woensdag 29 augustus 2018

HALLO? ZIJN JULLIE ER NOG?

Hallo? Zijn jullie er nog?

Ik was hier een tijdje wat stiller, laten we zeggen een jaar of tien. Ik verklaarde webloggen dood, Niels deed dat evenzeer, en intussen kon je ons overal vinden behalve hier. Je kwam ons tegen op Hyves, op Facebook, op Twitter, op Instagram, op Letterboxd, op ons werk, op feestjes, in cafés en restaurants, in het filmhuis, in de armen van geliefden, in de trein, in het vliegtuig, in Londen, in Japan, op cassettes in je vierwieler, op snookertoernooien, bij je thuis, in musea – overal kortom, maar niet op Niels en Vincent. En nu alle weblogs die we vroeger zelf zo graag lazen zijn gesneuveld, komen we weer eens kijken. Nu ja, ík kom weer eens kijken, want hoe Niels erover denkt valt nog te bezien.

Eigenlijk liep het anders. Vorige week bedacht ik dat deze site nog altijd in de lucht was, maar dat mijn bio flink was verouderd. Ik probeerde allerlei schuilnamen en wachtwoorden, slaagde er uiteindelijk in om in te loggen, probeerde die bio aan te passen en vernachelde ongewild meteen ons hele template, waardoor we er nu zo ouderwetsig uitzien. Vervolgens kreeg ik, zoals dat gaat, een nostalgische bui, waarin ik grasduinde door al die stukkies die we hier schreven toen we twintigers waren en de wereld nog aan onze voeten lag, en ergens stuitte ik op een stukje waarin een vijfjarige kleuter voorkwam die ik inmiddels ken als een jonge vrouw van twintig – je zou van minder een weblogmidlifecrisis krijgen.

Het zou zomaar kunnen dat ik hier weer nu en dan iets schrijf. En als we met z'n allen heel hard 'Niels!' roepen, doet hij dat misschien ook wel. O, de mogelijkheden! Ik kan op z'n minst proberen er niet weer tien jaar overheen te laten gaan.

V.

woensdag 20 maart 2013

BOEKENBAL 2013

Meer dan twee jaar niets van me laten horen, en dan zeker wel ergens anders een stukkie schrijven? Ja hoor, dat doe ik gewoon. Literair weblog Ooteoote vroeg me een korte impressie van het Boekenbal te schrijven. Enkele dagen geleden verscheen dat hier.

V.

donderdag 30 december 2010

VINCENTS LIJSTJES VAN 2010

2010 was het jaar waarin ik webloggen doodverklaarde, zoals jullie zal zijn opgevallen. Dat mijn eerste bericht van het jaar op deze site een jaaroverzicht is, belooft weinig goeds voor de toekomst, maar een weblog zonder jaaroverzicht kan net zo goed helemáál opgedoekt worden, wat jullie.

In 2010 las ik voornamelijk al dan niet gepubliceerde manuscripten voor de Grote Uitgeverij - het lijstje met boeken is dit jaar beduidend korter dan voorheen. Als vanouds neem ik geen titels op die in mijn werkzame jaren bij de uitgeverij verschenen. De voornaamste reden echter dat het boekenoverzicht zo beknopt is, en dat ook veel nieuwe muziek aan me voorbijging, is dat ik in 2010 films keek tot ik erbij neerviel. Ik keek films alsof er geen morgen was. Enige tijd geleden kon ik zelfs met grote trots melden dat ik alle films uit deze prachtlijst had gezien, maar aangezien alles in die lijst voortdurend verschuift, sta ik nu weer op 246/250.

Zoals altijd staat alles op alfabetische volgorde.

