NIELS EN VINCENT BESTAAN 10 JAAR

donderdag 31 maart 2005

LEKKER DRUK HIER

Deze maand, maart 2005, kwamen er 4200 bezoekers op onze site. Meer dan 4200 zelfs. Man, wat is het hier druk. Dat zijn natuurlijk niet 4200 individuele bezoekers. Dat haal ik me niet in m'n hoofd, hoor, dat al die mensen hier eenmalig langskomen. (Maar het zullen er ook niet 63 zijn, toch?)

Wij kunnen zien via welke Google-woorden jullie onze site bereiken. Volgens de lijst van vandaag kwamen jullie hier onder meer uit via de zoektermen 'muziek "een lepeltje"' en 'vieze oude wijven'.

Oef. Als we hadden geweten dat dat de onderwerpen zijn waar jullie op kicken, schreven we er veel vaker over. Alles voor de fans. Niets te gek voor de groupies.

'Zeg, Niels, schrijf jij morgen weer een stukkie over vieze oude wijven?'
'Ja, tuurlijk. Maar dan schrijf jij iets nieuws over muziek "een lepeltje", oké?'
'Check.'


Niettemin: kom nog eens langs. Er is plaats genoeg. We nemen wel iemand op schoot. Net zo makkelijk.

V.

FILMS DIE IK VOORLOPIG EVEN NIET HOEF TE ZIEN

- American Psycho
- Donnie Darko
- Fight Club
- Magnolia

N.

maandag 28 maart 2005

WEEKENDJE ANTWERPEN IN UITSPRAKEN

Els en ik spraken dit weekend af in Antwerpen met broer Joey en zijn vriendin Pauline, die sinds kort een Antwerps appartement bewoont. Soms was ook Paulines vriendin Josine er. Een overzicht in uitspraken:

Vincent koopt een hamburger bij de Quick.
Joey: ‘Volgens mij vond die jongen bij de Quick jou leuk. Dat kon je zo zien.’

Joey over Paulines nieuwe appartement: ‘Pas was het hier nog zó smerig dat je je hele fantasieën in je hoofd haalt over de vorige bewoner.’
Pauline: ‘Die bleke plekken hier zitten er sinds we de bloedspetters hebben weggeschrobd.’
Joey: ‘In de vensterbank boven ligt nog een verrassing van de vorige bewoner.’

Els, zonder de bedelaar met het ernstig verbrande gezicht op te merken die we passeren: ‘Lekker zomers, die barbecuelucht!’

Pauline: ‘Soms vraagt iemand of ik even ergens een schilderij van wil maken. Dan denk ik: dat kun jij helemaal niet betalen.’

Joey: ‘Als je die toeristen hier ziet, zou je niet zeggen dat het een viersterrenhotel is.’
Vincent: ‘Het zijn niet echt viersterrenmensen, nee.’

Joey: ‘Misschien moeten we die foto waarop je me een cadeautje geeft, nog eens maken. En dat ik dan heel verrast kijk. Dat vindt mam leuk.’

Dronken Spanjaard bij de pinautomaat: ‘Ik ben eigenlijk vóór jullie aan de beurt.’
Joey: ‘Waarom sta je dan niet in de rij?’
Dronken Spanjaard: ‘Daar heb ik geen zin in, hoor. Maar ik was vóór jullie.’

Dronken Spanjaard, na zijn geld in ontvangst te hebben genomen: ‘Gelukt! Dat komt doordat ik werk voor mijn geld. Ik zeg altijd: niet werken, niet geld.’

Pauline: ‘Ik wil wel eens weten wat er in die Europese Grondwet staat. Krijgen we dat nog toegestuurd?’

Els: ‘Net bespraken we hoe jij loopt.’
Vince: ‘Hoe dan?’
Els: ‘Je loopt als een nicht. Joey zegt dat hij die neiging ook heeft, maar dat hij die bij zichzelf onderdrukt.’
Pauline: ‘Maar Joey loopt dan weer als Donald Duck.’

Joey: ‘Ik zou wel eens wat minder mogen eten.’
Pauline: ‘Volgens mij moet je maag gewoon kleiner worden. Die is niets meer gewend.’

Pauline na afloop van ons diner in Spaghetti World: ‘Ik ga even vragen of ik hier mag werken.’

Joey: ‘Zeg jij eens “Elke dag lekker”?’
Vincent: ‘Elke dag lekker.’
Joey: ‘Klinkt goed, hè?’

Vincent: ‘Ik kan dan wel nichterig lopen, maar ik heb nooit eens aanspraak.’
Joey: ‘Behalve van die jongen bij de Quick dan.’

