NIELS EN VINCENT BESTAAN 10 JAAR

zondag 28 mei 2006

VOORNEMEN

Ik zou hier wel weer eens wat willen schrijven.

Maar waaróver dan toch? Suggesties graag indienen bij de comments.

V.

woensdag 24 mei 2006

9 DAGEN IN 9 ZINNEN

16 mei
Een man met een kapot gezicht, blote voeten, pak wijn in de handen, loopt drie uur lang hetzelfde stukje straat op en neer.

17 mei
Samen met 65 totaal laveloze Catalanen sta ik in een TL-kroeg het clublied van Barca te zingen, terwijl twee verbijsterde Japanse meisjes alles op video vastleggen.

18 mei
Het meisje van de Suma is hoogstwaarschijnlijk verliefd op me.

19 mei
Ik stuur 32 gedichten op naar een niet nader te noemen persoon.

20 mei
Een Nubiaan met roze haar, met een enorm fototoestel over zijn schouder, verschijnt in mijn af te ronden roman.

21 mei
Natalie Portman had haar haar veel eerder moeten afscheren.

22 mei
Ik heb maandag altijd een onderschatte dag gevonden.

23 mei
Twee Noorse meisjes, twee Hongaarse meisjes, een Schot, twee Canadezen.

24 mei
Het hotel lag direct aan het grootste plein van het dorp, dat met de breed uitwaaierende platanen, jeu de boule-veldjes en fontein eruit zag als elk slaperig, racistisch Frans gehucht.

N.

maandag 15 mei 2006

ZAKEN DIE IK JULLIE NOOIT VERTELDE

- Er bestaat een ruimte in Amsterdam waar nagenoeg al mijn bezittingen zich bevinden. Die ruimte, ik ga niet vertellen waar die precies is, is donker, muf en ik heb de enige sleutel. Die ruimte is niet een moderne opslagplaats waar je veel geld voor moet neerleggen zodat je zeker bent dat als je je 30 jaar later zonder geld terugkeert, je spullen nog in puike toestand verkeren. Nee. Dit is een ordinaire box onder een appartementencomplex dat werd gebouwd ergens in de jaren '80. (Ik schat dat, hoor. Als het begin jaren '90 is, of eind jaren '70, geloof ik je ook.) Soms lig ik daarvan wakker. Dan denk ik: Mijn boeken! Mijn wijnkisten! Mijn tapijten! Mijn schilderijen! Mijn andere spullen! Wat als!

- Ik kan er niet zo goed tegen als mensen zeggen: 'Je kan niet schrijven "de jaren '80", je moet schrijven "de jaren '80 van de vorige eeuw".'

- In mijn jongensjaren was ik verliefd op de kinderkeizerin uit The Never Ending Story. Ik was verliefd op die hele film, keek 'm zeker drie keer per week, maar ik was vooral verliefd op de kinderkeizerin. Op Tami Stronach dus. Gisteren wist ik niet eens haar naam en nu zou ik willen dat ik nimmer, maar dan ook nimmer, het in mijn hoofd had gehaald om die film eens op te zoeken en dan in het bijzonder om er achter te komen wie in hemelsnaam de kinderkeizerin was. Laat staan dat ik foto's had willen zien van hoe ze er destijds uitzag en hoe ze, o horror, nú er uitziet. Sommige dingen kun je beter achterlaten in de droesem van je herinneringen.

- Soms kijk ik sites als deze, al weet ik totaal niet waarom.

N.

donderdag 11 mei 2006

AAAAAAARGH

Goed.

Ik had hier dus net een ont-zet-tend goed stukkie geplaatst.

Nee.

Ik zeg het verkeerd. Ik was een ont-zet-tend goed stukkie aan het schrijven. En toen knalde mijn laptop vast. Fok.

Ik laat jullie daarom - vertwijfeld, buiten zinnen, triestig, ik weet het - achter met deze killer van een understatement die ik aantrof in het kwaliteitsblad Weekend: 'Antonie Kamerling: "Ik heb niet de illusie dat ze in Amerika op mij zitten te wachten."'

(Start lachband)

N.

dinsdag 9 mei 2006

VOETNOTEN WORDEN HET HELEMAAL DEZE ZOMER!

Het lied van de week is ‘Steady as She Goes’ van The Raconteurs (1), dat ik elke ochtend hard op mijn iPod draai om de dag nóg beter te beginnen. Dat kan jullie wellicht weinig tot niets schelen, stelletje ongeïnteresseerde dwazen (2), en daarom gooi ik het in de volgende alinea over een geheel andere boeg.

