verdwenen was, maar toen vonden we hem alsnog in de Eerste Helmersstraat: De Keu. Bleek binnen dat De Keu over twee weken zal verhuizen. We hadden het net op tijd gevonden. Binnen liep een gangster rond die keus diagonaal tegen een tafel plaatste om ze vervolgens, hopsakee, doormidden te trappen. Doodeng vind ik zulke dingen.
Gistermiddag heb ik pakken gepast. Voor de grote trouwdag. Ik heb nog niets gekocht, maar ik vond dat ik er stoer uitzag zo. Ik zou vaker pakken moeten dragen. Die staan me goed. Ook ben ik gisteren eindelijk weer naar de kapper gegaan. Het liep een beetje uit de hand.
Tijd om de tv aan te zetten. O'Sullivan tegen Dott. Langzaam sterk ik aan. Zodat ik morgen weer naar de Grote Uitgeverij kan.
V.
Terwijl ik een beetje ziekig lag te zijn, heeft Els gewoon de hele Idols-finale gekeken. Af en toe kreeg ik er iets van mee. Zo bleek minister Zalm in de zaal te zitten, een devoot fan van Marlies, en natuurlijk was Boris gewoon de winnaar. Af en toe werd er teruggekeken op de finale van vorig jaar, toen Jim door de kleine Elton werd verslagen. En ook hoorde ik dingen die er misschien niet waren. Zo zei Reinout 'Sick Bastard' Oerlemans vlak voordat hij de trofee aan Boris uitreikte dat Boris altijd zijn koelbloedigheid bewaarde, op afgelopen donderdag na. Ik dacht meteen: wat gebeurde er dan afgelopen donderdag? En waarom kijkt Boris zo schuldbewust? Vlak daarna zei Maud (die dus niet won): 'Het is niet altijd even gemakkelijk om het tegen Boris op te nemen.' Nu vraag ik jullie: wat is er donderdag voorgevallen tussen Boris en Maud? En is dit een doofpotaffaire? Wat verzwijgt Reinout voor ons, het publiek, de vaste kijkers, de fans?
Stephen Hendry (mijn favoriet) en Matthew Stevens (die van Elsie) zijn inmiddels uitgesnookerd. De finale gaat nu tussen de man met de Mickey Mouse-stem en het Moby-uiterlijk Graeme Dott en de fantastische, hoewel licht psychotische Ronnie O'Sullivan, de man die Niels afgelopen week nog omschreef als 'een fucking tovenaar'. Morgen is ook die finale weer ten einde. Wij thuis hopen dat O'Sullivan Dott er zo ongenadig van langs geeft dat hij niet meer terugkomt volgend jaar. Afwachten dan maar.
Donderdag ben ik met broer Joey naar Amsterdam gegaan. Ik haalde een geboorteakte op (ik ga in mei in ondertrouw, moeten jullie weten), we aten de hot chicken-pannenkoek in het Pannekoekenhuis (waar een meisje werkte dat heel mooi zou kunnen zijn als ze niet zo chagrijnig keek), we gingen met Niels naar de ontzettend leuke film Starsky and Hutch (leve Ben Stiller en Owen Wilson!) en nog meer van dat soort dingen. Ook hebben Joey en ik nog een tijd gezocht naar een poolcentrum waar we beiden veel kwamen in de jaren 1994-1995. Geen idee hoe het heette en waar het zich bevond. Even leek het erop dat die hele zaak in de aardbodem verdwenen was, maar toen vonden we hem alsnog in de Eerste Helmersstraat: De Keu. Bleek binnen dat De Keu over twee weken zal verhuizen. We hadden het net op tijd gevonden. Binnen liep een gangster rond die keus diagonaal tegen een tafel plaatste om ze vervolgens, hopsakee, doormidden te trappen. Doodeng vind ik zulke dingen.
Gistermiddag heb ik pakken gepast. Voor de grote trouwdag. Ik heb nog niets gekocht, maar ik vond dat ik er stoer uitzag zo. Ik zou vaker pakken moeten dragen. Die staan me goed. Ook ben ik gisteren eindelijk weer naar de kapper gegaan. Het liep een beetje uit de hand.
Tijd om de tv aan te zetten. O'Sullivan tegen Dott. Langzaam sterk ik aan. Zodat ik morgen weer naar de Grote Uitgeverij kan.
V.
zaterdag 1 mei 2004
Abonneren op:
Posts (Atom)