In een café merken we op hoe vreemd de meeste mensen buiten voorbijlopen.
Joey: ‘Kijk, die jongen lijkt net Vince! Maar dan in een Chinese variant.’

Pauline, over een andere voorbijganger: ‘En daar gaat oom Wietze!’

Pauline in een café: ‘Door al die bankjes hier lijkt het wel een trein.’
Joey: ‘Ik stap hier gewoon een keer binnen en dan zeg ik: “Goedemiddag, vervoersbewijzen alstublieft!”’

Joey tegen Els: ‘Je moet die man geen fooi geven.’
Josine: ‘Nee, voor smerige oploskoffie geven we geen fooi.’

Josine: ‘Van wie is dat fototoestel eigenlijk, van jou of van je moeder?’
Vincent: ‘Van mijn vrouw.’

Josine: ‘Toen jullie gisteren in Spaghetti World zaten, ben ik op bezoek gegaan bij andere vrienden. Daar zaten twee mensen die precies op jullie leken.’
Vincent: ‘Op mij en Els?’
Josine: ‘Ja. Hij had donker haar en zij had blond haar. Daarom weet ik niet meer zeker wat ik tegen wie heb gezegd.’

Vincent: ‘Wat een rare borden hier, met Moordenaars en Leugenaars erop.’
Els: ‘Als je zegt dat je geen Moordenaar bent, ben je blijkbaar een Leugenaar.’

Na een bedelaar met één been gepasseerd te zijn:
Josine: ‘Waarom trekt die man geen broek aan? Moet ik me nu schuldig voelen dat ik twee benen heb of zo?’

Josine: ‘Schrijf dat maar op je webcam.’
Vincent: ‘Weblog.’
Josine: ‘O. Dat houd ik allemaal niet uit elkaar, hoor.’

V.

zondag 27 maart 2005

WEEKENDJE WEG

Morgen vertel ik jullie meer. Over ons weekendje Antwerpen.

Wie vragen heeft, mag ze nu alvast stellen.

V.

woensdag 23 maart 2005

THOM

Langzamerhand begon ik het nogal potsierlijk te vinden, dat hele gedoe met die gekozen burgemeester. Ikzelve bijvoorbeeld heb nog nooit iemand - in gans mijn leven - horen zeggen: ik wou dat we rechtstreeks onze burgemeester konden kiezen. Wel hoor ik mensen voortdurend over andere dingen klagen. (Ik klaag dan weer nooit ergens over. Ik denk meestal: er zitten daar mensen die al die zooi voor ons uitzoeken. Die komen daar wel uit. Die maken regels en wetten en dat wordt wel opgelost.) Maar dus nooit over die burgemeester.

D66 deed me de afgelopen weken haast geloven dat die gekozen burgemeester iets Heel Belangrijks was. En dat Nederland zo ongeveer het enige land is dat het zonder die gekozen burgemeester moet stellen. Daar keek ik wel even van op. Totdat ik bedacht: dat klopt natuurlijk helemaal niet. Dat is helemaal niet waar. En dan zag ik Thom rondrijden met die campagnebus om mensen van dat grote belang te overtuigen en hoorde ik Henk Westbroek op tv zeggen dat hij wel burgemeester wilde worden, en oordeelde ik: nu moeten we het echt weer eens over serieuze zaken gaan hebben, niet?

Intussen staat Thom op het punt zijn vertrek bekend te maken, zo wordt gezegd door tv-mannen die het kunnen weten. Ik vind dat jammer. Ik wist nooit zo goed waar ik op moest stemmen. Ik deed altijd maar wat (nochtans altijd hetzelfde). En toen kwam Thom in mijn leven. (Ik kan wel proberen clichés te vermijden en niet zomaar zulke zoetsappige taal uit te slaan, maar zo is het gewoon. Die man kwam in mijn leven. Andere woorden heb ik er niet voor.) Voor het eerst kwam een politicus verstandig en redelijk én capabel op mij over. Dat zijn nog eens drie gunstige factoren. Tot op de dag van vandaag lijkt hij me de verstandigste, redelijkste en capabelste minister in het huidige kabinet. Veel te verstandig en redelijk en capabel om zich uit het veld te laten slaan door dat gekozen-burgemeesterschap.

Kom, Thom, gaan we het weer over serieuze zaken hebben.

V.

dinsdag 22 maart 2005

INLEVEREN VAN EEN SCRIPTIE

Ik ben een beetje dronken...

Tja.

