De kleine Thijs kan al heel goed wantrouwig kijken naar mensen. Al dwaalt zijn blik soms ook af naar het plafond, of een kast, of een vloerkleed, en bij al die dingen lijkt hij te denken: wat een amateuristische bedoening is het hier, wacht maar tot ik groot ben. Hij houdt ervan op zijn linkerzij te slapen. Maar hij houdt niet minder van op zijn rechterzij slapen. Hij heeft nog maar weinig hobby's, maar hij stelt het op prijs als je hem een beetje wiegend ronddraagt en als je reageert op de geluiden die hij maakt. Hij vindt het fijn om in bad te gaan, maar op sommige dagen denkt hij daar heel anders over. Het liefst van alles wordt hij gevoed, en dat zo'n zes à zeven keer per dag, waar alleen zijn moeder hem bij kan helpen. Hij moet zich intussen dus wel afvragen wat mijn functie in het geheel is.
De kleine Thijs gaat veel op de foto. Hij heeft al een boel haar, en hij krabt zichzelf vaak onbedoeld met een van zijn tien minuscule vingernagels. Hij gaat voornamelijk gekleed in de kleuren blauw, wit en bruin. Hij heeft nog geen idee dat hij Thijs heet. Hij heeft geen mening over onze katten, maar zij duidelijk wel over hem. Hij zegt daarover: ze trekken wel bij, gun ze wat tijd. Hij wordt 's nachts vaak wakker rond halfdrie, en dan rond zes uur nog een keer. Hij weegt al meer dan bij zijn geboorte en we denken dat al dat gewicht in zijn wangen is gaan zitten. Als iemand langskomt om kennis met hem te maken, slaapt Thijs soms gerust door die hele ontmoeting heen.
De kleine Thijs krijgt soms al post, al is die doorgaans gericht aan 'de ouders/verzorgers van'. Hij deelt zijn verjaardag met beroemdheden die vermoedelijk allemaal alweer vergeten zijn tegen de tijd dat we het hem kunnen vertellen: Jennifer Aniston, Burt Reynolds, Brandy, Sheryl Crow, Leslie Nielsen, D'Angelo, Ria Valk, Sergio Mendes en Rafael van der Vaart. Hij spreidt zijn handen soms alsof hij wil zeggen: ooit zal dit alles van mij zijn. Hij lijkt soms al te glimlachen. Hij houdt erg van Winnie de Poeh - althans, dat hopen we vurig, aangezien zijn kamertje volhangt met diens beeltenis. Hij vindt krampjes niet leuk en maakt dat altijd kenbaar. Hij wil heus wel snooker met me kijken, maar, zo zei hij me: de Welsh Open zegt me gewoon niet zoveel, en ik wacht liever even tot ik zelf mijn hoofd overeind kan houden - dus misschien het WK dan maar, in april?
Hij liet 39 weken en 4 dagen op zich wachten, maar afgelopen zondag 11 februari werd hij dan toch om 11.38 uur geboren te Delft: Thijs Jan Schmitz. Elsie en ik zijn heel gelukkig met hem.
V.
OMDAT ALLEEN TEKST OOK HEEL STOER IS
Literatuur, Film, Muziek en Andere Fijne Zaken
zaterdag 17 februari 2007
donderdag 1 februari 2007
IN AFWACHTING
Sommige mensen hier thuis beginnen hun geduld te verliezen. Zo betrap ik Elsie er tegenwoordig af en toe op dat ze ‘Kom er eens uit!’ tegen haar buik roept. Ze belde me vanmorgen op de Grote Uitgeverij, om me te vertellen dat hij er nog steeds niet uit kwam, en ik zei haar dat het niet gaf, en dat ze nog even geduld moest hebben, omdat het immers pas over 13 dagen zover zou zijn. (Het kan natuurlijk wat eerder of later worden, maar sinds vandaag zijn we er alvast van overtuigd dat het een februarikindje wordt.)