10 LIEDJES VAN HET JAAR

Arcade Fire, We Used to Wait (2010)
Avi Buffalo, Truth Sets In (2010)
Keith Carradine, I’m Easy (1975)
John Grant, Where Dreams Go to Die (2010)
The Leisure Society, We Were Wasted (2009)
Alexi Murdoch, Wait (2006)
The National, Bloodbuzz Ohio (2010)
Josh Ritter, Wolves (2006)
Art Tatum Group, My Ideal (1956)
Yeasayer, Madder Red (2010)

10 CD’S VAN HET JAAR

Arcade Fire, The Suburbs (2010)
Jerry Goldsmith, Chinatown (soundtrack) (1974)
John Grant, Queen of Denmark (2010)
Lambchop, Nixon (2000)
The Leisure Society, The Sleeper (2009)
Mumford & Sons, Sigh No More (2009)
Alexi Murdoch, Time Without Consequence (2006)
The National, High Violet (2010)
Josh Ritter, The Animal Years (2006)
Tindersticks, Falling Down a Mountain (2010)

5 BOEKEN VAN HET JAAR

Paul Auster, Onzichtbaar (2009)
Raymond Carver, Wil je alsjeblieft stil zijn, alsjeblieft? (1964-1988)
Nick Hornby, Juliet, naakt (2009)
Toby Litt, Ik ben de drummer van de band okay (2008)
Philip Roth, Nemesis (2010)

10 RECENTE FILMS VAN HET JAAR

The Assassination of Jesse James by the Coward Robert Ford (Andrew Dominik, 2007)
District 9 (Neill Blomkamp, 2009)
Fantastic Mr. Fox (Wes Anderson, 2009)
Inception (Christopher Nolan, 2010)
Inglourious Basterds (Quentin Tarantino, 2009)
The Road (John Hillcoat, 2009)
A Serious Man (Ethan en Joel Coen, 2009)
Shutter Island (Martin Scorsese, 2010)
Toy Story 3 (Lee Unkrich, 2010)
Das weisse Band - Eine deutsche Kindergeschichte (Michael Haneke, 2009)

15 KLASSIEKE FILMS VAN HET JAAR

Blowup (Michelangelo Antonioni, 1966)
Cabaret (Bob Fosse, 1972)
C’est arrivé près de chez vous (Rémy Belvaux, André Bonzel en Benoît Poelvoorde, 1992)
Funny Games (Michael Haneke, 1997)
Hotaru nu haka (Isao Takahata, 1988)
In the Heat of the Night (Norman Jewison, 1967)
The Kid (Charles Chaplin, 1921)
Ladri di biciclette (Vittorio De Sica, 1948)
The Lion in Winter (Anthony Harvey, 1968)
Nashville (Robert Altman, 1975)
Paper Moon (Peter Bogdanovich, 1973)
La passion de Jeanne d’Arc (Carl Theodor Dreyer, 1928)
Repulsion (Roman Polanski, 1965)
Le salaire de la peur (Henri-Georges Clouzot, 1953)
They Shoot Horses, Don’t They? (Sydney Pollack, 1969)

TV-SERIE VAN HET JAAR

Mad Men

Nu, Niels, kom maar op met je lijsten.

V.

woensdag 13 oktober 2010

Pastiche

Ik schreef een pastiche. Lezen en raden om wie het gaat kan hier.

N.

donderdag 25 februari 2010

ONGEWILD VREEMDE ZWANENZANG

Regisseur Terry Gilliam wisselt meesterstukken (Brazil, Twelve Monkeys) af met halfmislukte voortbrengsels die heel goed hadden kunnen zijn (Tideland, The Brothers Grimm).

Dat ligt deels aan zijn werkmethode: veel improvisatie, een drang naar perfectie en visuele krachtpatserij, maar ook een chaotisch denkpatroon gecombineerd met een haperend vermogen dat om te zetten naar een coherent verhaal. Bovendien lijkt hij achtervolgd te worden door externe factoren die hem het filmen onmogelijk maken, het best weergegeven in de documentaire Lost in La Mancha.

Al deze elementen zijn van toepassing op The Imaginarium of Doctor Parnassus. Heath Ledger overleed voordat de opnames afgerond waren. Gilliam legde de productie stil en dacht erover het hele project af te blazen, toen vrienden van Ledger, Johnny Depp, Colin Farell en Jude Law, aanboden de rol over te nemen.

De film draait om de stokoude, rondtrekkende theaterman Doctor Parnassus (Christopher Plummer) die zijn publiek uitnodigt om door zijn magische spiegel te stappen om zich zodoende een korte periode te kunnen wentelen in een parallelle werkelijkheid, die afhankelijk van hun morele status en fantasieën prachtig of verontrustend is.

