Ik was al zeker een jaar of zeven, acht niet op een studentenhuisfeestje geweest. Dat zei ik gisteren ook heel vaak tegen mensen. Ik zei dan: 'De laatste keer dat ik op een studentenhuisfeestje was, moet zeker zeven jaar geleden zijn. Misschien wel acht.' Het was in elk geval nog vóór ik Elsie leerde kennen - en dat is al een heel mensenleven geleden. Nu bezocht ik zo'n feestje samen met haar. En met een studentenhuisfeestje bedoel ik een feestje dat door een man of 12 tegelijk gegeven wordt. Die circa 12 man delen 1 gang, 1 wc, 1 keuken, 1 badkamer, 1 telefoon en 1 gemeenschappelijke ruimte. En gisteren deelden ze massa's vrienden en vriendinnen.
Vroeger bleef ik nog wel eens slapen op zulke feestjes. Dan lag je eindelijk enigszins comfortabel (onder een bureau/samen met een vriend op 1 luchtbed/rillend van de kou) en dan kwam er een of andere suïcidale clown binnen die je in je neus kwam bijten. Fijn dat ik straks gewoon naar huis kan, dacht ik gisteravond nog. Met mijn echtgenote nog wel.
Want dat was ook zoiets: er hing altijd een soort belofte rond studentenhuisfeestjes. Het idee dat je Nieuwe Meisjes kon ontmoeten die je via via leerde kennen. En dat je die dan vervolgens in andere, nuchterder omstandigheden terug zou kunnen zien. Welnu: studentenhuisfeestjesmeisjes zag je nooit meer terug. En ze waren ook nooit erg leuk. Of het onthouden waard. Soms vergat ik ze gewoon. Het enige wat ik van zulke feestjes onthield, waren de keren dat ik mensen onbedoeld afsnauwde, voor schut zette of in compromitterende omstandigheden bracht, en het aantal keren dat iemand me in mijn neus probeerde te bijten.
Ik zag gisteren ook een mannetje met heel veel haar en een baard. 'Die is zeker net achttien geworden,' zei ik tegen Els. 'Ja, dat denk ik ook,' antwoordde ze. En we waren blij dat we niet hoefden te logeren.
V.
OMDAT ALLEEN TEKST OOK HEEL STOER IS
Literatuur, Film, Muziek en Andere Fijne Zaken
zondag 30 januari 2005
zaterdag 29 januari 2005
WIM KOK KOOPT EEN KRANTJE
1
Van alle hippe, hippe mensen waren Els en ik vermoedelijk de allerlaatsten die met eigen ogen gingen bekijken hoe goed en mooi en fantastisch de film Eternal Sunshine of the Spotless Mind wel niet is. Jullie hadden eigenlijk allemaal met ons mee moeten gaan, want inderdaad, het was hartverscheurend goed en mooi en fantastisch. Jim Carrey speelde ingetogener dan ooit tevoren (dat kan nooit kwaad), Kate Winslet was veel indrukwekkender dan in dat doodsaaie Finding Neverland, en Becks versie van 'Everybody's Gotta Learn Sometime' staat sinds gisteravond op repeat in mijn hoofd. Als Elsie en ik vanavond niet naar een ultrahip feestje gingen, zouden we gewoon nog een keer Eternal Sunshine gaan bekijken.
2
Intussen was er ook nog een pauze in het filmhuis. Ik bestelde een glas rode wijn. De jongen achter de bar schonk de ene fles rode wijn leeg, om er vervolgens een zooi rode wijn uit een heel andere fles (met een Heel Ander Etiket!) bij te plempen. In hetzelfde glas. Totdat het helemaal gevuld was. 'Alsjeblieft, een rode wijn,' zei hij nog. Ik vraag me af of hier geen regels tegen bestaan. Kunnen de horecamedewerkers onder jullie me daar eens iets meer over vertellen?
3
En voordat we naar de film gingen, bezochten we het Chinese restaurant waar we wel vaker komen. Het Chinese vrouwtje dat daar werkt en ons altijd op norse toon te woord staat, was in ene de vrolijkheid zelve. 'Zij heeft happy pills geslikt,' suggereerde Els. 'Is het wel hetzelfde Chinese vrouwtje?' sprak ik, terwijl ze er jubelend met onze menukaarten vandoor ging. Els wees me op een reclame voor hun nieuwe buffet. Er stond een soort banner op met de onsmakelijke tekst: 'Nieuw!! In ons!' Misschien ontbrak er wel een woord.