Mijn ongeboren zoon zelf intussen protesteert als zijn moeder haar ene been over het andere slaat. Of als ze op haar zij gaat liggen. Of als ze wil slapen. Of als ze luistert naar grungeplaten uit 1991. Toen ik haar vroeg waarom ze dat deed, antwoordde ze: ‘Ik dacht dat hij er dan misschien wel uit zou komen.’
Ikzelf vraag me intussen af of ik over twee maanden samen met mijn zoon naar het WK snooker zal kijken. En of hij nog even wacht met de woorden ‘Ga je me eigenlijk nog eens leren voetballen, makker?’ En of hij wel weet dat hij er binnenkort eens uit moet komen, omdat zijn moeder hem anders komt halen.
V.
Mijn ongeboren zoon zelf intussen protesteert als zijn moeder haar ene been over het andere slaat. Of als ze op haar zij gaat liggen. Of als ze wil slapen. Of als ze luistert naar grungeplaten uit 1991. Toen ik haar vroeg waarom ze dat deed, antwoordde ze: ‘Ik dacht dat hij er dan misschien wel uit zou komen.’
Ikzelf vraag me intussen af of ik over twee maanden samen met mijn zoon naar het WK snooker zal kijken. En of hij nog even wacht met de woorden ‘Ga je me eigenlijk nog eens leren voetballen, makker?’ En of hij wel weet dat hij er binnenkort eens uit moet komen, omdat zijn moeder hem anders komt halen.
V.
maandag 22 januari 2007
TOEN IK ZOMAAR DRIE PASFOTO'S VERLOOR
Onlangs liet ik nieuwe pasfoto's maken. De Delftse fotozaak waar ik dat liet doen bleek zomaar verplaatst, maar uiteindelijk vond ik hem en ik nam plaats op de kruk waarop je plaats dient te nemen als je nieuwe pasfoto's nodig hebt. Ik moest er eerst een trapje voor af, maar dat vond ik niet bezwaarlijk; er mag best iets tegenover staan. De fotograaf vroeg me of ik de pasfoto's nodig had voor een paspoort, want dan moet je aanzienlijk serieuzer kijken dan op andere foto's, en bovendien moet je hoofd precies binnen een bepaald kader passen. Hij keek er zorgelijk bij, alsof hij bij god niet wist hoe hij dat hoofd van mij in een kader ging proppen, maar ik glimlachte op de mij zo bekende wijze en ik zei hem: 'Welnee, het is maar voor een treinabonnement.' Hij ontspande zich, drukte af en duidde op de muur rechts van me, waar ik mijn tot enorme proporties opgeblazen hoofd afgebeeld zag. Ik keek heel serieus, dat zag ik wel. Maar de fotograaf vond dat geen probleem. Zo kon ik de foto eventueel nog eens voor een paspoort gebruiken. Afgezien van dat kader dan, en mijn cartooneske hoofd. (Dat laatste zei hij er niet bij, maar ik geef hier graag uitdrukking aan mijn onzekerheid.)
Dan nu de draai in dit verhaal. De wending. Dat wat je nooit aan kon zien komen. Ik gebruikte een van de vier foto's voor mijn nieuwe treinabonnement. De andere drie foto's liet ik in het kleine mapje zitten dat ik erbij kreeg. En dat kleine mapje nu, dat is verdwenen. Ik heb er uitputtend naar gezocht (wat inhoudt dat ik twee keer in mijn portemonnee heb gekeken, twee keer in een lade in de huiskamer waar ik nog wel eens iets terugvind, en één keer in de zwarte tas die ik altijd bij me draag), maar: niets gevonden. Ik ben zomaar drie foto's kwijt waarop ik serieuzer kijk dan strikt noodzakelijk.
Elsie zei me gisteren dat ze misschien gestolen zijn. Dat iemand ze uit mijn portemonnee geroofd heeft. Ja, ze had er ideeën over. 'Ik denk dat een meisje dat verliefd op je is ze gestolen heeft. En dat een van die foto's nu in haar eigen portemonnee zit. Een andere hangt boven haar bed, en de derde gebruikt ze voor een soort altaar. Ze is namelijk niet helemaal goed bij haar hoofd.' Ik zag wel iets in haar gedachtegang, maar dat van dat altaar had ik liever niet geweten. Toch was ik enigszins gerustgesteld en ik zei: 'Je gaat er dus wel van uit dat het om een zij gaat?'
