NIELS EN VINCENT BESTAAN 10 JAAR

dinsdag 29 november 2005

IK GA TEGEN ALLE COHERENTIE IN VANDAAG...

...wat dit stuk tekst betreft dan. Ik ga jullie gewoon het een en ander vertellen, maar verwacht geen enkele samenhang, oké?

...zo is het sinterklaasseizoen alweer bijna achter de rug. Ik besefte het toen ik zondagmiddag door de HEMA dwaalde en zag dat je er 4 chocoladeletters voor 4,40 euro kon kopen. Ik was niet te stoppen. Ik greep meteen 1 melk & 1 puur & 1 melk met nootjes & 1 puur met nootjes, want plotseling had ik behoefte aan diversiteit. Wel vond ik het enigszins gênant dat ik Niels' goede vriend K. tegenkwam, met zijn vriendin aan zijn zijde, en dat ik daar met mijn rechterhand vol chocoladeletters V stond. Ik probeerde er niet te veel de aandacht op te vestigen, onder meer door allerhande wilde gebaren te maken met mijn linkerhand, maar ik vermoed dat dat slechts averechts werkte.

...en toen collega B. en ik gisteren naar het CS reden, zei ik haar: 'Ik wou dat ik een van mijn chocoladeletters bij me had. Ik heb er zondag vier gekocht, maar die liggen allemaal thuis.' Ik deed er mijn droeve blik bij, en ook mijn hangende schouders. Collega B. zei: 'Niet getreurd, op het CS vind je vast ook wel een chocoladeletter.' Ik dacht daar het mijne van. Ook zei ze: 'En wat een onzin. Chocola is chocola. In de winter maken ze er letters van, en in de rest van het jaar maken ze er gewoon een willekeurige andere klont van. Proef jij het verschil?' Ja, ik proef dat verschil. Verdorie. En op het CS was nergens een chocoladeletter te bekennen. Toen ik de in wanhoop aangeschafte reep pure chocolade in de trein in stukjes brak, vroeg collega B.: 'Probeer je er nu alsnog een V van te maken?' Ik vond dat niet erg grappig.

...vorige week zag ik de 4 Take That-jongens op tv. Die vieren een reünie. Die gaan maandenlang touren. Die gooien de handdoek in de ring en komen ons weer verblijden met Klassieke Popsongs als 'Back for Good' en eh, tja, goh, nu ja, vooral 'Back for Good' dus, maar ook al die andere fijne liederen van ze. Daar stonden ze weer, geheel Robbie-loos natuurlijk: schele Gary, kleine Mark, en die 2 jongens die niemand ooit uit elkaar heeft kunnen houden. (Op Niels na natuurlijk, die ik ervan verdenk die hele reünie bedacht en georganiseerd te hebben.) (Ooit hadden Niels en ik het voornemen samen 'bandjes te gaan kijken' op grote popfestivals, maar we zwoeren dat we pas zouden gaan als Britney Spears én Take That er kwamen optreden.) (Later stapten we dan weer van dat voornemen af.) (We stapten later wel van meer dingen af.) (Behalve van het zinnen tussen haakjes schrijven dan. Daar lusten we wel pap van.)

...iemand vroeg me pas op msn: 'Vince, even een vraagje over een puzzelmail. Van de volgende letters moet ik een woord zien te maken: s t r m o... zie jij iets? Volgens mij is het niet "morst".' Daar schrok ik wel even van. Ik vertel er niet bij wie me die vraag stelde, want ik heb mijn moeder beloofd er verder over te zwijgen. Vrijdag gaan zij en ik tezaam koffiedrinken in de Grote Stad en ik heb er geen zin in dat ze me heel de tijd scheef aankijkt. (Al zullen we ook geen letterspelletjes gaan spelen, me dunkt.)