Gistermiddag lunchte ik met het meisje M. Soms noem ik haar het meisje dat mooie zinnen schrijft, dan weer noem ik haar mijn protegé (3), en soms noem ik haar zelfs mijn tovenaarsleerling. We hebben elkaar slechts drie keer eerder ontmoet - dit was onze eerste heuse lunchafspraak, en feitelijk was dit zelfs ons eerste gesprek dat langer dan vijf minuten duurde -, maar ik noem het een begin van een mooie vriendschap. Ze was een bevallige zomerse verschijning, wat ik haar overigens niet vertelde (ik wil ook wel eens professioneel overkomen, verdorie (4)), en we spraken over plannen die maar eens ten uitvoer gebracht moesten worden. Ook verklapte ze me dat zij mijn missende Hyves-contact is (5) en bleken we beiden over een ex-vriend(in) in één en dezelfde Lelystadse straat te beschikken. Nu vraag ik je.

Vandaag was ik in het koffiepaleis, waar zich de afgelopen weken een meisje ophield dat iedere willekeurige voorbijganger aanklampte omdat ze een onderzoek deed. (6) Wat dat onderzoek precies inhield is me niet bijgebleven. Ik werd vooral geïntrigeerd door haar wonderlijke woorden ‘Ik studeer bij de Coffee Company’, woorden die op een vlaag van waanzin duidden, al kan het ook zijn dat ik het verkeerd verstond. Twee weken geleden sprak ze me voor het eerst aan, toen ze me probeerde te strikken voor een avondlijk onderzoek. Ik zei haar dat ik ver van de Grote Stad woonde en dat ik bezwaarlijk kon blijven rondhangen voor zo’n avondlijk onderzoek, een excuus dat er mocht zijn. Toen ik haar vorige week weer zag zitten en we elkaar blikken van herkenning toewierpen, stapte ze zomaar opnieuw op me af. Dit keer zag ze af van een avondlijk onderzoek (sterker: toen ik erover begon, was ze vergeten wanneer dat hele onderzoek überhaupt plaatsvond); nu droeg ze een meerkeuzevragenlijst bij zich die ze graag even met me zou doornemen. Ze vroeg me onder meer naar de cijfers van mijn postcode, naar mijn woonsituatie (‘samenwonend met partner, geen kinderen’) en naar mijn leeftijdscategorie. O, de blijdschap toen ik ‘20-30’ kon roepen! (7) Achteraf, maar hier vlei ik mijzelve, dacht ik: welk een slinkse truc om te weten te komen of ik vrijgezel & jeugdig & ook maar enigszins in de buurt woonachtig ben.

Ten slotte bevond ik me zaterdag op een feest waar eenieder in zwarte en witte kleuren gekleed ging. (8) Hier ontmoette ik de jeugdige stukadoor E., die mij vroeg of ik de Vincent was van de site, en me vervolgens uithoorde over het fenomeen ‘weblog’. Ik hoorde mezelf dingen zeggen als: ‘Ik maak al die dingen die ik beschrijf natuurlijk niet precies zo mee. Ik geef een draai aan de gebeurtenissen, ik leg mensen woorden in de mond. De feiten weergeven, daar heeft geen lezer iets aan. Men wil vermaakt worden. Ik stileer de boel.’ Hij hoorde me ademloos aan. Toen hij het festijn verliet kwam hij me nogmaals zijn voornaam noemen (9) en zei hij: ‘Mocht je morgen of overmorgen weer iets schrijven... op die site... denk aan mij.’ Bij dezen.

Overigens! Ik heb dit stukje van voetnoten voorzien, die dienen als de rode draad die al dit losse gewauwel aan elkaar bindt. Opdat jullie niet zullen roepen: wat hebben die tovenaarsleerling van je, en dat enquêtemeisje, en die jeugdige stukadoor, nu ja, al die lui dus, wat hebben die met elkaar te maken? (10)

V.

Noten
1) Van de vier mannen waaruit The Raconteurs bestaat, zijn er mij twee volstrekt onbekend. De anderen zijn Jack White en de zanger van het tijdloze prachtlied ‘Metarie’, Brendan Benson.
2) Hier liet ik me even gaan. Ik houd meer van jullie dan van het leven zelf.
3) Volgens de nieuwe spelling wordt ‘protegé’ (evenals ‘procedé’) voortaan met nog maar 1 accent geschreven. Ik noem dat: een curieuze wijziging.
4) Te laat.
5) Over het mysterie rond mijn missende Hyves-contact schreef ik hier al op 27 maart. Het was een spanningsboog als geen ander, geef toe!
6) Vandaag was ze er niet meer, maar voor mijn verhaal maakt het weinig uit.
7) Even dacht ik dat dit mijn laatste kans was. Later bedacht ik: volgend jaar ben ik weliswaar 30, maar dan kan ik nog altijd ‘20-30’ roepen. Ik zou wel gek zijn om dan ’30-40’ te roepen.
8) Er zijn mensen die beweren dat zwart en wit geen kleuren zijn. Zulke mensen verfoei ik. Zulke mensen toon ik mijn middelvinger. Het zijn dezelfde mensen die als je na twaalf uur ’s avonds ‘Tot morgen’ zegt, meteen antwoorden: ‘Het ís al morgen.’ Pft.
9) Die voornaam luidt Elmo. En dan stileer ik helemaal níets.
10) Jullie mogen me niettemin mailen op het adres dat jullie rechtsboven in die balk zien staan.