4
Vanmiddag stonden we op het Delftse station op onze bus te wachten. Els ging liever in de AKO-winkel wachten. Daar was het immers warmer. Ik schuifelde een beetje achter haar aan en zag een grijze, rijzige man het AKO-trapje af lopen, met een krant in zijn handen. De man keek me glimlachend aan en ik wendde van schrik mijn blik af. 'Dat is onze premier!' fluisterde ik tegen Els. 'Wim Kok komt bij ons in Delft een krantje kopen!' Els dacht ook dat ze hem gezien had, maar voor het gemak ging ze ervan uit dat het een lookalike betrof. Ik zei: blijf jij maar bij de tijdschriften staan, dan ga ik nog eens kijken. Ik rende het perron op, en ja hoor, vlak bij me stond Wim Kok een krantje te lezen en op zijn trein te wachten. Ik zag dat ook veel andere mensen op het perron hem aanstaarden. Wat doet premier Kok hier in z'n eentje op ons Delftse perron? dacht men vermoedelijk. Ik dacht dat zelf althans. Ook dacht ik: wordt die man niet beveiligd? En: was er vandaag soms een PvdA-congres in Delft? En weer later drong het pas tot me door dat hij al heel lang onze premier niet meer is. En dat als Wim Kok in een vreemde stad bij een AKO-winkel een krantje wil kopen, en hij met dat krantje op een perron wil gaan staan, we Wim Kok gewoon zijn gang moeten laten gaan.
Misschien staat hij er op dit moment nog steeds wel. Zullen we eens gaan kijken?
V.
Update:
Volgens deze pagina was er vandaag inderdaad een PvdA-congres in Delft. Hm. Dat plaatst het voorgaande in een heel ander daglicht.
Van alle hippe, hippe mensen waren Els en ik vermoedelijk de allerlaatsten die met eigen ogen gingen bekijken hoe goed en mooi en fantastisch de film Eternal Sunshine of the Spotless Mind wel niet is. Jullie hadden eigenlijk allemaal met ons mee moeten gaan, want inderdaad, het was hartverscheurend goed en mooi en fantastisch. Jim Carrey speelde ingetogener dan ooit tevoren (dat kan nooit kwaad), Kate Winslet was veel indrukwekkender dan in dat doodsaaie Finding Neverland, en Becks versie van 'Everybody's Gotta Learn Sometime' staat sinds gisteravond op repeat in mijn hoofd. Als Elsie en ik vanavond niet naar een ultrahip feestje gingen, zouden we gewoon nog een keer Eternal Sunshine gaan bekijken.
2
Intussen was er ook nog een pauze in het filmhuis. Ik bestelde een glas rode wijn. De jongen achter de bar schonk de ene fles rode wijn leeg, om er vervolgens een zooi rode wijn uit een heel andere fles (met een Heel Ander Etiket!) bij te plempen. In hetzelfde glas. Totdat het helemaal gevuld was. 'Alsjeblieft, een rode wijn,' zei hij nog. Ik vraag me af of hier geen regels tegen bestaan. Kunnen de horecamedewerkers onder jullie me daar eens iets meer over vertellen?
3
En voordat we naar de film gingen, bezochten we het Chinese restaurant waar we wel vaker komen. Het Chinese vrouwtje dat daar werkt en ons altijd op norse toon te woord staat, was in ene de vrolijkheid zelve. 'Zij heeft happy pills geslikt,' suggereerde Els. 'Is het wel hetzelfde Chinese vrouwtje?' sprak ik, terwijl ze er jubelend met onze menukaarten vandoor ging. Els wees me op een reclame voor hun nieuwe buffet. Er stond een soort banner op met de onsmakelijke tekst: 'Nieuw!! In ons!' Misschien ontbrak er wel een woord.