...vandaag zag ik een foto van Katie Holmes met de doodenge aap Tom C. Op die foto staat zij te lachen op een volstrekt onnatuurlijke wijze. Vroeger liep ik wel eens langs het tv-scherm als Elsie naar Dawson's Creek keek, en dan zei ik haar: 'Ik zou best eens verliefd kunnen worden op dat meisje.' Want ik had een zwak voor Katie Holmes. (Waarom ikzelve dan nooit naar Dawson's Creek keek, dat is een raadsel der raadselen.) Naast de onnatuurlijk lachende Katie staat de doodenge aap Tom C. te lachen, op een wijze die alle wetten tart. Het is op die foto alsof zijn hoofd uiteengescheurd wordt. Het is een foto van een man die eruitziet alsof er niets te lachen valt. Het is alsof de doodenge aap Tom C. de argeloze toeschouwer duidelijk wil maken dat het een lach uit pure angst is - en dat hij ons graag laat delen in die angst. Ik vrees dat we Katie Holmes voorgoed kwijt zijn. Ik zou erom kunnen huilen, maar alleen als niemand het ziet.

...ik ga nú een chocoladeletter eten. Leve Sinterklaas en al die griezelige clowns die hem heel de tijd vergezellen. (Toen ik 6 was, kwam ik in een klas terecht waar allerlei kinderen me vertelden dat Sinterklaas niet bestaat. Ik vond dat heel domme kinderen. Tja.)

V.

zondag 27 november 2005

DAGJE MAASTRICHT IN CITATEN

I

Ons hotel blijkt een dependance van een groter hotel, alwaar we moeten inchecken.

Hoteljongen: 'Dit is de sleutel van uw hotel en dit is de sleutel van uw hotelkamer. O, en hier is de afstandsbediening van uw tv.'
Vincent en Els: '...'
Hoteljongen: 'In uw hotel bevindt zich 1 telefoon. Die treft u aan in de lobby. Dat is de ruimte waar u ook lichte muziek hoort, de ruimte waar twee heel oude snoepautomaten staan, en de ruimte waar u een eurowisselaar kunt vinden.'
Vincent: 'Een eurowisselaar?'
Hoteljongen: 'Het zijn twee écht heel oude snoepautomaten. Als u 2 euro in de wisselaar werpt, krijgt u 1 gulden terug. Die kunt u dan gebruiken om snoep mee te kopen. Of koffiepads. Maar wat ik al zei: er is maar 1 telefoon. Als u die gebruikt en u toetst de 9 in, dan zijn we binnen de minuut bij u.'
Vincent en Els: '...'
Hoteljongen: 'Uw hotelkamer is een designkamer. U zult het wel zien. De verlichting is heel bijzonder. U zult het wel zien. O, en uw bed bevindt zich in een soort unit. Maar dat zult u wel zien.'
Vincent en Els: '...'
Hoteljongen: 'Morgen staan in uw halletje twee ontbijtboxjes. Die worden daar tussen 7 en 10 neergezet.'
Elsie: 'Worden we daar niet wakker van?'
Hoteljongen: 'Neuh. Het zijn onze vrienden van de ontbijtboxjesservice. Die doen dat geruisloos. Ze zijn professioneel.'

II

Ik bezoek de wc-ruimte van lunchgelegenheid Aux Pays-Bas, en keer half-extatisch terug.

Vincent: 'De wc-ruimte ruikt exact naar Londen 1987!'
Elsie: 'Londen 1987?'
Vincent: 'In 1987, toen ik met mijn vader een week in Londen was, hadden we een hotel, en volgens mij rook het daar precies zo!'
Elsie: 'Geuren zijn altijd heel belangrijk voor de herinnering.'

Drie kwartier later:

Elsie: 'Laten we gaan.'
Vincent: 'Zal ik niet nog heel even naar beneden gaan? Om weer Londen 1987 te kunnen ruiken?'
Elsie: 'Dat lijkt me een beetje overdreven.'
Vincent: 'Hmpf. Ik wacht anders wel weer twintig jaar, hoor.'

III

In ons hippe designhotel treft Elsie twee 'ontbijtboxjes' aan die in de gang zijn gedropt door de professionele ontbijtdroppers. Elsie inspecteert de boxjes.

