Dit weekend zapte ik langs TMF, miraculeus genoeg de enig overgebleven muziekzender in dit land, en ik hoorde nog nét de eerste seconden van een of andere infantiele reclame voor filmpjes op je mobiele telefoon. Een duidelijk op de grens van hysterie balancerende man gilde: 'Irriteer jij je ook zo aan...'
Ja! dacht ik. Om je dóód te ergeren.
V.
OMDAT ALLEEN TEKST OOK HEEL STOER IS
Literatuur, Film, Muziek en Andere Fijne Zaken
dinsdag 22 mei 2007
maandag 21 mei 2007
EIND DEZE ZOMER IN DE WINKEL : BETAMAX
zondag 20 mei 2007
INTUSSEN WAS HET 20 MEI
'Je moet meer schrijven op die site van je,' zei de receptioniste. Dat was waar ook: ik moet hier meer schrijven, want volgens de bezoekersaantallen blijven jullie hier gewoon dagelijks komen om te kijken of er iets nieuws staat. Het zou inhumaan zijn als ik dan nooit iets schreef. Toch was ik niet meteen overtuigd, want ja, Niels en ik zouden hier meer gaan schrijven, en het zou weer worden zoals vroeger (ook al dacht ik diep vanbinnen: het wordt nooit meer als vroeger, hoor je me!), en het zou weer leuk & hip & stoer & ter zake doend worden, en we zouden iedereen weer onze meningen, onze voorkeuren én onze wil opleggen, maar eerst moest er nog van alles gebeuren:
1. Niels moest een internetaansluiting voor thuis regelen, opdat hij daar weer stukkies kon schrijven.
2. Niels zou contact opnemen met Kor, de html-tovenaar die onze site van een geheel nieuw uiterlijk zou voorzien, want dat uiterlijk zoals het nu is, dat deugt niet. (Onder aan de pagina verdwijnt bijvoorbeeld altijd een stuk tekst, om nog maar te zwijgen van die afschuwelijke pop-ups.)
3. Kor zou zeggen: hier hebben jullie dat geheel nieuwe uiterlijk, pak aan, en wij zouden hem op handen dragen.
Intussen was het 20 mei (nu ja, toen de receptioniste me zei dat ik eens wat meer moest schrijven, was het pas de 15de, maar inmiddels zijn we 4 dagen verder en staat de tijd op deze site nog altijd stil) en er veranderde helemaal niets. Ja, Niels mailde me maandag dat hij die avond nog een stukkie zou schrijven, dat dan zeker woensdag op de site zou staan, en alles zou goed komen. (Misschien moest ik me ook eens afvragen of de inspanningen van Niels en Kor werkelijk zo veel invloed zouden hebben op mijn schrijfenthousiasme. Maar dat kon later altijd nog.)
Ik vroeg de receptioniste welk onderwerp ze dan wel in gedachten had. Als zij me een onderwerp verschafte, zou ik er wel iets over schrijven. Maar die suggestie lachte ze weg. 'Ik heb het al druk genoeg met onderwerpen voor mezelf bedenken,' zei ze. En ik dacht: ik maak zelden iets mee. Ik had dan wel een snooker-WK gekeken met mijn zoon op schoot, ik had me in de Amsterdamse metro begeven zonder een kogelwerend vest te dragen en ik was een keer, zoals iemand me schreef, uiterst erudiet aan het doen in NOVA terwijl ik met een glas wijn zwaaide, maar iets meemaken om hier dan wat spitsvondigs over te kunnen schrijven, ho maar.
Later die dag trok de receptioniste een nieuwe jas aan. Die was een beetje groenig. 'Ken je mijn rode jas?' vroeg ze. Die kende ik wel. 'Welnu, eerst werd ik bespot om mijn rode jas, en tegenwoordig word ik bespot om mijn groene jas.' Wat nu? dacht ik. Probeert ze me alsnog een onderwerp te verschaffen? Wordt het dan toch nog wat met die site van me? Ik antwoordde: 'Ik zie je altijd voor me in een rode jas.' Er ging natuurlijk weinig troost uit van die woorden, dat begreep ik wel. Ik haalde dus mijn schouders op (dat deed ik niet écht, maar het klinkt wel passend, wat jullie) en ging maar eens wat avonturen beleven. Om daar dan later over te schrijven. Als Niels Kor had gemaild, en Kor ons had gemaild, en als alles hier in hippe zomerse 2007-kleuren opgemaakt zou worden. Man, wat zou dat mooi zijn.