4
Vanmiddag stonden we op het Delftse station op onze bus te wachten. Els ging liever in de AKO-winkel wachten. Daar was het immers warmer. Ik schuifelde een beetje achter haar aan en zag een grijze, rijzige man het AKO-trapje af lopen, met een krant in zijn handen. De man keek me glimlachend aan en ik wendde van schrik mijn blik af. 'Dat is onze premier!' fluisterde ik tegen Els. 'Wim Kok komt bij ons in Delft een krantje kopen!' Els dacht ook dat ze hem gezien had, maar voor het gemak ging ze ervan uit dat het een lookalike betrof. Ik zei: blijf jij maar bij de tijdschriften staan, dan ga ik nog eens kijken. Ik rende het perron op, en ja hoor, vlak bij me stond Wim Kok een krantje te lezen en op zijn trein te wachten. Ik zag dat ook veel andere mensen op het perron hem aanstaarden. Wat doet premier Kok hier in z'n eentje op ons Delftse perron? dacht men vermoedelijk. Ik dacht dat zelf althans. Ook dacht ik: wordt die man niet beveiligd? En: was er vandaag soms een PvdA-congres in Delft? En weer later drong het pas tot me door dat hij al heel lang onze premier niet meer is. En dat als Wim Kok in een vreemde stad bij een AKO-winkel een krantje wil kopen, en hij met dat krantje op een perron wil gaan staan, we Wim Kok gewoon zijn gang moeten laten gaan.
Misschien staat hij er op dit moment nog steeds wel. Zullen we eens gaan kijken?
V.
Update:
Volgens deze pagina was er vandaag inderdaad een PvdA-congres in Delft. Hm. Dat plaatst het voorgaande in een heel ander daglicht.
donderdag 27 januari 2005
VETTE TRACKS
In de Van Leest-winkel hoorde ik vanmiddag een punkerig jongetje tegen een punkerig meisje zeggen: 'De laatste track op deze cd is echt vet.' Het punkerige meisje giechelde. Ik dacht nog: wat een malle kleding dragen die kinderen. Het meisje liep een eindje verder terwijl de jongen in de dvd-bakken rommelde. Hij hield een dvd van Green Day omhoog. Hij draaide die dvd eens om. Ik zag hem peinzen. Hij vroeg zich vermoedelijk af of hier ook vette tracks op stonden. Ik dacht nog: laat toch lekker staan, joh. Want tien jaar geleden, ja, toen waren sommige Green Day-tracks nog wel vet. Nu niet meer. En overigens: toen noemden we dat nog niet zo. 'Vet' waren toen vooral de mensen die heel dik waren. En fastfood, dat was ook 'vet'. Je kon in 1995 wel proberen meisjes te imponeren door over vette dingen te praten, maar dat leverde je slechts meewarige blikken op. Nu ja. Och. Ik dacht dus ook vanmiddag: ik word gewoon een oude man. Maar die jongens van Green Day, die zijn verdorie stokoud.
Tien jaar geleden echter, toen vond ik Green Day best leuk. Zelf droeg ik toen ook gekke kleren. En lange geverfde haren. En over drie dagen is het exact tien jaar geleden dat ik voor het eerst een heus vriendinnetje kreeg. Zullen we daar maar niet te lang bij stilstaan? Al dat gemijmer, wie heeft er wat aan.
(Dan is het nu dus exact tien jaar geleden dat ik dacht: gaat het nog ergens heen met dat meisje en mij? Of, voor de kinderen onder ons: zou ze me wel vet vinden?)
V.
Tien jaar geleden echter, toen vond ik Green Day best leuk. Zelf droeg ik toen ook gekke kleren. En lange geverfde haren. En over drie dagen is het exact tien jaar geleden dat ik voor het eerst een heus vriendinnetje kreeg. Zullen we daar maar niet te lang bij stilstaan? Al dat gemijmer, wie heeft er wat aan.
(Dan is het nu dus exact tien jaar geleden dat ik dacht: gaat het nog ergens heen met dat meisje en mij? Of, voor de kinderen onder ons: zou ze me wel vet vinden?)
V.
woensdag 26 januari 2005
THIS IS BLUES POWER!
‘Man, wat zie jij er somber uit.’
‘Somber? Nee... eerder vermoeid, denk ik. Niet somber.’