Eigenlijk zou ik wel graag weten waar mijn pasfoto's zijn gebleven. Zoals ik ook graag zou weten waarom ik de afgelopen weken al twee keer in mijn slaap heb gepraat. Volgens Elsie ben ik ook dán op zoek naar voorwerpen, zij het voorwerpen die ze volstrekt niet kan plaatsen. Misschien word ik wel gewoon oud en slordig en kreupel en vergeetachtig en raak ik steeds meer dingen kwijt.
Ik reken op jullie hulp.
V.
Dan nu de draai in dit verhaal. De wending. Dat wat je nooit aan kon zien komen. Ik gebruikte een van de vier foto's voor mijn nieuwe treinabonnement. De andere drie foto's liet ik in het kleine mapje zitten dat ik erbij kreeg. En dat kleine mapje nu, dat is verdwenen. Ik heb er uitputtend naar gezocht (wat inhoudt dat ik twee keer in mijn portemonnee heb gekeken, twee keer in een lade in de huiskamer waar ik nog wel eens iets terugvind, en één keer in de zwarte tas die ik altijd bij me draag), maar: niets gevonden. Ik ben zomaar drie foto's kwijt waarop ik serieuzer kijk dan strikt noodzakelijk.
Elsie zei me gisteren dat ze misschien gestolen zijn. Dat iemand ze uit mijn portemonnee geroofd heeft. Ja, ze had er ideeën over. 'Ik denk dat een meisje dat verliefd op je is ze gestolen heeft. En dat een van die foto's nu in haar eigen portemonnee zit. Een andere hangt boven haar bed, en de derde gebruikt ze voor een soort altaar. Ze is namelijk niet helemaal goed bij haar hoofd.' Ik zag wel iets in haar gedachtegang, maar dat van dat altaar had ik liever niet geweten. Toch was ik enigszins gerustgesteld en ik zei: 'Je gaat er dus wel van uit dat het om een zij gaat?'
Eigenlijk zou ik wel graag weten waar mijn pasfoto's zijn gebleven. Zoals ik ook graag zou weten waarom ik de afgelopen weken al twee keer in mijn slaap heb gepraat. Volgens Elsie ben ik ook dán op zoek naar voorwerpen, zij het voorwerpen die ze volstrekt niet kan plaatsen. Misschien word ik wel gewoon oud en slordig en kreupel en vergeetachtig en raak ik steeds meer dingen kwijt.
Ik reken op jullie hulp.
V.
dinsdag 9 januari 2007
AVONDLIJKE KENNISMAKING
Zelf draag ik ook wel eens een baard, maar nooit droeg ik zo'n baard als de man die me gisteravond staande hield toen ik uitstapte bij de bushalte bij mijn huis. ('Bij mijn huis' is een ruim begrip, want ik moet vervolgens een roteind omlopen, omdat onze wijk-in-aanbouw nog altijd slechts één toegangspoort kent, en daar ligt weer geen bushalte bij.) Die bushalte heet Revalidatiecentrum en bevindt zich bij het Reinier de Graaf Gasthuis, het lokale ziekenhuis.
Wat een baard draagt die man, dacht ik nog, en als ik zeg dat hij me staande hield, verwoord ik het niet geheel correct, want hij hield ook zichzélf staande. Hij was immers op de fiets en nu was hij zomaar afgestapt. Wat gek, zo'n oude afgetakelde zwerver met een mottige baard op een fiets, dacht ik nog, en ik zette de muziek maar even af, want ik mag dan een hippe nieuwe iPod bij me dragen, dat wil niet zeggen dat je daar altijd maar naar moet luisteren, ook niet als een of andere bebaarde junk op een fiets je aanhoudt. Het was al donker. En het regende een beetje. Ik had dat er nog niet bij gezegd, tegen jullie, in dit stukje, maar ik vermeld het toch maar even.