Parnassus heeft een geheime deal met Mr. Nick (Tom Waits als de duivel), met de ziel van zijn tienerdochter Valentina (het Engelse topmodel Lily Cole) als onderpand. Samen met twee andere acteurs van het gezelschap (Verne Troyer en Andrew Garfield), pikt Valentina de suïcidale amnesiepatiënt Tony (Heath Ledger) op, hangend aan een brug en met mysterieuze tekens op zijn voorhoofd.

Vervolgens ontspint zich een rommelig verhaal, met subplots die alle kanten op schieten. Juist door de beslissing om Ledger’s rol door vier verschillende acteurs te laten spelen verwordt de film meer tot een verzameling sketches dan een samenhangende vertelling.

Tuurlijk, de beelden zijn vaak verbluffend mooi en het contrast tussen de grimmige dan weer kleurrijke droomwereld en hedendaags Londen werkt bijzonder goed. Plummer is standaard in vorm, Waits steelt keer op keer de show als de duivel en Cole maakt indruk als de bevallige dochter. Maar Ledger’s optreden is onevenwichtig. Dan neigend naar de brille die hem de postume Oscar opleverde voor zijn rol als Joker, dan lijdend aan een offday, lijkt het erop dat geen enkel bruikbaar shot van hem opgeofferd is.

Zodoende vraag je tijdens het kijken af of het beter was geweest als Gilliam de film inderdaad niet had afgemaakt, of op zijn minst het wegvallen van zijn acteur anders had opgelost. Nu is het een vreemdsoortig eerbetoon aan Ledger geworden. Hoewel een nobel streven, levert het een film op die weliswaar niet halfmislukt genoemd kan worden, maar verre van geslaagd is, zeker als In Memoriam.

The Imaginarium of Doctor Parnassus (Verenigde Staten, 2009)
Regie: Terry Gilliam
Met: Christopher Plummer, Heath Ledger, Lily Cole, Andrew Garfield, Tom Waits e.a.

zondag 21 februari 2010

SADISTISCHE MEESTERS

De nieuwe film van de broers Joel en Ethan Coen, A Serious Man, is, zoals bijna al hun producties, eigenzinnig, doordacht, geestig, zwartgallig en zit propvol dubbele bodems. Het is naar waarschijnlijkheid ook hun meest persoonlijke film, met verwijzingen naar hun jeugd, achtergrond, afkomst en opvoeding. Bovenal is het een film die zich bezig houdt met de vraag wat wel of niet waar is, wat wel of niet gebeurd en wat wel of niet belangrijk is. Of dat allemaal wel een reden heeft. Klinkt dat vaag? Ja. En dat is precies de crux van A Serious Man – vaagheid, mysterie, is iets dat omarmd moet worden vinden de gebroeders Coen. Gelijk hebben ze.

De plot, spelend eind jaren zestig in het middenwesten van de VS, draait om Larry (Michael Sthulbarg). Een softie. Een pushover. Een lulletje rozenwater. Hoewel, of misschien juist omdat, hij een man van de wetenschap is − natuurkundedocent aan een universiteit – heeft hij maar weinig onder controle. Zijn vrouw wil hem verlaten voor de oudere Sy (geniale rol van Fred Melamed), die bovendien ook nog eens een vriend van hem is en zaken op een tergend gladde wijze naar zijn hand wil zetten. Zoon en dochter gebruiken hem voor trivialiteiten. Arthur’s broer, of zwager (Richard Kind), dat is niet helemaal duidelijk, is een genie maar autistisch in de omgang en voortdurend in de weer om zijn vetbult te draineren. Dan is er nog een Koreaanse student die hem probeert te chanteren, een op seks beluste buurvrouw en een doktersonderzoek waarvan de uitslag niet duidelijk is. En nee, met deze opsomming wordt nauwelijks iets weggeven van het verhaal.

A Serious Man is gedeeltelijk gebaseerd op het verhaal van Job, die feitelijk een pion was in een weddenschap tussen de duivel en god. Kortom, de film is een verborgen Bijbels epos, gedompeld in een Amerikaans-Hebreeuwse setting die aanvankelijk afstand schept, maar daarna door de specifieke mise-en-scène aan charme wint. Enige bekendheid met joodse gebruiken en/of het Oude Testament is een pre, maar zeker geen vereiste.