‘Voel je je wel goed dan?’
‘Mwoh. Dit weekend leek ik behoorlijk verkouden te worden. Met hoesten en zakdoeken en keelsnoepjes en al. Maar maandag was ik weer beter, hoor. Ik word alleen in weekends ziek.’
‘Hm. En je werk?’
‘Zullen we het gewoon even niet over m’n werk hebben?’
‘Sorry hoor. Ik vraag het maar. Je schrijft hier de laatste tijd ook zo weinig. Je lijkt Niels wel.’
‘Ik weet het. Het komt er steeds niet van. Er komen dingen tussendoor. Halve verkoudheden. Verjaardagen. Manuscripten. Etentjes met mijn sterauteurs.’
‘Sterauteurs? Wie dan?’
‘Gisteren at ik met sterauteur Walter en sterauteur Niels. We bestelden alledrie de saté, als je het echt per se allemaal wilt weten.’
‘Drie saté dus?’
‘Ja. En ik zag een meisje aan een ander tafeltje en ik zei tegen Niels: “Is dat niet San van Zoete Meisjes?” En Niels zei: “Ja, ik denk het wel.” Maar we durfden het allebei niet te vragen.’
‘En nu zul je het dus nooit weten?’
‘Ik mailde haar vandaag, en ik vroeg of zij het was. “Ja, dat was ik,” schreef ze.’
‘Aha. En verder?’
‘Verder... tjonge... vandaag was er een amusant intermezzo met mijn sterauteur Janneke.’
‘Toe maar. Jij hebt alleen maar sterauteurs onder je hoede, hè?’
‘Ja, zo zou je het kunnen zeggen.’
‘En je eigen boek dan? Komt dat er nog eens van? Moest jij ook niet eens een sterauteur worden?’
‘Ik heb een fulltime baan, hoor. Ik krijg die site niet eens fatsoenlijk gevuld.’
‘Je mag inderdaad wel wat meer stukkies schrijven hier.’
‘Dit is toch een stukkie? Deze dialoog is toch een stukkie?’
‘Als jij dit een stukkie wilt noemen...’
‘Zo noem ik het. En dan nog iets...’
‘Wat?’
‘In de trein probeerde ik een manuscript te lezen. Van een roman van een vriend van me. Een sterauteur van iemand anders, zeg maar. En de man tegenover me, een of andere oude mummie, bleef maar tegen me praten. Die man moest en zou met mij praten. En ik maar proberen te lezen. En die man maar doorpraten. En maar vragen of dit de trein naar Dordrecht was. En wat ik moest met die stapel papier op m’n schoot. En wat voor studie ik had gedaan. En of ik daar nou “profijt” van had. En wat voor werk ik dan deed. En ik wilde snauwen: “Zullen we het daar eens even niet over hebben, oude man?”, maar ik deed het niet. Ik bleef vriendelijk glimlachen en beleefd antwoorden. En hij zag de dopjes in mijn oren. Van mijn iPod. “Heb je een bandje bij je?” vroeg hij. “Ja,” zei ik. “Zware muziek?” “Nee hoor, geen zware muziek.” En ik dacht: ik moet ergens anders gaan zitten, ik moet hier weg, en deze oude man wil ik nooit meer zien. En meteen daarna dacht ik: misschien heeft hij niemand meer om mee te praten. Hij is misschien eenzaam. Of hij is stervende. Of hij heeft al zijn vrienden en kennissen al zijn leven uit gepraat. Hij reist waarschijnlijk nooit met de trein, en nu het er eens van komt, wil hij een praatje maken.’
‘Maar jij had geen zin in een praatje?’
‘Ik had geen zin een praatje. Dit gesprek begint me overigens ook knap te vervelen.’
‘Weet je zeker dat je alleen vermoeid bent? En niet ook een beetje somber?’
‘Zullen we het daar binnenkort eens over hebben?’
V.
‘Somber? Nee... eerder vermoeid, denk ik. Niet somber.’
‘Voel je je wel goed dan?’
‘Mwoh. Dit weekend leek ik behoorlijk verkouden te worden. Met hoesten en zakdoeken en keelsnoepjes en al. Maar maandag was ik weer beter, hoor. Ik word alleen in weekends ziek.’