Elsie: 'Op jouw flesje jus d'orange ligt een spinnetje.'
Vincent: 'Zou je het er even af willen tikken?'
Elsie: 'Hm. Het is een dood spinnetje.'
Vincent: 'Zou je het er tóch even af willen tikken?'

IV

Elsie maakt een foto van mij op een brug over de Maas. Een oud vrouwtje komt aangelopen.

Oud vrouwtje: 'Zal ik misschien een foto van jullie maken?'
Elsie: 'O, graag!'
Oud vrouwtje: 'Ik dacht: dan staan jullie er ook eens samen op.'
Elsie: 'Wat leuk!'
Oud vrouwtje: 'Hoe werkt het?'
Elsie: 'U kunt gewoon door dit schermpje naar ons kijken. En dan dit knopje indrukken. En als u "klik" hoort, is de foto gemaakt.'
Oud vrouwtje: 'Als ik "klik" hoor?'
Elsie: 'Ja. Als u "klik" hoort, is het goed.'

Elsie en ik poseren samen op de brug over de Maas. Aan de overkant zien we een oud vrouwtje met ons fototoestel staan. We horen geen klik.

Oud vrouwtje: 'Het is gelukt, hoor!'
Elsie: 'Hoorde u een "klik"?'
Oud vrouwtje: 'Ik hoorde een "klik".'

Het oude vrouwtje stapt als een dolle van ons weg, de hele brug over. Ze is nog maar een stipje aan de horizon als we goed en wel doorhebben wat er gebeurd is.

Elsie: 'Ik hoorde geen "klik", hoor.'
(...)
Elsie: 'Nee. We staan niet op de foto.'

V.

maandag 21 november 2005

ALS JE HET ECHT ALLEMAAL WILT HOREN...

Als jullie het echt allemaal willen horen: ik verzamel verschillende uitgaven van J.D. Salingers The Catcher in the Rye. Ik las het boek voor het eerst toen ik dertien was, en vele keren sindsdien. Ik leerde het ooit kennen als de roman die een dwaas inspireerde om een van mijn muzikale helden te vermoorden, maar later bleek het ook het lievelingsboek van Winona Ryder. Toen ik een jaar of zestien was, dweepte ik met Winona - iets wat overigens nergens toe leidde (ik woonde immers hier en zij helemaal daar, om eens wat te noemen) -, en dat zij en ik een lievelingsboek deelden, dat leek me iets waar Het Lot het zijne van wist. Weer later kwam ik erachter dat The Catcher in the Rye het lievelingsboek van zeer velen is, onder wie ook mijn gewaardeerde sitepartner.

Eind 1997 bezat ik zowel een Nederlandse als een Engelstalige uitgave. Ik herinner me hoe ik het meisje J. vertelde dat ze het boek spoedig eens moest lezen. Vriend W. zei me toen: 'Als je zo graag wilt dat ze het leest, waarom geef je het haar dan niet gewoon?' Ik vond dat: een goed idee. Ik bezocht antiquariaten en vond er twee verschillende Engelstalige uitgaven. Ik oordeelde: wat een mooie uitgaven - die ga ik toch zeker niet weggeven? En toen had ik er plots vier. Voor ik het wist, was er een hele verzameling.

Uiteindelijk kocht ik een editie voor het meisje J. die ik zelf al thuis had staan. De verwachtingen waren hooggespannen, maar ook verwarrend, zo bleek althans toen ze me enkele weken later zei dat ze het had gelezen, en eraan toevoegde: 'Maar er gaat helemaal niemand dood op het eind...' Alsof ik die indruk had gewekt toen ik haar het boek aanprees. Later (en eerder, dat ook) gaf ik het boek nog aan vele anderen cadeau, en soms schreef ik er opdrachten in die geheel en al uit gedenkwaardige citaten uit Het Boek Zelve bestonden.