Stilistisch is alles perfect, de cinematografie is strak en lyrisch tegelijkertijd, de dialogen doortimmert en de regie en het script is wellustig sadistisch. De hoeveel ellende die de Coens Larry laten overkomen is extreem, tot het bizarre aan toe, maar door de subtiele humor en het uitmuntende spel van hoofdrolspeler Sthulbarg en de andere acteurs zorgen ervoor dat het nergens te deprimerend wordt.

In het kort: A Serious Man heeft potentie om net zo’n cultklassieker te worden als The Big Lebowksi.

A Serious Man (Verenigde Staten, 2009)
Regie: Joel en Ethan Coen
Met: Michael Sthulbarg, Richard Kind, Fred Melamed e.a.

maandag 15 februari 2010

PRACHTIGE BEELDEN, POVERE INHOUD

Het beroemde kinderboek van Maurice Sendak waar Where the Wild Things Are de verfilming van is, bevat slechts een handvol zinnen. De rest bestaat uit tekeningen. Dat vroeg dus om een visueel sterk onderlegde regisseur en die kwam er dan ook. Spike Jonze, behalve een zeer succesvolle videoclipmaker, was eerder verantwoordelijk voor Being John Malkovich (1999) en Adaptation (2002), en hij werkte meer dan vijf jaar aan de film. Dat is te merken aan het camerawerk, de decors, de special effects, de muziek – het klopt. Helaas is het daar bij gebleven.

Centraal staat de jonge Max (Max Records), een nogal druk mannetje, schijnbaar zonder vriendjes. Zijn oudere zusje Claire (Pepita Emmerichs) ziet hem niet meer staan, zijn moeder (Catharine Keener) is erg druk met haar werk en heeft bovendien een nieuwe vriend. Wat er precies met de vader is voorgevallen laat Jonze in het midden, maar duidelijk is wel dat Max een patriarch mist.

Na een uit de hand gelopen confrontatie met zijn moeder, vlucht Max ’s avonds het huis uit. Vanaf dat moment verlaat de kijker de gewone wereld en begint de surrealistische sequentie, die zich feitelijk in Max’s fantasie afspeelt. Hij komt met een zeilboot aan op een eiland dat bewoond wordt door monsters. Spoedig voegt hij zich bij hen en roept zich uit tot hun koning. Na een euforische start blijkt al snel dat ook op het eiland lang niet alles gaat zoals Max (en de monsters) willen.

Zoals gezegd, ziet de film ziet prachtig uit. De monsters zijn volkomen overtuigend en bovendien geweldig van stemmen voorzien door topacteurs. Er zijn meerdere grappige, ontroerende of charmante momenten, maar halverwege slaat de monotonie toe. Daarbij komt dat de monsters, die elk staan voor bepaalde elementen uit Max zijn leven en zijn karakter, zich plotsklaps gedragen alsof ze in groepstherapie gaan. Natuurlijk is dat een metafoor voor de problemen die Max heeft, maar het levert onnodig verwarrende en soms zelfs irriterende scènes op.

Jonze had van te voren aangeven dat hij geen kinderfilm wilde maken, maar een film over kind-zijn. Het klopt inderdaad dat het geen kinderfilm pur sang is geworden. Where the Wild Things Are is daarvoor te duister, te cynisch, te zelfbewust. Maar voor een coming-of-age-film is het scenario – Jonze schreef het samen met de Amerikaanse auteur Dave Eggers – veel te repetitief en eendimensionaal.

Dat de film er ook niet in slaagt een bevredigende catharsis te bewerkstelligen, zowel bij de kijker, als zijn hoofdpersonage, is dan dubbel zo zonde.

Where the Wild Things Are (Verenigde Staten, 2009)
Regie: Spike Jonze
Met: Max Records, Catherine Keener, Pepita Emmerichs e.a.

N.

maandag 8 februari 2010

FILM

Ik schrijf nu al een tijd filmrecensies voor een niet nader te noemen publicatie. Nu vroeg ik mij af, zal ik die ook hier publiceren? Is daar vraag naar?