Ik verstond hem niet, dat ook nog eens. Ik dacht dat hij me vroeg waar het Reinier de Graafpad was. En dat hij zei: 'Jij woont hier.' 'Wat zegt u?' vroeg ik, en hij murmelde dezelfde zinnen. Iets met 'Reinier de Graafpad' en 'woon hier'. Ik vond het intussen wel weer genoeg worden, maar hij maakte geen aanstalten om verder te gaan, en we stonden hier nu toch, dus waarom dan geen gesprek aanknopen.
Ik verzamelde moed en antwoordde: 'Ik weet niet waar het Reinier de Graafpad is, maar aangezien het Reinier de Graaf Gasthuis hier is' - ik wees hem op de letters op het gebouw, en die spelden 'Reinier de Graaf Gasthuis', dus dat zat wel goed -, 'dat het Reinier de Graafpad hier niet ver vandaan is.'
'Dat zeg ik!' zei de man met de baard. 'Daar is het Reinier de Graafpad. Daar woon ik.' Het ijs leek nu gebroken en even was ik bang dat hij me van mijn hippe nieuwe iPod wilde ontdoen, wat me een beetje merkwaardig leek, want zo'n leuke muziekspeler had hem helemaal niet gestaan. 'Ik eet je op,' zei hij toen ineens. (En misschien moet ik dit even toelichten: onlangs zat ik in dezelfde stadsbus waar ik net uit was gestapt en in die stadsbus zat een zwartrijder. Een buschauffeur die hem op dat zwartrijden aansprak werd uitgekafferd en de zwartrijder bleef maar 'Ik eet je op' tegen de chauffeur roepen. Dat jullie, de fans, de lezers, de groupies, niet denken: wat een rare associaties houdt die jongen erop na. 'Ik eet je op' is gewoon gangbare Delftse straattaal.)
'Wat zei u?' vroeg ik, en ik wilde nu best wel weer eens doorlopen, naar huis toe, waar het warm was, en licht, dat ook, en waar het niet regende, en waar zich nooit mannen met baarden bevonden (tenzij ik er weer eens een laat staan, of wie weet, over een jaar of zestien, onze zoon - maar die moet nog geboren worden, en zindelijk worden, en het alfabet leren, en wat niet al, dus laat ik niet te ver vooruitkijken). 'Rob. Ik heet Rob,' sprak de man nu, en dat luchtte wel even op, al liet ik dat niet blijken. 'Hoe heet jij?' Liegen leek me ongepast, in dit prille stadium van onze vriendschap. Ik was weliswaar niet úit op een vriendschap, maar Rob duidelijk wel, en ik wilde niet onbeleefd zijn. Ik vond het maar een onaangename bedoening. Ik wilde naar huis. Ik wilde niet weten waar het Reinier de Graafpad lag, en wie daar zoal woonde, en ik wilde niet dat Rob 'je' tegen me zei en ik wilde ook niet dat hij me opat, en sterker nog, ik wilde hem mijn naam niet vertellen, maar ik deed het toch, en ik zei: 'Vincent', en ik dacht: ik had hem wel alles wijs kunnen maken, Rob was er nooit achter gekomen, tenzij hij hier vaker fietst, en me vaker staande houdt, en o gruwel, een band opbouwt met me. Ik had hem wel kunnen vertellen dat ik Jimmy heette, of Gaston, of Zeus, maar nee hoor, niets van dat al.
'Vincent... Wat een mooie jas heb jij aan, Vincent.' Even dacht ik dat ik hem weer niet goed had verstaan. Ik zei ook even niets, geloof ik. Totdat ik tóch iets zei, namelijk: 'Dankjewel.' Ik ben immers erg gevoelig voor complimenten, ook als ze gesproken worden door ouwe vieze fietsers met een baard. En ik dráág een mooie jas, het mag wel eens gezegd worden. Maar zo was het wel weer genoeg, dacht Rob kennelijk. Hij stapte op zijn fiets, zei nog 'Dag' en ging ervandoor.