In het najaar van 2003 was ik thuis bij de Arnhemse dichter H. Zelden (nu ja, zelden) heb ik mezelf zo moeten bedwingen als toen ik in zijn boekenkast een Nederlandse uitgave van het boek zag staan die ik nooit eerder waar dan ook had gezien. Ik had die ochtend bijna voor het eerst een boek gestolen. Ik weet nog dat hij me naar het Arnhemse station bracht en dat ik grapte: 'Ik had bijna jouw exemplaar van The Catcher gestolen, makker.' 'Ha ha,' zei hij. Er valt hier helemaal niets te lachen, dacht ik, en ik stapte gedreven voort als iemand die er snode plannen op na hield.

Enkele weken geleden verscheen een nieuwe Nederlandse uitgave. Zonder plaatjes, zonder flaptekst. Daar houdt de schrijver immers niet van. Ik zou dat boek graag hebben. Ik plaats het bij dezen op de verlanglijst voor mijn aanstaande verjaardag. Voorts toon ik jullie hieronder een vanmorgen gemaakte foto van de uitgaven die al in mijn bezit zijn. Wie een uitgave heeft of kent die hier niet staat afgebeeld (of wie zo'n uitgave wel eens in de kast van bijvoorbeeld een bevriend dichter heeft zien staan, gna gna), verzoek ik zo spoedig mogelijk contact met mij op te nemen.



V.

zondag 20 november 2005

KOFFIEDROMEN

Ik stel me zo voor dat ik morgen rond een uur of acht opsta, en dat ik mezelf enkele minuten later aanstaar in de badkamerspiegel, en dat ik dan denk: het is maar goed dat je je hebt geschoren gisteren, makker, die baard kon wérkelijk niet meer. En ik stel me voor dat ik daarna de katten te eten geef, en vervolgens mezelf (ik gok op wat geroosterde pompoenpitboterhammen, en daarbij een groot glas melk, en een kop thee, dat ook), en dat ik op de computer liederen draai die ik heel hard meezing. Ook zal ik een document openen en een blik werpen op het verhaal dat ik langgeleden begon te schrijven, mijn hoofd schudden en het document weer sluiten. Een verhaal dat een meisje me onlangs toestuurde, zal ik opnieuw lezen en ik zal er met een pen (geen rode, nóóit een rode) aantekeningen en opmerkingen en voorstellen tot correctie en vragen bij plaatsen, dit alles in de kantlijn en tussen de regels door. Als het meezit doe ik dat verhaal, voorzien van al dat gekrabbel, op de post. Tezaam met de felicitatiekaart aan het meisje W., dat onlangs beviel van de kleine B. (Aan de andere kant: ik schuif post wel eens een dag of wat voor me uit. Ik heb altijd enthousiaste plannen, maar daadwerkelijk iets opschrijven en even naar de brievenbus lopen, dat is andere koek.)

Tegen de katten zal ik iets oubolligs roepen als: 'Welnu, de kop is eraf', en vervolgens zal ik me kleden op de kou, die me ongetwijfeld een oplawaai geeft (en een trap na) zodra ik naar buiten stap. Ik zal mijn das (of mijn sjaal, weet ik veel) op zo'n wijze om mijn nek wikkelen dat het niets helpt, en ik zal me wederom afvragen waarom mijn winterjas niet wat meer knopen telt. De iPod steek ik dan in mijn binnenzak en de katten voeg ik toe: 'Tot straks, Noni en Teiget, en doe een beetje voorzichtig met de nieuwe fauteuil, willen jullie?' Dat stel ik me dus voor. Terwijl ik naar buiten stap (waar de kou me uit onverwachte hoek een genadeloze rechtse uppercut geeft - leer mij de kou kennen), komt de Jack Bauer in mij boven en bespied ik de omgeving, op mijn hoede voor gespuis, de klok tikkend in mijn hoofd. Af en toe doe ik mijn grimmige blik en mijn verbeten grijns, maar in combinatie met dat quasi-nichterige loopje van me zal dat weinig boeven vrees inboezemen - feiten om rekening mee te houden.