N.

donderdag 28 januari 2010

SALINGER!

'Salinger!' Dat was de sms die ik net van Vincent ontving. En ik wist direct wat hij bedoelde. Dit.

I.M. van NY Times hier.

Ten overvloede: wij vinden dit jammer. Erg jammer. Ook al publiceerde Salinger al decennia niet meer, deden er massa's vreemde verhalen over hem de ronde, was hij een vage, teruggetrokken kluizenaar, schreven naasten en journalisten soms ontluisterende boeken over hem - op een of andere wijze vonden wij het prettig te weten dat hij er was. Geruststellend. Nu is dat niet meer zo. En wij zijn er (nog meer, of, vreemd genoeg, minder) stil van.

N.

woensdag 30 december 2009

VINCENTS LIJSTJES VAN 2009

2009 was een jaar waarin ik stapels boeken las, geen enkel concert bijwoonde, slechts enkele films in de bioscoop zag, en waarin ik me eindelijk overgaf aan Six Feet Under en The Sopranos, nadat iedereen me jarenlang had verteld hoe goed die series waren - en ja, dat zijn ze. Ik raakte aan beide series zó verslingerd dat ik een halfjaar lang vrijwel geen film zag, maar de laatste paar maanden heb ik dan weer zo veel films gezien dat ik dit jaar niet één, maar twee lijstjes met beste films kan samenstellen.

Zoals altijd staat alles op alfabetische volgorde en bij de boeken staat niets van de uitgeverij waar ik werk of van vrienden en kennissen - al valt me dat in beide gevallen zwaar.

10 LIEDJES VAN HET JAAR

Animal Collective, Brother Sport
Arcade Fire, Cold Wind
Arctic Monkeys, Cornerstone
Death Cab for Cutie, Transatlanticism
Grizzly Bear, Two Weeks
Micah P. Hinson, I Keep Havin’ These Dreams
The Last Shadow Puppets, Meeting Place
Morrissey, I’m Throwing My Arms Around Paris
Sia, Breathe Me
Wilco, Wilco (The Song)

10 CD’S VAN HET JAAR

Arctic Monkeys, Humbug (2009)
Chet Baker, The Best of Chet Baker Sings: Let’s Get Lost (1989)
The Dave Brubeck Quartet, Time Out (1959)
Richard Hawley, Lady’s Bridge (2007)
Micah P. Hinson, Micah P. Hinson and the Red Empire Orchestra (2008)
Johan, 4 (2009)
Harry Nilsson, Aerial Ballet (1968)
Bud Powell, The Amazing Bud Powell, Vol. 1 (1951)
The Temper Trap, Conditions (2009)
Wilco, Wilco (The Album) (2009)

10 BOEKEN VAN HET JAAR

Paul Auster, Brooklyn-dwaasheid (2005)
Philippe Claudel, Grijze zielen (2003)
Nathan Englander, Verlost van vleselijke verlangens (1999)
Paolo Giordano, De eenzaamheid van de priemgetallen (2008)
Arnon Grunberg, Kamermeisjes en soldaten (2009)
Nicole Krauss, De geschiedenis van de liefde (2005)
Cormac McCarthy, Geen land voor oude mannen (2005)
Haruki Murakami, Norwegian Wood (1987) of Ten zuiden van de grens (1998)
Philip Roth, Zuckerman gebonden (De ghostwriter, De eenzaamheid van Zuckerman, Les in anatomie, De Praagse orgie, 1979-1985)
James Salter, Laatste nacht (2005)

10 RECENTE FILMS VAN HET JAAR

(500) Days of Summer (Marc Webb, 2009)
Changeling (Clint Eastwood, 2008)
Frost/Nixon (Ron Howard, 2008)
The Hurt Locker (Kathryn Bigelow, 2008)
Il y a longtemps que je t’aime (Philippe Claudel, 2008)
Låt den rätte komma in (Tomas Alfredson, 2008)
Revolutionary Road (Sam Mendes, 2008)
Slumdog Millionaire (Danny Boyle, 2008)
There Will Be Blood (Paul Thomas Anderson, 2007)
Up (Pete Docter en Bob Peterson, 2009)