V.
1. Niels moest een internetaansluiting voor thuis regelen, opdat hij daar weer stukkies kon schrijven.
2. Niels zou contact opnemen met Kor, de html-tovenaar die onze site van een geheel nieuw uiterlijk zou voorzien, want dat uiterlijk zoals het nu is, dat deugt niet. (Onder aan de pagina verdwijnt bijvoorbeeld altijd een stuk tekst, om nog maar te zwijgen van die afschuwelijke pop-ups.)
3. Kor zou zeggen: hier hebben jullie dat geheel nieuwe uiterlijk, pak aan, en wij zouden hem op handen dragen.
Intussen was het 20 mei (nu ja, toen de receptioniste me zei dat ik eens wat meer moest schrijven, was het pas de 15de, maar inmiddels zijn we 4 dagen verder en staat de tijd op deze site nog altijd stil) en er veranderde helemaal niets. Ja, Niels mailde me maandag dat hij die avond nog een stukkie zou schrijven, dat dan zeker woensdag op de site zou staan, en alles zou goed komen. (Misschien moest ik me ook eens afvragen of de inspanningen van Niels en Kor werkelijk zo veel invloed zouden hebben op mijn schrijfenthousiasme. Maar dat kon later altijd nog.)
Ik vroeg de receptioniste welk onderwerp ze dan wel in gedachten had. Als zij me een onderwerp verschafte, zou ik er wel iets over schrijven. Maar die suggestie lachte ze weg. 'Ik heb het al druk genoeg met onderwerpen voor mezelf bedenken,' zei ze. En ik dacht: ik maak zelden iets mee. Ik had dan wel een snooker-WK gekeken met mijn zoon op schoot, ik had me in de Amsterdamse metro begeven zonder een kogelwerend vest te dragen en ik was een keer, zoals iemand me schreef, uiterst erudiet aan het doen in NOVA terwijl ik met een glas wijn zwaaide, maar iets meemaken om hier dan wat spitsvondigs over te kunnen schrijven, ho maar.
Later die dag trok de receptioniste een nieuwe jas aan. Die was een beetje groenig. 'Ken je mijn rode jas?' vroeg ze. Die kende ik wel. 'Welnu, eerst werd ik bespot om mijn rode jas, en tegenwoordig word ik bespot om mijn groene jas.' Wat nu? dacht ik. Probeert ze me alsnog een onderwerp te verschaffen? Wordt het dan toch nog wat met die site van me? Ik antwoordde: 'Ik zie je altijd voor me in een rode jas.' Er ging natuurlijk weinig troost uit van die woorden, dat begreep ik wel. Ik haalde dus mijn schouders op (dat deed ik niet écht, maar het klinkt wel passend, wat jullie) en ging maar eens wat avonturen beleven. Om daar dan later over te schrijven. Als Niels Kor had gemaild, en Kor ons had gemaild, en als alles hier in hippe zomerse 2007-kleuren opgemaakt zou worden. Man, wat zou dat mooi zijn.
V.
maandag 30 april 2007
LICHT AAN HET EIND VAN DE TUNNEL
(Eerst wilde ik hier een lang verhaal schrijven, met allerlei zinnen zoals jullie ze hier al tientallen keren hebben gelezen, en ik wilde jullie vertellen waarover Niels en ik enkele dagen geleden zoal spraken tijdens onze lunch in een Amsterdamse broodjeszaak waar ze heel goed airconditioning zouden kunnen gebruiken, en over de boekpresentatie die we vorige week meemaakten op een Amsterdams terras, en o ja, natuurlijk zou het woord 'snooker-WK' ook nog voorbijkomen, maar waar het hele gesprek feitelijk op neerkwam, is:)
Ergens in de maand mei (en uiterlijk in juni) willen Niels en ik hier weer regelmatig gaan schrijven. Een en ander hangt af van Niels' internetaansluiting, van ons beider motivatie om de boel hier nieuw leven in te blazen, en vooral ook van de nieuwe lay-out die onze html-tovenaar ons ooit beloofde - hoe zit het ermee, Kor? -, maar dat komt dus wel goed.