‘Hm. En je werk?’
‘Zullen we het gewoon even niet over m’n werk hebben?’
‘Sorry hoor. Ik vraag het maar. Je schrijft hier de laatste tijd ook zo weinig. Je lijkt Niels wel.’
‘Ik weet het. Het komt er steeds niet van. Er komen dingen tussendoor. Halve verkoudheden. Verjaardagen. Manuscripten. Etentjes met mijn sterauteurs.’
‘Sterauteurs? Wie dan?’
‘Gisteren at ik met sterauteur Walter en sterauteur Niels. We bestelden alledrie de saté, als je het echt per se allemaal wilt weten.’
‘Drie saté dus?’
‘Ja. En ik zag een meisje aan een ander tafeltje en ik zei tegen Niels: “Is dat niet San van Zoete Meisjes?” En Niels zei: “Ja, ik denk het wel.” Maar we durfden het allebei niet te vragen.’
‘En nu zul je het dus nooit weten?’
‘Ik mailde haar vandaag, en ik vroeg of zij het was. “Ja, dat was ik,” schreef ze.’
‘Aha. En verder?’
‘Verder... tjonge... vandaag was er een amusant intermezzo met mijn sterauteur Janneke.’
‘Toe maar. Jij hebt alleen maar sterauteurs onder je hoede, hè?’
‘Ja, zo zou je het kunnen zeggen.’
‘En je eigen boek dan? Komt dat er nog eens van? Moest jij ook niet eens een sterauteur worden?’
‘Ik heb een fulltime baan, hoor. Ik krijg die site niet eens fatsoenlijk gevuld.’
‘Je mag inderdaad wel wat meer stukkies schrijven hier.’
‘Dit is toch een stukkie? Deze dialoog is toch een stukkie?’
‘Als jij dit een stukkie wilt noemen...’
‘Zo noem ik het. En dan nog iets...’
‘Wat?’
‘In de trein probeerde ik een manuscript te lezen. Van een roman van een vriend van me. Een sterauteur van iemand anders, zeg maar. En de man tegenover me, een of andere oude mummie, bleef maar tegen me praten. Die man moest en zou met mij praten. En ik maar proberen te lezen. En die man maar doorpraten. En maar vragen of dit de trein naar Dordrecht was. En wat ik moest met die stapel papier op m’n schoot. En wat voor studie ik had gedaan. En of ik daar nou “profijt” van had. En wat voor werk ik dan deed. En ik wilde snauwen: “Zullen we het daar eens even niet over hebben, oude man?”, maar ik deed het niet. Ik bleef vriendelijk glimlachen en beleefd antwoorden. En hij zag de dopjes in mijn oren. Van mijn iPod. “Heb je een bandje bij je?” vroeg hij. “Ja,” zei ik. “Zware muziek?” “Nee hoor, geen zware muziek.” En ik dacht: ik moet ergens anders gaan zitten, ik moet hier weg, en deze oude man wil ik nooit meer zien. En meteen daarna dacht ik: misschien heeft hij niemand meer om mee te praten. Hij is misschien eenzaam. Of hij is stervende. Of hij heeft al zijn vrienden en kennissen al zijn leven uit gepraat. Hij reist waarschijnlijk nooit met de trein, en nu het er eens van komt, wil hij een praatje maken.’
‘Maar jij had geen zin in een praatje?’
‘Ik had geen zin een praatje. Dit gesprek begint me overigens ook knap te vervelen.’
‘Weet je zeker dat je alleen vermoeid bent? En niet ook een beetje somber?’
‘Zullen we het daar binnenkort eens over hebben?’
V.
zondag 23 januari 2005
VOORTAAN NIET MEER DOEN
Gisterochtend las ik het weer. Ene Ed Korstanje, een kunstgrasdirecteur uit Oss, werd in de Volkskrant als volgt geciteerd: 'We hebben ervoor gezorgd dat het gras er een beetje sexy uitziet.'
Pardon?