10 KLASSIEKE FILMS VAN HET JAAR

Dr. Strangelove or: How I Learned to Stop Worrying and Love the Bomb (Stanley Kubrick, 1964)
The Green Mile (Frank Darabont, 1999)
Harvey (Henry Koster, 1950)
It’s a Wonderful Life (Frank Capra, 1946)
Paths of Glory (Stanley Kubrick, 1957)
Sleuth (Joseph L. Mankiewicz, 1972)
A Streetcar Named Desire (Elia Kazan, 1951)
Sunset Blvd. (Billy Wilder, 1950)
To Kill a Mockingbird (Robert Mulligan, 1962)
Who’s Afraid of Virginia Woolf? (Mike Nichols, 1966)

3 TV-SERIES VAN HET JAAR

Mad Men (de eerste 2 seizoenen)
Six Feet Under (alle seizoenen)
The Sopranos (alle seizoenen)

V.

woensdag 23 december 2009

KERSTPLAAT

Je zou denken dat de glans er een beetje af is, na al die pruiken, en die moord, maar ik luister nog elk jaar naar Phil Spectors kerstplaat uit de jaren zestig. Hij zingt er niet zelf op, nu ja, hij is wel ergens te horen op die plaat - in het laatste nummer, meen ik -, maar dat sla ik altijd over. Ik hoorde de lp voor het eerst toen ik een jaar of acht was, denk ik, toen hoorde ik hem voor het eerst bewúst, en ik zie me nog zitten op die bank, bij mijn vader op schoot, wat zeg ik, alle dríe mijn ouders waren aanwezig in dat beeld, in Lelystad, lang geleden, en we luisterden steeds opnieuw naar 'Sleigh Ride', en we moesten erg lachen. Later hoorde ik liedjes van die plaat in een aflevering van het geweldige Moonlighting (een serie die ik al twintig jaar niet heb gezien en die misschien heus zo geweldig niet is) en de jarentachtigklassieker Better Off Dead, dus hij moest wel heel goed zijn. Tegenwoordig staat hij op mijn iPod en draai ik hem van 6 tot en met 26 december.

Maar niet continu natuurlijk. Dat zou zelfs Phil te gek zijn.

V.

woensdag 18 november 2009

INPAKPAPIER

De kleine Thijs is inmiddels al bijna drie en lang zo klein niet meer. Dit jaar is het dus eindelijk zover dat hij zijn schoen mag zetten. Hij doet dat schouderophalend en zonder een liedje te zingen en verhaspelt de namen van de kindervrienden tot Sinklaas en Swarpiet. Hij lijkt te denken dat hij er ons een plezier mee doet door te doen alsof hij enig geloof hecht aan onze leugens, en kijkt met een het-zal-mij-benieuwen-blik als hij gaat slapen.

Vanmorgen was hij echter blij met het cadeautje dat uit zijn schoen stak, een boekje over Diego, een van zijn onuitstaanbare tv-helden. Wel vond hij het erg slordig dat Sinterklaas de rol inpakpapier op de keukentafel had laten liggen.

V.

zaterdag 10 oktober 2009

BLOKJE OM

De kleine Thijs en ik liepen vanmorgen een blokje om. Het had geregend en alles was nat. Thijs vond dat maar niets. De glijbaan was nat, het klimrek was nat, de schommels waren nat. Thijs begreep niet zo goed waarom we eigenlijk naar buiten gingen als er toch niets te doen was. We liepen langs de natte huizen, de natte auto's en de natte lantaarnpalen, en toen gingen we even aan de kant staan, want een man leerde zijn zoontje fietsen. Zo zag het er althans uit, maar de man leek minder zelfverzekerd dan het jongetje, dus het was maar goed dat we even opzijgingen terwijl beiden voorbijslingerden.