En dan halen we ook eindelijk die rottige pop-ups van de site. Let maar eens op.
V.
Ergens in de maand mei (en uiterlijk in juni) willen Niels en ik hier weer regelmatig gaan schrijven. Een en ander hangt af van Niels' internetaansluiting, van ons beider motivatie om de boel hier nieuw leven in te blazen, en vooral ook van de nieuwe lay-out die onze html-tovenaar ons ooit beloofde - hoe zit het ermee, Kor? -, maar dat komt dus wel goed.
En dan halen we ook eindelijk die rottige pop-ups van de site. Let maar eens op.
V.
woensdag 28 maart 2007
IS DAT JE SHOWLOOPJE?
'Het is lente!' mailde ik gisteren aan oud-collega E. Ze antwoordde vrijwel meteen: 'Ja, ik weet nog hoe jij daar altijd helemaal van opleeft. Niet dat je in de winter niet om aan te zien was, maar toch...' Ja ja, de lente van 2007 is begonnen. Nog even en ik schud mijn winterjas van me af alsof ik hem nooit heb gemogen. Kom, lezers, fans & groupies, laten we het glas heffen op de lente van 2007.
Vanmiddag deden collega B. en ik een eerste poging, maar we hielden het bij een paar caffe lattes bij het Koffiepaleis waar het meisje werkt dat er altijd nét iets anders uitziet en er niettemin altijd nét niet in slaagt aantrekkelijk voor de dag te komen. Dit keer zat ze op haar hurken toen we het Koffiepaleis betraden en ik zei: 'Weer iets nieuws. En weer niets.' Maar de lente van 2007 biedt nieuwe perspectieven, en ook het meisje dat er altijd net iets anders uitziet leek daarvan op de hoogte.
Op weg naar het Koffiepaleis vierde ik de lente al een beetje inwendig, want collega B. vroeg me: 'Is dat je showloopje?' Ik schrok en vroeg haar wat ze daarmee wilde zeggen. Ze wilde daarmee zeggen: is dat je showloopje? Bedoelde ze misschien dat ik nog swingender en nichteriger liep dan normaal? Nee, ze bedoelde dat ik plots een showloopje had. Ik zei dat ik me even heel klein en nietig voelde. En dat ik me nu zomaar bewust was van hoe ik liep. Dat is ook de bedoeling, zei ze.
De kleine Thijs weet ook dat het lente wordt, want die glimlacht sinds kort, en wel zó aanstekelijk dat ik er iedereen over vertel. Hij is nu zes weken en zegt al heel vaak: 'Daar ben ik nu echt te oud voor.' Ook oefent hij zijn ironische blik, want hij denkt dat die blik hem nog ver zal brengen. De kleine Thijs is het me eens dat 'Keep the Car Running' en 'Hang Me Up to Dry' de liederen van dit moment zijn, al vindt hij ze niet erg bij de lente passen. Daarin verschillen we nog een beetje van mening.
Kom, laten we rosé drinken en afwachten wat de lente van 2007 ons brengt. Mij zal het een snooker-WK brengen vol bloedstollende momenten. En vergeefse voornemens om meer op deze site te schrijven. En afscheidsfeestjes van een eindeloze stoet collega's (mijn god, houdt het dan nooit op?) - al komt er af en toe ook zomaar een leuke collega bij, met een weblog nog wel. In de lente van 2007 zal ik opnieuw een manuscript lezen dat zo jaloersmakend goed is dat ik me afvraag waarom het niet hier maar daar verschijnt. In de lente van 2007 zal ik Barcelona noch Londen zien, want ik ben een jonge vader, en die hebben wel wat beters te doen. Ook in eigen land zal ik geconfronteerd worden met nóg meer halfnaakt volk dat beter thuis zou blijven met de luiken dicht en een zak over het hoofd. En ik zal mijn showloopje cultiveren - tenzij ik het met winterjas en al in een hoek werp. Ik zal mensen beledigen zonder dat ze het doorhebben, en anderen complimenteren en behagen, omdat het nodig is.