N.

maandag 21 maart 2005

EN JULLIE DACHTEN NOG WEL DAT IK NIETS MEER ZOU SCHRIJVEN

Iemand mailde me vanmiddag iets als: het is maar goed dat je hebt gemeld dat je niet zoveel meer schrijft op je site. Nu hoef ik niet meer twee keer per dag te kijken of er al iets nieuws staat. Ik zal mijn bezoekfrequentie aanpassen.

Ja, lekker dan. Mij viel het juist op dat die zwijgzaamheid meer bezoekers opleverde. Die plotse stilte zorgde ervoor dat de junkies onder jullie meerdere keren per dag hierheen kwamen, de ogen uit de kassen puilend en maar 1 ding in jullie hoofd: zou er dan eindelijk een nieuw stukkie staan? Leer mij jullie kennen.

Veel heb ik nog altijd niet te schrijven, maar vandaag schoten me weer de woorden te binnen die een ex-vriendin vorige week tegen me zei: 'De lente is mijn favoriete seizoen!' Ja, dacht ik, zo is het ook nog eens. Vroeger, als kind, dacht ik altijd dat er niets boven de winter ging. Ik maakte de optelsom: sinterklaas + kerst + verjaardag + oud en nieuw + sneeuw + in een luie stoel tv kijken met je voeten tegen de centrale verwarming aan + banket- en chocoladeletters + warme chocolademelk, en daar kon feitelijk niets tegenop. Inmiddels ben ik 28 en zeg ik: de winter deugt niet. De winter is een nukkige, nare, oude man die altijd langer blijft rondhangen dan je wilt. Je zou hem met liefde de deur uit trappen, maar je krijgt hem niet weg. Nu ja, zoiets dus. En de lente is dan een huppelend, zingend, kortgerokt meisje. Ik wil maar zeggen: ja, de lente is ook mijn favoriete seizoen. Zolang ze me maar niet de hele tijd uitdaagt met dat 'pak me dan als je kan'-airtje van d'r. Ik tors nog altijd elke dag die topzware winterjas van me mee omdat ik 's ochtends niet kan inschatten of de lente zich zal vertonen. (Met die winterjas kun je gerust iemand knock-out slaan, om je een idee te geven.)

De mannen met wie ik elke dag in de stadsbus zit, hebben zich afgelopen weekend allemaal een lentekapsel laten aanmeten. Ik ook. Ik wil ze wel toeknikken ('Hé, jij ook een lekker fris lentekapsel?'), maar wij, de mannen in de bus, zeggen elkaar nooit gedag. Voor je het weet moet je elkaar elke dag groeten. O, de wetten van het forensenleven.

Wie klaarblijkelijk nog niet aan de lente toe zijn, zijn de kollen die me tegemoet lopen op mijn route tussen de bushalte en mijn flat. Vrijwel elke avond komen ze op me af geschuifeld, met hun twee reusachtige honden, die weliswaar aangelijnd zitten, maar aangezien die lijnen meterslang zijn, is het elke dag een hele toer om ze te passeren. De ene kol is heel duidelijk de baas. Zij loopt met haar armen over elkaar uit te stralen dat de stoep van hen is: ik loop hier met die andere vrouw en onze twee honden, jij kiest maar een ander pad. De andere kol loopt heel de tijd met een schuwe 'Ik verdien een flink pak slaag, maar kunnen we het niet uitstellen tot morgen?'-blik in haar ogen. Ikzelve, ik stap voort zoals alleen ik dat kan. Ik negeer de heksen en die sneue beesten van ze. Mij maken ze niet bang.

Het is immers lente, nietwaar.

V.

donderdag 17 maart 2005

DE LENTE SPEELT EEN SPELLETJE MET ONS

Ik betrad het lunchetablissement waar het meisje met de afschuwelijke stem werkt. Ik deed dat samen met Niels. Hij en ik gingen het over werk hebben. Over professionele zaken. We spraken over data. En deadlines. En we maakten keiharde afspraken. Er kwam geen pen en papier aan te pas, maar wel een tosti americano en een uitsmijter ham/kaas.

In dat lunchetablissement stikte het van het uitgeversvolk. Vroeger ging ik er wel eens heen om met vrienden en vriendinnen te roddelen over de Boze Boekenwereld. Of over andere zaken. Nu kun je het wel schudden. Nu luistert iedereen mee. Of je denkt alleen maar dat iedereen meeluistert, en dat is zo mogelijk nog enger.

De hoofdredacteur van de Grote Uitgeverij kwam bijvoorbeeld voorbij. Hij droeg een pet en vroeg ons: 'Zo heren, hoe staat het met de Blogspot?' Niels en ik, wij keken hem verbaasd aan, want wij hadden geen idee dat ook de hoofdredacteur onze site las. Vervolgens nam Niels het woord. Hij zei: 'Vince schrijft even niet meer. En ik schrijf al een hele tijd niet meer. De Blogspot staat een beetje stil, dat kun je gerust zo stellen.'