Dat oneigenlijke gebruik van het woord 'sexy', dat wil ik dus niet meer hebben. Dat heeft zijn langste tijd gehad als het aan mij ligt. Ik zie het vooral oudere mannen doen, en dan vaak in journalistieke en politieke kringen - en het is blijkbaar dus zelfs doorgedrongen in de kunstgrassector. Zulke mannen spreken bijvoorbeeld van een politieke partij die niet meer zo sexy is of van een vernieuwd krantenkatern dat juist wel sexy is. Ik kan me er weinig bij voorstellen en ik wil het niet meer horen.
In de toekomst zal ik hier vaker woorden en uitdrukkingen in de ban doen. Vooralsnog verbied ik de woorden 'sexy' (zie voorgaande voorbeelden) en 'zijn/haar stinkende best doen'. Ik ben lang genoeg tolerant en welwillend geweest, wat jullie.
V.
Pardon?
Dat oneigenlijke gebruik van het woord 'sexy', dat wil ik dus niet meer hebben. Dat heeft zijn langste tijd gehad als het aan mij ligt. Ik zie het vooral oudere mannen doen, en dan vaak in journalistieke en politieke kringen - en het is blijkbaar dus zelfs doorgedrongen in de kunstgrassector. Zulke mannen spreken bijvoorbeeld van een politieke partij die niet meer zo sexy is of van een vernieuwd krantenkatern dat juist wel sexy is. Ik kan me er weinig bij voorstellen en ik wil het niet meer horen.
In de toekomst zal ik hier vaker woorden en uitdrukkingen in de ban doen. Vooralsnog verbied ik de woorden 'sexy' (zie voorgaande voorbeelden) en 'zijn/haar stinkende best doen'. Ik ben lang genoeg tolerant en welwillend geweest, wat jullie.
V.
donderdag 20 januari 2005
MIJN VRIENDEN
Ik heb stapels vrienden.
Ik heb vrienden die vragen: wanneer schrijf je eens een stukkie over mij?
Ik heb vrienden die zeggen: als je ooit iets over mij schrijft, weet ik je te vinden.
Ik heb vrienden die op filmsterren lijken.
Ik heb vrienden die op popsterren lijken.
Ik heb vrienden die enigszins lijken op de vrienden die ik me eigenlijk altijd al gewenst heb (vooral als ik mijn ogen bijna dichtknijp en door mijn wimpers tuur).
Ik heb vrienden die geen idee hebben van de juiste muziek, de juiste films en de juiste boeken.
Ik heb vrienden die je precies kunnen vertellen wie er wanneer (en hoe lang) een nummer-1-hit had in de Nederlandse Top 40.
Ik heb vrienden bij wie ik een potje kan breken.
Ik heb vrienden wier weblogs nooit gelezen worden.
Ik heb vrienden die voor onbepaalde tijd naar Barcelona vertrekken zonder ook maar een woord Spaans te kunnen spreken.
Ik heb vrienden die me soms negeren.
Ik heb vrienden die je je ergste vijand niet toewenst.
Ik heb vrienden die zich afvragen waarom ik geen boek schrijf.
Ik heb vrienden van wie ik het telefoonnummer kwijt ben.
Ik heb vrienden die me hun telefoonnummer gewoon niet willen geven.
Ik heb vrienden die muziek maken zonder ooit een platencontract te willen.
Ik heb vrienden wier vrienden mij maar 'raar' vinden.
Ik heb vrienden die frauderen op hun werk.
Ik heb vrienden die allemaal jarig zijn op 20 januari.
Ik heb vrienden die comments plaatsen onder schuilnamen.
Ik heb vrienden die rondlopen in Vietnam - met weer heel andere vrienden.
Ik heb vrienden die vinden dat het merkwaardig is dat ik me door mensen met 'Vince' laat aanspreken (en dat ik de telefoon opneem met: 'Met Vince').
Ik heb vrienden die niet in mijn gezelschap gezien willen worden.
Ik heb vrienden met namen als Paco, Pepe, Pedro en Zeus.
Ik heb vrienden die heel goed moeten uitkijken.
Ik heb vrienden die ik soms het Boze Oog geef.
Ik heb vrienden die deze site nog altijd niet kennen.
Ik heb vrienden die romans schrijven waar passages als deze in voorkomen.
V.
Ik heb vrienden die vragen: wanneer schrijf je eens een stukkie over mij?