Ik vind de lente van 2007 nú al leuk.
V.
Vanmiddag deden collega B. en ik een eerste poging, maar we hielden het bij een paar caffe lattes bij het Koffiepaleis waar het meisje werkt dat er altijd nét iets anders uitziet en er niettemin altijd nét niet in slaagt aantrekkelijk voor de dag te komen. Dit keer zat ze op haar hurken toen we het Koffiepaleis betraden en ik zei: 'Weer iets nieuws. En weer niets.' Maar de lente van 2007 biedt nieuwe perspectieven, en ook het meisje dat er altijd net iets anders uitziet leek daarvan op de hoogte.
Op weg naar het Koffiepaleis vierde ik de lente al een beetje inwendig, want collega B. vroeg me: 'Is dat je showloopje?' Ik schrok en vroeg haar wat ze daarmee wilde zeggen. Ze wilde daarmee zeggen: is dat je showloopje? Bedoelde ze misschien dat ik nog swingender en nichteriger liep dan normaal? Nee, ze bedoelde dat ik plots een showloopje had. Ik zei dat ik me even heel klein en nietig voelde. En dat ik me nu zomaar bewust was van hoe ik liep. Dat is ook de bedoeling, zei ze.
De kleine Thijs weet ook dat het lente wordt, want die glimlacht sinds kort, en wel zó aanstekelijk dat ik er iedereen over vertel. Hij is nu zes weken en zegt al heel vaak: 'Daar ben ik nu echt te oud voor.' Ook oefent hij zijn ironische blik, want hij denkt dat die blik hem nog ver zal brengen. De kleine Thijs is het me eens dat 'Keep the Car Running' en 'Hang Me Up to Dry' de liederen van dit moment zijn, al vindt hij ze niet erg bij de lente passen. Daarin verschillen we nog een beetje van mening.
Kom, laten we rosé drinken en afwachten wat de lente van 2007 ons brengt. Mij zal het een snooker-WK brengen vol bloedstollende momenten. En vergeefse voornemens om meer op deze site te schrijven. En afscheidsfeestjes van een eindeloze stoet collega's (mijn god, houdt het dan nooit op?) - al komt er af en toe ook zomaar een leuke collega bij, met een weblog nog wel. In de lente van 2007 zal ik opnieuw een manuscript lezen dat zo jaloersmakend goed is dat ik me afvraag waarom het niet hier maar daar verschijnt. In de lente van 2007 zal ik Barcelona noch Londen zien, want ik ben een jonge vader, en die hebben wel wat beters te doen. Ook in eigen land zal ik geconfronteerd worden met nóg meer halfnaakt volk dat beter thuis zou blijven met de luiken dicht en een zak over het hoofd. En ik zal mijn showloopje cultiveren - tenzij ik het met winterjas en al in een hoek werp. Ik zal mensen beledigen zonder dat ze het doorhebben, en anderen complimenteren en behagen, omdat het nodig is.
Ik vind de lente van 2007 nú al leuk.
V.
maandag 19 maart 2007
KORT BINNENLANDS NIEUWS
Ik was op het Boekenbal en constateerde onder andere dat Christiaan Weijts voor een man van zestig er nog best redelijk uitziet.
Mijn nieuwe roman zal niet verschijnen onder de titel Muziek uit openstaande ramen. Wat de titel wel wordt zal ik in de toekomst op deze site onthullen.
Een scenario dat ik schreef naar een fragment uit bovenstaand boek zal door de veelbekroonde regisseur Marleen Jonkman worden verfilmd. Vanavond heb ik een bespreking met haar en haar vaste cameraman. Details volgen zodra die bekend zijn.
Woensdag vertrek ik voor tien dagen naar Zuid-Frankrijk.
N.