We dachten beiden dat het wel weer beter zou gaan als de lente doorbrak. Althans, dat beloofden we de hoofdredacteur. Maar, zo concludeerden we toen we weer buiten liepen: de lente breekt niet echt door. Gisteren leek het er even op, maar vandaag gaf de lente niet thuis. Ik las en hoorde vandaag wel drie keer dat het twaalf dagen geleden veertig graden kouder was dan het gisteren was. Intussen lacht de lente in zijn vuistje.

De lente is een teaser.

V.

maandag 14 maart 2005

ROER OM

Een tijdlang heb ik geprobeerd hier vrijwel dagelijks iets te schrijven. Dat ging haast vanzelf. Vier, vijf of zelfs zes stukjes per week, dat moest toch kunnen. Ik draaide er mijn hand niet voor om.

De laatste weken is dat minder geworden. Ik schrijf hier nog maar weinig. Jullie hadden dat misschien wel opgemerkt. Soms begin ik aan zo'n stukje en denk ik halverwege: 'Hou toch op, man, met die suffe stukkies van je. Niemand wil dit lezen. Jij wilt dit niet plaatsen. Wie is ermee gediend?' Gekkigheid natuurlijk, want zulke gedachten veegde ik tot voor kort schaterlachend aan de kant. Wat zeg ik, ik typte op zulke momenten gewoon verder, alsof er niets aan de hand was.

Nu, dat is dus veranderd. Ik schreef hier de laatste weken minder, en ik heb het idee dat dat even zo blijft.

(Je zult zien: heb ik dit eindelijk opgeschreven, en blijkt dat zo bevrijdend te werken dat ik het ene na het andere stukkie schrijf. Niets is uitgesloten.)

V.

vrijdag 11 maart 2005

BOEKENBAL 2005 (MET LINKS)

Dinsdagavond liep ik om tien uur 's avonds in mijn pak de Amsterdamse Stadsschouwburg binnen met mijn collega's van de Grote Uitgeverij. Ik bleef daar tot we er om halfvier weer uit gezet werden. In die vijfenhalf uur daartussenin gebeurde weinig bijzonders, maar dat wil niet zeggen dat het saai was (zoals ik van verschillende kanten hoor). Welnee, het was niet saai. Dan wordt er eens een jaar niemand in elkaar geslagen en dan zou het meteen maar saai zijn? Welk een onzin. Ik heb overigens geen decorstukken meegenomen, want daar doe ik niet aan. Decorstukken zijn decorstukken; thuis heb je er niets aan.

En namedropping, daar heb je ook niets aan. Dus dat doe ik hier gewoon niet. Daar gaan we dan.

Achteraf dacht ik dat ik iemand gemist had op dat Boekenbal. Ik heb hem althans de hele avond niet gezien. En dat Boekenweekgeschenk heb ik ook nog niet in huis.
Wel zag ik iemand die me enthousiast begroette met de woorden 'Ha, Walter!' Gelukkig werd hij door iemand gecorrigeerd.
Vrij snel trof ik iemand die ik slechts van mails en comments kende en we hadden een aangenaam gesprek.
Ook trof ik een weblogger die me wees op enkele andere webloggers en die me aan zijn vriendin voorstelde.
Iemand zat heel de avond heel erg jarig te zijn.
Het verbaasde me dat ik iemand heel de avond heen en weer zag lopen. Het maakte me onrustig.
Ik verheugde me erop iemand eindelijk weer eens te zien en te spreken, maar toen ik hem tegen het lijf liep, moest hij alweer een trein halen.
Iemand dacht dat ik degene was die haar boek negatief had besproken in een universiteitsblad. Toen ik zei dat ik iemand anders was, lachte ze en zei ze: 'Gelukkig maar. Ik had je al bijna van een trap geduwd.' Degene die ze in gedachten had, liep daar overigens ook rond. Ze vond dat een van mijn collega's heel mooie grijze haren had. Dat noem ik: een dubieus compliment.
Iemand verheugde zich erg op de samenwerking en trakteerde me op dure wijn.
De hele avond bleef ik sms-berichten ontvangen van iemand die daar ook wel had willen zijn.
Iemand zei dat het geen kwaad kan om 1 van je gedichten in 2 bundels op te nemen - zolang het maar verantwoord is.
Achter de bar bleken twee meisjes te werken die ik ken. Een van hen klom zowat over de bar heen om me drie zoenen te kunnen geven.
Iemand zei me dat ze snel mijn site weer ging lezen.
Een tijdlang sprak ik met iemand over het oeuvre van een Amerikaanse schrijver. Ook vroeg hij me: 'Die bakkebaarden van jou, zijn die nu een bewuste keuze?'
Iemand anders zei: 'We gaan nooit meer terug naar Lelystad, hoor je me! Nóóit!'
Toen we eindelijk een deugdelijke dansvloer vonden, troffen we daar iemand die onze gezichten inwreef met gouden glitters.
Iemand zei later: 'Jullie zien er echt niet uit met die glitters.'
Bij het weggaan zag ik iemand van wie ik altijd vrolijk word. Ook nu weer.