Thijs bleef de hele wandeling opnoemen wat er allemaal nat was, en ik kon het slechts beamen, maar gelukkig kwamen we langs een huis met ballonnen. 'Daar is een feest, papa,' zei Thijs, en hij leefde even op. Het was het huis waar we af en toe naar binnen kijken. Dat huis is ingericht in 1923, lijkt het, het ziet er alleszins museaal uit, wat best bijzonder is in een wijk die er pas drie jaar staat. Er hingen dus ballonnen aan dat huis, maar er hingen ook allemaal stickers van verkeersborden met het getal 60 erin. En, dat ook nog, een beduidend grotere sticker waarop 'Het leven begint bij 60!' stond. Ik keek weer even heimelijk naar binnen, maar behalve de gebruikelijke collectie stokoude meubels en het stokoude tapijt was er niets te zien. Ik dacht: later vandaag, dan barst het feest los. Dan gaan de voetjes van de vloer. Dan gaat al die antieke zooi eraan.

Thijs vond dat we verder moesten. Hij zei dat er weliswaar iemand jarig was in dat huis met de ballonnen en de stickers, maar alles was nat, dus we moesten maar snel naar huis. Maar hij zei dat alles zoals een jongetje van 2,5 het zou zeggen.

Zodra we thuis waren, begon het weer heel, heel hard te regenen.

V.

donderdag 8 oktober 2009

ZO'N DAG

Ik denk niet dat ik nog ga meemaken dat Philip Roth de Nobelprijs wint. Of iemand anders van wie ik een aantal boeken heb gelezen.

En Droopy verloor van de hondenkop, schreef Niels me. Ook schreef hij me dat het niveau bedroevend laag was. Hij en ik hadden het zelfs beter gedaan.

En ik kom al minutenlang niet in mijn Hotmail.

Het zijn verwarrende tijden.

V.

woensdag 7 oktober 2009

STUKJE WAARIN ALLES BIJ HETZELFDE BLIJFT

Ik was heel trots op mezelf toen ik er pas tijdig aan dacht de televisiegids waarop ik al zo'n vijftien jaar geabonneerd ben op te zeggen. Ik was het al jaren van plan, want ik werd ouder en wijzer en de televisiegids werd alleen maar onnozeler, en ik hield mezelf voor dat er ook televisiegidsen moesten bestaan die me niet de hele tijd aanspraken alsof ik een klein kind was, of een smileys gebruikende, iedereen bij de voornaam noemende tiener - en bovendien: ik was toch al nooit van plan deze televisiegids te nemen, maar door allerlei onduidelijke en onlogische oorzaken werd dat ding dus al vijftien jaar bij me bezorgd en betaalde ik er ook nog voor. Elk jaar dacht ik eraan dat ik het blad eindelijk eens moest opzeggen vóór ik een nieuwe factuur kreeg, maar ik handelde er nooit naar.

Dit jaar ging dat anders. Ik schreef een korte brief naar de televisiegids, ik meldde me af, ik verbrak alle banden en ik dacht: ik hoef eigenlijk niet eens een andere televisiegids, want ik kijk toch alleen nog maar naar dvd's, en Niels waarschuwt me wel als er een snookertoernooi gaande is.

Gisteravond werd ik gebeld door een mevrouw die werkzaam was voor de abonnementendienst van de televisiegids. Ze vond het heel jammer dat ik mijn abonnement had opgezegd. Dat klonk heel aannemelijk, want ik had pas ook al een brief ontvangen waarin mijn besluit ten zeerste werd betreurd. Ze wilde me een aanbod doen. Als ik nog een jaar lang lid bleef, hoefde ik maar voor een halfjaar te betalen. Even dacht ik: wat een kolder. Als ik gewoon lid was gebleven, had ik het volledige bedrag moeten betalen. Kan dit zomaar? Hoe zit het dan met al die trouwe leden die nooit protesteren?

Maar ik zei haar: 'Wat een aantrekkelijk aanbod. Wat een goed idee.' En nu ben ik dus nog altijd lid, maar wel een lid voor de halve prijs. Mijn trots blijkt evenveel waard als een half jaarabonnement op een slap blaadje met programmagegevens erin.