Een beetje vreemd was het wel. Toen ik het Elsie thuis vertelde, concludeerde ze: 'Hij vertelde je waar hij woonde, hij stelde zich voor, hij vroeg hoe je heette en hij maakte je een compliment? Die man zag je lopen en dacht gewoon: wat een leuke homo loopt daar.'
V.
Wat een baard draagt die man, dacht ik nog, en als ik zeg dat hij me staande hield, verwoord ik het niet geheel correct, want hij hield ook zichzélf staande. Hij was immers op de fiets en nu was hij zomaar afgestapt. Wat gek, zo'n oude afgetakelde zwerver met een mottige baard op een fiets, dacht ik nog, en ik zette de muziek maar even af, want ik mag dan een hippe nieuwe iPod bij me dragen, dat wil niet zeggen dat je daar altijd maar naar moet luisteren, ook niet als een of andere bebaarde junk op een fiets je aanhoudt. Het was al donker. En het regende een beetje. Ik had dat er nog niet bij gezegd, tegen jullie, in dit stukje, maar ik vermeld het toch maar even.
Ik verstond hem niet, dat ook nog eens. Ik dacht dat hij me vroeg waar het Reinier de Graafpad was. En dat hij zei: 'Jij woont hier.' 'Wat zegt u?' vroeg ik, en hij murmelde dezelfde zinnen. Iets met 'Reinier de Graafpad' en 'woon hier'. Ik vond het intussen wel weer genoeg worden, maar hij maakte geen aanstalten om verder te gaan, en we stonden hier nu toch, dus waarom dan geen gesprek aanknopen.
Ik verzamelde moed en antwoordde: 'Ik weet niet waar het Reinier de Graafpad is, maar aangezien het Reinier de Graaf Gasthuis hier is' - ik wees hem op de letters op het gebouw, en die spelden 'Reinier de Graaf Gasthuis', dus dat zat wel goed -, 'dat het Reinier de Graafpad hier niet ver vandaan is.'
'Dat zeg ik!' zei de man met de baard. 'Daar is het Reinier de Graafpad. Daar woon ik.' Het ijs leek nu gebroken en even was ik bang dat hij me van mijn hippe nieuwe iPod wilde ontdoen, wat me een beetje merkwaardig leek, want zo'n leuke muziekspeler had hem helemaal niet gestaan. 'Ik eet je op,' zei hij toen ineens. (En misschien moet ik dit even toelichten: onlangs zat ik in dezelfde stadsbus waar ik net uit was gestapt en in die stadsbus zat een zwartrijder. Een buschauffeur die hem op dat zwartrijden aansprak werd uitgekafferd en de zwartrijder bleef maar 'Ik eet je op' tegen de chauffeur roepen. Dat jullie, de fans, de lezers, de groupies, niet denken: wat een rare associaties houdt die jongen erop na. 'Ik eet je op' is gewoon gangbare Delftse straattaal.)
'Wat zei u?' vroeg ik, en ik wilde nu best wel weer eens doorlopen, naar huis toe, waar het warm was, en licht, dat ook, en waar het niet regende, en waar zich nooit mannen met baarden bevonden (tenzij ik er weer eens een laat staan, of wie weet, over een jaar of zestien, onze zoon - maar die moet nog geboren worden, en zindelijk worden, en het alfabet leren, en wat niet al, dus laat ik niet te ver vooruitkijken). 'Rob. Ik heet Rob,' sprak de man nu, en dat luchtte wel even op, al liet ik dat niet blijken. 'Hoe heet jij?' Liegen leek me ongepast, in dit prille stadium van onze vriendschap. Ik was weliswaar niet úit op een vriendschap, maar Rob duidelijk wel, en ik wilde niet onbeleefd zijn. Ik vond het maar een onaangename bedoening. Ik wilde naar huis. Ik wilde niet weten waar het Reinier de Graafpad lag, en wie daar zoal woonde, en ik wilde niet dat Rob 'je' tegen me zei en ik wilde ook niet dat hij me opat, en sterker nog, ik wilde hem mijn naam niet vertellen, maar ik deed het toch, en ik zei: 'Vincent', en ik dacht: ik had hem wel alles wijs kunnen maken, Rob was er nooit achter gekomen, tenzij hij hier vaker fietst, en me vaker staande houdt, en o gruwel, een band opbouwt met me. Ik had hem wel kunnen vertellen dat ik Jimmy heette, of Gaston, of Zeus, maar nee hoor, niets van dat al.