Update:
Zojuist toch het Boekenweekgeschenk opgehaald. Ik kreeg het cadeau toen ik de debuutroman aanschafte van iemand die ik dinsdagavond nog feliciteerde met datzelfde debuut. De boekenverkoopster zei: de vader of moeder van die schrijfster is heel bekend. Ik dacht er het mijne van. (Ik heb haar immers nooit iets over haar vader of moeder horen zeggen.) Het geschenk omschreef ze als 'een lekker sappige Wolkers'. Ik had er bijna van afgezien.

V.

maandag 7 maart 2005

BAL

Wie van jullie kan ik morgen begroeten in de Amsterdamse Stadsschouwburg?

V.

woensdag 2 maart 2005

ZIELIGE BOEKEN

Ik stond voor mijn boekenkast. Verveeld. Wat een hoop boeken had ik. En wat een hoop boeken die eigenlijk, als ik heel eerlijk was, nooit meer die kast uit zouden komen. Niet om een citaat op te zoeken, uit te lenen, laat staan om ooit nog een keer te herlezen. Sommige van die boeken heb ik zelfs nooit gelezen. Zo heb ik bijvoorbeeld ‘De Heks en de Archeoloog’ van Hubert Lampo in de kast staan. Hoe ik er aan kom is mij een raadsel. Ook heb ik ‘Five Pubs, Two Bars and a Nightclub’ van John Williams. Zelfde verhaal. Nog een aantal voorbeelden: ‘De Zebra’ van Alexander Jardin, ‘Een mond vol glas’ van Henk van Woerden, ‘Amok’ van Tommy Wieringa en ‘Blind Geschopt’ van James Kelman. Allemaal boeken die ik nog niet gelezen had en als het aan mij lag ging dat ook nimmer gebeuren. En dan noem ik er hier maar een paar. Ik zou ze gewoon naar De Slegte moeten brengen, als ik daar niet principieel tegen was. Boeken doe je niet weg. Dan maar een extra plank de muur in, wijnkist bij de Gall & Gall halen of naar de Ikea.

Opeens viel mijn oog op ‘De aarzeling’ van Jean-Philippe Toussaint. Wacht eens even, dacht ik, is dat dezelfde Toussaint waar ik laatst de werkelijk prachtige ‘De badkamer’, ‘Meneer’ en ‘Het fototoestel’ van las? Toen ik lekker zonder jas in Zuid-Frankrijk in de volle zon op het terras zat? Ik bekeek de achterflap.

Verdomd.

Ik kwam te weten dat zowel ‘De badkamer’ als ‘Meneer’ waren verfilmd, de laatste nota bene door de schrijver zelve en dat ‘Het fototoestel’ (we schrijven 1992) ook al op stapel stond om naar het doek vertaald te worden.

Het duizelde mij even. Waarom had het al die tijd zo onopgemerkt tussen Astro Teller’s ‘Exegesis’ (nog zo’n gapend gat) en Tolkien gestaan? Nu ja, het zag er natuurlijk ook niet uit, die uitgave van ‘De aarzeling’. Wel met flappen, maar een spuuglelijk omslag en een heel viezig oranjekleurige band met in Arial de titel en auteursnaam.

Ik sloeg het eens open. ‘Die ochtend lag er een dode kat in de haven, een zwarte kat die dreef aan de oppervlakte van het water. Hij was recht en stijf, en hij werd langzaam door de stroom meegevoerd langs een bootje. Uit zijn bek hing een in staat van ontbinding verkerende vissekop waaruit een stuk vislijn stak van drie of vier centimeter lang.’

Ik had boeken gelezen met slechtere openingen.

En zo kwam het dat ik met de tram naar mijn werk ging, opdat ik rustig kon lezen in plaats van te vernikkelen op de fiets en me voor nam om binnenkort de betere videotheek te bezoeken.

Zielige boeken verdienen soms een nieuwe kans.

N.