V.

woensdag 16 september 2009

IK ZAG EINDELIJK WALL STREET

Ik zag eindelijk Wall Street, na tweeëntwintig jaar, en de film viel me wat tegen. Dat krijg je ervan als je zo lang wacht. De muziek was heel erg jaren tachtig, de personages waren heel erg jaren tachtig, álles was zo overdreven jaren tachtig - in de jaren tachtig was dat me vast niet zo opgevallen. Ergens zie je bijvoorbeeld Michael Douglas in zijn prachtige schurkenrol over het strand lopen met zijn mobiele telefoon. Preciezer: die mobiele telefoon loopt met Michael Douglas over het strand, want die telefoon, die is gigantisch.

Ik heb er nooit bij stilgestaan, maar in 1987 waren er dus al mobiele telefoons. De eerste keer dat iemand in mijn vriendenkring een mobiele telefoon bij zich droeg (en ik daar hardop om moest lachen, vermoedelijk uit angst en onwetendheid) was in 1997, als ik het me goed herinner. Ik weet niet meer hoe groot dat apparaat was, maar de machine die Michael Douglas met zich meesleept in Wall Street deed me beseffen dat ik die film werkelijk eerder had moeten zien. Dan had ik er niet zo vaak om hoeven gniffelen.

(En nadat ik die film zag, las ik er een en ander over op dat machtige internet, en ontdekte ik dat al heel veel anderen zich vrolijk hebben gemaakt over die strandscène met die telefoon. Maar ik wed dat die in 1987 ook nog van niets wisten.)

V.

maandag 7 september 2009

GEBUNDELDE CORRESPONDENTIE

Misschien moeten we de draad hier toch weer eens oppakken. Dat is beter. Voor later.

V.

maandag 10 augustus 2009

ONDERTUSSEN

Ik mailde Vincent vandaag nog: weer een dode beroemdheid. Maar we hadden het over andere zaken. Over Tony Soprano onder andere. En dat Vincent, die dit weekend The Sopranos eindelijk helemaal uitzag, dacht dat hij nog leefde. Enige mailtjes later was daar dan toch de berusting.

Ondertussen zijn er vast bezoekers van het oude uur (voor zover die nog leven) die hadden verwacht dat ik over Zomergasten zou gaan schrijven. Welnu, dat gaat niet gebeuren. Ik zag alle afleveringen tot nu toe (toegegeven, ik was laat bij Viktor & Rolf, en kwam net van de fantastisch IJ Brouwerij) af, maar ik denk dat het dieptepunt bereikt is. Op een briefje: Margriet van der Linden gaat het volgend jaar niet meer doen. In retrospectief was Bas Heijne geniaal vergeleken bij dit pruillipje.

Wie moet daar volgende jaar zitten? Ik dacht aan Wilfried de Jong. Ik twijfel een weinig over die man. Maar ik kan me voorstellen dat hij het kan.

En ik wil als gast eindelijk eens Paul Verhoeven zien. Gotspe dat die man nog niet is geweest. En Van Kooten en De Bie (al dan niet als duo). Misschien Gummbah. Of Hans Teeuwen. Herman Brusselmans. En Vincent en ik natuurlijk.

N.

donderdag 16 juli 2009

OOK NOG

Ja, wat ook nog zo bleek te zijn: dat ik een eigen weblog had. Samen met Niels. Ik keek pas tussen mijn favorieten (och, de favorieten die ik in de loop der jaren opgestapeld heb! Sommige links werken niet eens meer), en daar stonden Niels en ik tussen, en ik klikte onze site aan, en daar kwamen we in beeld gerold. En het bleek dat ik daar vroeger veel schreef, of toch zeker zo nu en dan, en ik verbaasde me daarover, over die frequentie, bedoel ik, en ik dacht: als ik daar vroeger zoveel schreef, waarom dan nu niet meer? Wat is er veranderd? Heeft het soms met die almaar voortschrijdende ouderdom te maken? Voor je het weet zijn we immers beiden 32 en dat is geen leeftijd om minnetjes over te doen.

Ik heb een eigen weblog. Wie had dat ooit gedacht.

V.

dinsdag 23 juni 2009

EEN GLIMLACH, DAT WORDT PURE PARODIE

In het kader van onbegrijpelijke fenomenen: ik had de hele dag dit lied in mijn hoofd. Toen Rita Hovink overleed was ik krap twee jaar oud. En toch de hele tekst kennen, hè. Belachelijk.

N.