Mijn nieuwe roman zal niet verschijnen onder de titel Muziek uit openstaande ramen. Wat de titel wel wordt zal ik in de toekomst op deze site onthullen.
Een scenario dat ik schreef naar een fragment uit bovenstaand boek zal door de veelbekroonde regisseur Marleen Jonkman worden verfilmd. Vanavond heb ik een bespreking met haar en haar vaste cameraman. Details volgen zodra die bekend zijn.
Woensdag vertrek ik voor tien dagen naar Zuid-Frankrijk.
N.
vrijdag 9 maart 2007
DAN NU EVEN OVER MIJN PENSIOEN
Ik werd gebeld door iemand die met me wilde praten over mijn pensioen. Daar keek ik niet zo van op, het gebeurt me immers wel vaker. Dit keer was het iemand van mijn eigen bank. Ik dacht nog: als ik door mijn eigen bank word lastiggevallen met die stompzinnige pensioentelefoontjes, ga ik net zo lief naar een andere bank. Maar ik maak me nergens meer druk over tegenwoordig, en bovendien, hoe weet ik nu zeker dat ik 65 word? Waarom gaat mijn bank daar zomaar van uit? Ik vind dat helemaal niet zo vanzelfsprekend, maar daar had het meisje van mijn bank niets mee te maken, vond ik. Ik draaide er dus zo’n beetje omheen.
Er was blijkbaar een actie gaande waarbij mijn bank me aanbood om een of andere financiële tovenaar op me af te sturen, zomaar, gratis, en op een tijdstip dat mij schikte – als het verdorie maar heel snel gebeurde. Ik dacht nog aan de woorden die Elsie onlangs sprak: ‘Als jij zo vaak gebeld wordt over je pensioen, moet je je misschien eens afvragen of dat niet terecht is’, maar ik dacht: ik mag ze niet laten winnen. Ik ben daar heel recalcitrant in, dat wil ik best toegeven.
En toen nam de conversatie een wending. Het meisje van mijn bank probeerde een afspraak voor me te regelen, terwijl ik het hele gesprek tot dan toe geen moment de indruk had gewekt daarop uit te zijn. Ik vormde plots zinnen als: ‘Ik denk niet dat dat er op korte termijn in zit.’ Daar had ze even niet van terug. Althans, dat leek maar zo, want ze zei na enkele seconden: ‘Maar we hebben nú een actie. En straks is die actie er niet meer.’ Ik vroeg haar of het, als ik me dan eindelijk eens zorgen ging maken over dat fictieve pensioengat, werkelijk onmogelijk was dat ik alsnog advies inwon bij iemand van mijn bank. Nee, dat was niet onmogelijk. Maar nu was er die actie. En daarom kon er maar beter een afspraak gemaakt worden. Die kon ik dan altijd nog afzeggen.
‘U wilt dus nu een afspraak voor mij maken met zo’n adviseur, die ik vervolgens weer moet afzeggen? Dat klinkt een beetje omslachtig.’ Het meisje vond dat kennelijk ook, want ze liet merken dat het eigenlijk niet de bedoeling was dat ik onder die afspraak uit probeerde te komen. Het was voor mijn eigen bestwil en er was nú een actie en het was allemaal geheel vrijblijvend en er waren heel de tijd maar verontrustende ontwikkelingen gaande en daar kon ik maar beter op inspelen. ‘Hier zijn ook ontwikkelingen gaande,’ antwoordde ik, terwijl ik recht in de ogen van de kleine Thijs keek. Die leek me te willen zeggen: als jij niets laat doen aan je pensioengat, ben ik hier weg, makker, maar ik keek snel een andere kant op. ‘Er vinden in dit huishouden recentelijk ontwikkelingen plaats die zo ingrijpend zijn dat ik bezwaarlijk afspraken kan maken,’ hoorde ik mezelf zeggen. Waar kwam die wartaal vandaan? Er kwam nog veel meer geks, want ineens zei ik: ‘Ik denk niet dat het nu nodig is uit te weiden over mijn situatie, in dit huishouden, met al die ontwikkelingen en al, maar nee, ik bevind me werkelijk niet in de positie waarin ik zomaar afspraken kan maken. Laat staan ze af te zeggen.’