'Vincent... Wat een mooie jas heb jij aan, Vincent.' Even dacht ik dat ik hem weer niet goed had verstaan. Ik zei ook even niets, geloof ik. Totdat ik tóch iets zei, namelijk: 'Dankjewel.' Ik ben immers erg gevoelig voor complimenten, ook als ze gesproken worden door ouwe vieze fietsers met een baard. En ik dráág een mooie jas, het mag wel eens gezegd worden. Maar zo was het wel weer genoeg, dacht Rob kennelijk. Hij stapte op zijn fiets, zei nog 'Dag' en ging ervandoor.
Een beetje vreemd was het wel. Toen ik het Elsie thuis vertelde, concludeerde ze: 'Hij vertelde je waar hij woonde, hij stelde zich voor, hij vroeg hoe je heette en hij maakte je een compliment? Die man zag je lopen en dacht gewoon: wat een leuke homo loopt daar.'
V.
woensdag 3 januari 2007
O JA, DIE JAAROVERZICHTEN
Ik was ze bijna vergeten, die overzichten. Hier zijn ze dan, allemaal op alfabetische volgorde.
DE 7 BOEKEN VAN HET JAAR
Truman Capote, In koelen bloede
Arnon Grunberg, Tirza
Michel Houellebecq, Mogelijkheid van een eiland
David Mitchell, Dertien
Philip Roth, Alleman
Zadie Smith, Over schoonheid
Tommy Wieringa, Joe Speedboot
DE 7 FILMS VAN HET JAAR
Los Amantes del Círculo Polar
Broken Flowers
Capote
Crash
In Cold Blood
Me and You and Everyone We Know
Walk the Line
DE TV-SERIE VAN HET JAAR
24
DE 9 CD’S VAN HET JAAR
The Beatles, Love
Miles Davis, Kind of Blue
Johan, Thx Jhn
King Creosote, Rocket D.I.Y.
Damien Rice, 9
Snow Patrol, Eyes Open
Sufjan Stevens, Come On Feel the Illinoise!
Anna Ternheim, Somebody Outside
Martha Wainwright, Martha Wainwright
V.
DE 7 BOEKEN VAN HET JAAR
Truman Capote, In koelen bloede
Arnon Grunberg, Tirza
Michel Houellebecq, Mogelijkheid van een eiland
David Mitchell, Dertien
Philip Roth, Alleman
Zadie Smith, Over schoonheid
Tommy Wieringa, Joe Speedboot
DE 7 FILMS VAN HET JAAR
Los Amantes del Círculo Polar
Broken Flowers
Capote
Crash
In Cold Blood
Me and You and Everyone We Know
Walk the Line
DE TV-SERIE VAN HET JAAR
24
DE 9 CD’S VAN HET JAAR
The Beatles, Love
Miles Davis, Kind of Blue
Johan, Thx Jhn
King Creosote, Rocket D.I.Y.
Damien Rice, 9
Snow Patrol, Eyes Open
Sufjan Stevens, Come On Feel the Illinoise!
Anna Ternheim, Somebody Outside
Martha Wainwright, Martha Wainwright
V.
donderdag 28 december 2006
BERICHT GESCHREVEN IN EEN SCHIMMIG INTERNETCAFÉ
Nog steeds geen internet. Je vraagt je af hoe het komt dat ik nog leef. Nu wás ik bijna dood. Een zenuw in mijn been was verrot vanbinnen. Eigenlijk nog steeds, maar wat minder. Ik kan bijvoorbeeld hier zitten, hier, in dit internetcafé, en iets aan jullie schrijven, terwijl ik er vorige week drieënhalf uur over deed om uit bed te komen. En toen lag ik er pas net een uurtje een beetje normaal in. O, de devotie en toewijding.