Ik heb vrienden die zeggen: als je ooit iets over mij schrijft, weet ik je te vinden.
Ik heb vrienden die op filmsterren lijken.
Ik heb vrienden die op popsterren lijken.
Ik heb vrienden die enigszins lijken op de vrienden die ik me eigenlijk altijd al gewenst heb (vooral als ik mijn ogen bijna dichtknijp en door mijn wimpers tuur).
Ik heb vrienden die geen idee hebben van de juiste muziek, de juiste films en de juiste boeken.
Ik heb vrienden die je precies kunnen vertellen wie er wanneer (en hoe lang) een nummer-1-hit had in de Nederlandse Top 40.
Ik heb vrienden bij wie ik een potje kan breken.
Ik heb vrienden wier weblogs nooit gelezen worden.
Ik heb vrienden die voor onbepaalde tijd naar Barcelona vertrekken zonder ook maar een woord Spaans te kunnen spreken.
Ik heb vrienden die me soms negeren.
Ik heb vrienden die je je ergste vijand niet toewenst.
Ik heb vrienden die zich afvragen waarom ik geen boek schrijf.
Ik heb vrienden van wie ik het telefoonnummer kwijt ben.
Ik heb vrienden die me hun telefoonnummer gewoon niet willen geven.
Ik heb vrienden die muziek maken zonder ooit een platencontract te willen.
Ik heb vrienden wier vrienden mij maar 'raar' vinden.
Ik heb vrienden die frauderen op hun werk.
Ik heb vrienden die allemaal jarig zijn op 20 januari.
Ik heb vrienden die comments plaatsen onder schuilnamen.
Ik heb vrienden die rondlopen in Vietnam - met weer heel andere vrienden.
Ik heb vrienden die vinden dat het merkwaardig is dat ik me door mensen met 'Vince' laat aanspreken (en dat ik de telefoon opneem met: 'Met Vince').
Ik heb vrienden die niet in mijn gezelschap gezien willen worden.
Ik heb vrienden met namen als Paco, Pepe, Pedro en Zeus.
Ik heb vrienden die heel goed moeten uitkijken.
Ik heb vrienden die ik soms het Boze Oog geef.
Ik heb vrienden die deze site nog altijd niet kennen.
Ik heb vrienden die romans schrijven waar passages als deze in voorkomen.
V.
dinsdag 18 januari 2005
MISVERSTAND
Ik kwam iemand tegen die me zei: 'Ik dacht dat jij een groene jas had.'
'O?'
'Maar nu zie ik het. Hij is niet groen.'
'Nee, dat is hij niet. Hij is niet eens een klein beetje groen.'
'Als je me gevraagd had: "Wat voor kleur jas denk je dat ik aanheb?", dan had ik "groen" geantwoord.'
'Fraai is dat.'
'Overigens, je ogen, die zijn ook niet groen. Dat is gek.'
'Hoezo?'
'Ik dacht dat die groen waren. Ik dacht het niet alleen van je jas, maar ook van je ogen.'
'Toch zijn die evenmin groen. Er is feitelijk niets groens aan mij.'
'Jammer, hoor. Ik houd wel van groen.'
'Ik moet je helaas teleurstellen.'
'Ik vond altijd dat je iets groenigs over je had. Ik had het mis.'
'Je moet het je maar niet te erg aantrekken.'
V.
'O?'
'Maar nu zie ik het. Hij is niet groen.'
'Nee, dat is hij niet. Hij is niet eens een klein beetje groen.'
'Als je me gevraagd had: "Wat voor kleur jas denk je dat ik aanheb?", dan had ik "groen" geantwoord.'
'Fraai is dat.'
'Overigens, je ogen, die zijn ook niet groen. Dat is gek.'
'Hoezo?'
'Ik dacht dat die groen waren. Ik dacht het niet alleen van je jas, maar ook van je ogen.'
'Toch zijn die evenmin groen. Er is feitelijk niets groens aan mij.'
'Jammer, hoor. Ik houd wel van groen.'
'Ik moet je helaas teleurstellen.'
'Ik vond altijd dat je iets groenigs over je had. Ik had het mis.'
'Je moet het je maar niet te erg aantrekken.'
V.
Abonneren op:
Posts (Atom)