dinsdag 2 mei 2006

PROVIDERMEISJE

'Je mag wel weer eens wat schrijven op die site van je,' zei collega B. toen ze voor de zoveelste keer vergeefs kwam kijken of er al iets nieuws stond. 'Geef me wat materiaal en ik schrijf,' antwoordde ik haar, maar de pijnlijke stilte die toen viel leverde niets op, zodat jullie het moeten doen met onderstaand stukkie.

Waarin ik tevreden vaststel dat eenieder die op de termen 'bioscoop must see delft' zoekt - of op een willekeurige combinatie van minstens drie van deze woorden - op deze site uitkomt. Die bioscoop opent vanavond zijn deuren. De lokale kranten schrijven er al weken over, waardoor ik onder meer te weten kwam dat Thom Hoffman aanwezig zal zijn bij de grote opening, en dat er zelfs meer (meer!) sterren (sterren!) aanwezig zullen zijn in de toekomst. Ik sta hier wijselijk niet al te lang stil bij de foto die vorige week de voorpagina van de lokale krant sierde, waarop enkele reuzen van een of ander studentengezelschap uitzinnig grijnzend de lens in keken, omdat ze dankzij de enorme stoelen van de Must See in Delft nooit meer blauwe knieën zouden hebben. Ik zeg: wie tot op heden de bioscoop met blauwe knieën verliet, was uit op blauwe knieën. Die wilde blauwe knieën. Ik wind er verdorie geen doekjes om. Hoe dan ook: de Must See in Delft is geopend, jongens en meisjes. Leve de bioscoop waar het concept 'beleving' centraal staat. Leve de 'loveseats'. Leve de gouden toiletten. Ik zal er snel eens gaan kijken - als ik er nog naar binnen mag, want men schijnt te denken dat ik mijn mening al gevormd heb, hetgeen vanzelfsprekend een misvatting is.

En dan dit. Gistermiddag werd ik op een druk punt gebeld door een 'onbekend nummer'. Eerst liet ik de telefoon een paar keer overgaan, omdat ik vind dat men best even geduld mag hebben - zeker als men onbekend is. Vervolgens nam ik op met mijn intussen zo vermaarde begroeting. (Ik herhaal die vermaarde begroeting hier niet, jullie kennen die immers.) Het meisje dat me belde introduceerde zichzelve als iemand die werkzaam is voor mijn telefoonprovider. Ik stuurde die telefoonprovider onlangs een brief waarin ik mijn abonnement beëindigde. Ik had dus al een vermoeden waar het gesprek heen zou gaan. Ze vroeg of ze gelegen belde. 'Nee,' zei ik haar, 'ik sta op een druk punt.' Ik stond intussen bij een stoplicht en ik keek alvast goed om me heen of er wellicht nog een drukker punt in de buurt was waar ik heen kon. Ik overwoog nog even om voor een fiets te springen en met veel kabaal en misbaar te gronde te storten, maar het meisje zei al: 'Ik hoor het, meneer. Wat een herrie. Ik bel u vanavond nog even.'

Gisteravond belde het onbekende nummer me opnieuw. Dat is het meisje van de telefoonprovider, dacht ik. Ze vermoedt dat ze me terugbelt op een geschikter tijdstip. Ze denkt dat ik me inmiddels wellicht op een rustiger punt bevind - wat zou een man in de bloei van zijn leven tenslotte heel de dag voor een stoplicht rondhangen? Op dat moment bevond ik me echter, je zult het net zien, wederom op een druk punt; ik liep namelijk naar de tram met een collega, tegen wie ik zei: 'Kijk eens, ik word gebeld door een onbekend nummer. Geen nood, hoor, het is het meisje van mijn telefoonprovider maar.' Ik dacht: als er werkelijk iets gaande is, spreekt dat meisje wel iets in op mijn voicemail.

Vandaag werd ik wel viermaal gebeld door het onbekende nummer. Ik begin een beetje medelijden te krijgen met het meisje dat me zo graag eens zou spreken. Maar nét niet genoeg medelijden om op te nemen. Ze heeft mijn voicemail nog altijd niet ingesproken. Het is nu al zo ver gekomen dat ik zo'n druk punt niet eens meer opzoek. Soms ga ik - dat mogen jullie best weten - opzettelijk op een punt staan waar de rust allesoverheersend is en laat ik de telefoon eindeloos overgaan. Ik moet daar dan een beetje bij gniffelen.

Het besef dat ze me elk moment weer kan bellen, vind ik niets minder dan hartverwarmend.

V.