Misschien schrok het meisje van mijn bank daar een beetje van. Het gesprek was namelijk algauw afgelopen. Had ik haar in verlegenheid gebracht? Mogelijk dacht ze dat ik me in een lastig parket bevond, dat er ontwikkelingen gaande waren die zo gevoelig lagen dat ze niet over de telefoon besproken konden worden. En ik, ik hoopte stilletjes dat ik weer een paar dagen van die pensioentelefoontjes verlost bleef. De kleine Thijs intussen glimlachte, maar dat deed hij per ongeluk.
V.
Er was blijkbaar een actie gaande waarbij mijn bank me aanbood om een of andere financiële tovenaar op me af te sturen, zomaar, gratis, en op een tijdstip dat mij schikte – als het verdorie maar heel snel gebeurde. Ik dacht nog aan de woorden die Elsie onlangs sprak: ‘Als jij zo vaak gebeld wordt over je pensioen, moet je je misschien eens afvragen of dat niet terecht is’, maar ik dacht: ik mag ze niet laten winnen. Ik ben daar heel recalcitrant in, dat wil ik best toegeven.
En toen nam de conversatie een wending. Het meisje van mijn bank probeerde een afspraak voor me te regelen, terwijl ik het hele gesprek tot dan toe geen moment de indruk had gewekt daarop uit te zijn. Ik vormde plots zinnen als: ‘Ik denk niet dat dat er op korte termijn in zit.’ Daar had ze even niet van terug. Althans, dat leek maar zo, want ze zei na enkele seconden: ‘Maar we hebben nú een actie. En straks is die actie er niet meer.’ Ik vroeg haar of het, als ik me dan eindelijk eens zorgen ging maken over dat fictieve pensioengat, werkelijk onmogelijk was dat ik alsnog advies inwon bij iemand van mijn bank. Nee, dat was niet onmogelijk. Maar nu was er die actie. En daarom kon er maar beter een afspraak gemaakt worden. Die kon ik dan altijd nog afzeggen.
‘U wilt dus nu een afspraak voor mij maken met zo’n adviseur, die ik vervolgens weer moet afzeggen? Dat klinkt een beetje omslachtig.’ Het meisje vond dat kennelijk ook, want ze liet merken dat het eigenlijk niet de bedoeling was dat ik onder die afspraak uit probeerde te komen. Het was voor mijn eigen bestwil en er was nú een actie en het was allemaal geheel vrijblijvend en er waren heel de tijd maar verontrustende ontwikkelingen gaande en daar kon ik maar beter op inspelen. ‘Hier zijn ook ontwikkelingen gaande,’ antwoordde ik, terwijl ik recht in de ogen van de kleine Thijs keek. Die leek me te willen zeggen: als jij niets laat doen aan je pensioengat, ben ik hier weg, makker, maar ik keek snel een andere kant op. ‘Er vinden in dit huishouden recentelijk ontwikkelingen plaats die zo ingrijpend zijn dat ik bezwaarlijk afspraken kan maken,’ hoorde ik mezelf zeggen. Waar kwam die wartaal vandaan? Er kwam nog veel meer geks, want ineens zei ik: ‘Ik denk niet dat het nu nodig is uit te weiden over mijn situatie, in dit huishouden, met al die ontwikkelingen en al, maar nee, ik bevind me werkelijk niet in de positie waarin ik zomaar afspraken kan maken. Laat staan ze af te zeggen.’
Misschien schrok het meisje van mijn bank daar een beetje van. Het gesprek was namelijk algauw afgelopen. Had ik haar in verlegenheid gebracht? Mogelijk dacht ze dat ik me in een lastig parket bevond, dat er ontwikkelingen gaande waren die zo gevoelig lagen dat ze niet over de telefoon besproken konden worden. En ik, ik hoopte stilletjes dat ik weer een paar dagen van die pensioentelefoontjes verlost bleef. De kleine Thijs intussen glimlachte, maar dat deed hij per ongeluk.
V.
Abonneren op:
Posts (Atom)