Wekenlang strompelde ik schreeuwend van de pijn door het huis, bijkans hallucinerend van de zwaarste medicijnen die me ooit voorgeschreven waren. Daarna gebeurden er een hele hoop surrealistische dingen, die niet eens toe te schrijven waren aan die medicatie, maar er desalniettemin behoorlijk in hakten.
En toen gebeurden er dingen die heel goed en leuk en opwindend waren, op alle fronten.
Daarover schrijf ik vast nog wel eens.
Maar niet nu. Niet hier.
Misschien lees ik die dingen wel voor, aanstaande zaterdag in De Balie. Je vindt hier meer informatie. Ik weet het: het klinkt allemaal nogal vaag en ik heb nog geen idee wat ik ga doen - ik sta niet eens op de line-up (kun je nagaan hoe undergroundgoed ik eigenlijk ben) -, en hoe, maar er was sprake van een salon, zo zei de jongen van de organisatie, en van een grote zaal, lezingen, chats, fingerfood-dj's, cocktails, blikken playmates en weet ik al niet, en dan zeg ik, verdoofd van de morfine, dus gewoon: ja hoor, ik doe dat wel, ik werk mee.
Zonder cynisme: het lijkt me een goeie avond, dus wees erbij en hoor misschien wel als een van de allereersten ter wereld fragmenten uit Muziek uit openstaande ramen. Of geef me een drankje en ik zet zomaar een krabbel op welk stukje papier je ook maar bij je hebt.
Het beste en tot gauw,
N.
Wekenlang strompelde ik schreeuwend van de pijn door het huis, bijkans hallucinerend van de zwaarste medicijnen die me ooit voorgeschreven waren. Daarna gebeurden er een hele hoop surrealistische dingen, die niet eens toe te schrijven waren aan die medicatie, maar er desalniettemin behoorlijk in hakten.
En toen gebeurden er dingen die heel goed en leuk en opwindend waren, op alle fronten.
Daarover schrijf ik vast nog wel eens.
Maar niet nu. Niet hier.
Misschien lees ik die dingen wel voor, aanstaande zaterdag in De Balie. Je vindt hier meer informatie. Ik weet het: het klinkt allemaal nogal vaag en ik heb nog geen idee wat ik ga doen - ik sta niet eens op de line-up (kun je nagaan hoe undergroundgoed ik eigenlijk ben) -, en hoe, maar er was sprake van een salon, zo zei de jongen van de organisatie, en van een grote zaal, lezingen, chats, fingerfood-dj's, cocktails, blikken playmates en weet ik al niet, en dan zeg ik, verdoofd van de morfine, dus gewoon: ja hoor, ik doe dat wel, ik werk mee.
Zonder cynisme: het lijkt me een goeie avond, dus wees erbij en hoor misschien wel als een van de allereersten ter wereld fragmenten uit Muziek uit openstaande ramen. Of geef me een drankje en ik zet zomaar een krabbel op welk stukje papier je ook maar bij je hebt.
Het beste en tot gauw,
N.
zondag 24 december 2006
DE LIEDEREN DIE ERTOE DEDEN IN 2006
Ja, leuk, jaaroverzichten! Op deze site gebeurt al tijden helemaal niets meer, dus dan kunnen we de draad net zo goed oppakken met zo'n hip jaaroverzicht. De komende weken zal ik hier weer meer schrijven - wat Niels betreft kan ik weinig beloven, want die beschikt momenteel niet over internet. Een site volschrijven en geen internet hebben, dat gaat maar zelden samen.
(En weten jullie nog dat ik jullie ongeveer een halfjaar geleden vertelde over de html-tovenaar die deze site van een nieuwe vormgeving zou voorzien? Het heeft allemaal wat lang geduurd, maar het schijnt dat we in 2007 dan écht nieuwe kleuren, nieuwe letters en nieuwe kaders krijgen.)
We beginnen de jaaroverzichten traditioneel met de Liederen Die Ertoe Deden dit jaar - later volgt meer. En voor je het weet schrijven we hier weer normale stukkies.
De Liederen der Liederen van 2006
Belle and Sebastian, Funny Little Frog
Cody Chesnutt, 5 on a Joyride
The Faces, Ooh La La
Gnarls Barkley, Crazy
Johan, Coming In from the Cold
The Kooks, Ooh La
John Legend, Save Room
Snow Patrol & Martha Wainwright, Set Fire to the Third Bar
Spinvis, Bijt mijn tong af
Anna Ternheim, I’ll Follow You Tonight
Liederen Die Er Ook Nog Toe Deden in 2006
Tori Amos, 1,000 Oceans
Corinne Bailey Rae, Like a Star
Devendra Banhart, Heard Somebody Say
Bloc Party, Two More Years
Calexico, Bisbee Blue
Cat Power, The Greatest
Death Cab for Cutie, Summer Skin
Feeder, Piece by Piece
Fruit Bats, Seaweed
Goldrush, Wait for the Wheels
Joey, Spy vs Spy
King Creosote, Klutz
Sondre Lerche, Track You Down
The Long Winters, Delicate Hands
Muse, Supermassive Black Hole
My Morning Jacket, I Will Be There When You Die
Orson, No Tomorrow
Peter, Bjorn & John, Young Folks
An Pierlé, Closing Time
The Raconteurs, Steady As She Goes
Joshua Radin, Winter
Razorlight, America
Damien Rice, Rootless Tree
Scissor Sisters, I Don’t Feel Like Dancing
Smog, Cold Blooded Old Times
Sufjan Stevens, To Be Alone with You
Thirteen Senses, Into the Fire
Tracey Thorn, Plain Sailing
Justin Timberlake, SexyBack
Ben Watt, North Marine Drive
Al even traditioneel: laat het me weten als ik dingen heb gemist in 2006! Bij de comments graag.
V.
(En weten jullie nog dat ik jullie ongeveer een halfjaar geleden vertelde over de html-tovenaar die deze site van een nieuwe vormgeving zou voorzien? Het heeft allemaal wat lang geduurd, maar het schijnt dat we in 2007 dan écht nieuwe kleuren, nieuwe letters en nieuwe kaders krijgen.)
We beginnen de jaaroverzichten traditioneel met de Liederen Die Ertoe Deden dit jaar - later volgt meer. En voor je het weet schrijven we hier weer normale stukkies.
De Liederen der Liederen van 2006
Belle and Sebastian, Funny Little Frog
Cody Chesnutt, 5 on a Joyride
The Faces, Ooh La La
Gnarls Barkley, Crazy
Johan, Coming In from the Cold
The Kooks, Ooh La
John Legend, Save Room
Snow Patrol & Martha Wainwright, Set Fire to the Third Bar
Spinvis, Bijt mijn tong af
Anna Ternheim, I’ll Follow You Tonight
Liederen Die Er Ook Nog Toe Deden in 2006
Tori Amos, 1,000 Oceans
Corinne Bailey Rae, Like a Star
Devendra Banhart, Heard Somebody Say
Bloc Party, Two More Years
Calexico, Bisbee Blue
Cat Power, The Greatest
Death Cab for Cutie, Summer Skin
Feeder, Piece by Piece
Fruit Bats, Seaweed
Goldrush, Wait for the Wheels
Joey, Spy vs Spy
King Creosote, Klutz
Sondre Lerche, Track You Down
The Long Winters, Delicate Hands
Muse, Supermassive Black Hole
My Morning Jacket, I Will Be There When You Die
Orson, No Tomorrow
Peter, Bjorn & John, Young Folks
An Pierlé, Closing Time
The Raconteurs, Steady As She Goes
Joshua Radin, Winter
Razorlight, America
Damien Rice, Rootless Tree
Scissor Sisters, I Don’t Feel Like Dancing
Smog, Cold Blooded Old Times
Sufjan Stevens, To Be Alone with You
Thirteen Senses, Into the Fire
Tracey Thorn, Plain Sailing
Justin Timberlake, SexyBack
Ben Watt, North Marine Drive
Al even traditioneel: laat het me weten als ik dingen heb gemist in 2006! Bij de comments graag.
V.
Abonneren op:
Posts (Atom)