En ik stel me voor dat ik exact op die wijze mijn eerste vakantiedag in ga. En dat ik de bus neem naar de stad en dat ik daar de eerste de beste Starbucks binnen val en dat ik zeg: 'Een dubbele latte graag. Om hier op te drinken.' En dat ik dan een plaatsje voor het raam uitkies, in zo'n aangename Starbucks-stoel, en dat ik mijn handen aan de beker warm, en dat er hippe muziek gedraaid wordt, en dat ik naar buiten staar, en dat daar mensen lopen van wie ik het geenszins bezwaarlijk vind dat ze ook gewoon dóórlopen, en dat ik dan met mijn vingers knip, en dat er gewoon nóg een dubbele latte wordt gebracht, of een dubbele cappuccino - ik doe daar niet moeilijk over, zolang het maar dubbel is -, en dat ik het boek dat ik tegenwoordig lees uit mijn tas pak (waarin in een bijzin ook een latte bij Starbucks wordt besteld, kijk zelf maar), en dat ik er, hopsakee, een bladzij of honderd in verder lees, tenzij me zinnen te binnen schieten die ik dringend moet noteren in een klein boekje, en die Het Verhaal Dat Ik Altijd Nog Eens Wilde Schrijven ten goede zullen komen, want dan duw ik dat boek gewoon weer mijn tas in, terwijl ik onthoud op welke bladzijde ik ben gebleven (ja, ik onthoud dat gewoon; ik gebruik geen boekenlegger, en wie denkt dat ik ezelsoren maak of de kaften knak, die is alle realiteitszin verloren).

En wat ook kan: dat er gewoon een vriend of vriendin die Starbucks binnen stapt, en dat die dan gewoon naast mij plaatsneemt, en dat die dan anekdotes vertelt die ik altijd al wilde horen, en dat we dan samen koffie gaan drinken in die fijne stoelen, met die aangename liedjes op de achtergrond, en dat de dag langzaam voorbijwaait, en dat er buiten in eindeloze rijen dwazen voorbij blijven lopen die wel betere dingen te doen hebben. En dat er misschien nog wel meer vrienden en vriendinnen aanschuiven, en dat we hele stapels koffie bestellen, in alle varianten, zolang het maar dubbele hoeveelheden zijn, en dat we ons geheel bezatten aan Cappuccino's, Lattes, Christmas Blends, French Roasts, Sumatra Decafs, Guatemala Antigua's en Nariño Supremo's, en dat we elkaar fotograferen in opzienbarende posities, tot we elkaar in een staat van overdreven aanhankelijkheid in de armen vallen en dingen zeggen als: 'Samen koffiedrinken is het mooiste wat er is', 'Wat zie je er leuk uit zonder die baard', 'Ik zie daarbuiten iemand lopen die ik nooit heb gemogen' en 'Met z'n hoevelen passen we eigenlijk in zo'n stoel? Schuif eens op?' En dat het dan heel laat wordt en dat we vriendelijk verzocht worden 'in godsnaam eens op te rotten'. En dat het een van de Dagen der Dagen is, en dat we er achteraf nog veel en hard om kunnen lachen.

Maar ja. Er is hier dus geen Starbucks.

V.

vrijdag 18 november 2005

DE VRIJDAGAVONDONELINER

'Eden' van Hooverphonic is een tijdloze popsong.

N.

donderdag 17 november 2005

INTUSSEN, IN HET KOFFIEPALEIS

Doorgaans worden we in het koffiepaleis geholpen door dat joch met die pet. Achter zijn rug om noemen we hem Martijn, want hij doet ons aan een Martijn denken. Geen specifieke Martijn, want er bestaan heus ook Martijnen en Martijns die deugen (we kénnen er zelfs een paar), maar hij is er ontegenzeggelijk een. En dat 'geholpen' uit de eerste zin kun je gerust met een korrel zout nemen, want het enige wat Martijn doet, is je een beetje toegrijnzen en je confronteren met je vermeende coffeeshopbezoek.

Nee, dan dat ene mooie chickie dat er ook werkt, en dat steeds van haarkleur verandert. Zij is geen groot licht, zij, maar ondanks al haar onnozelheid, onmacht en onkunde (de ene keer geeft ze je te weinig geld terug, de andere keer brandt ze haar vingers aan een espressoapparaat) is ze een welkome verschijning. Ze grijnst niet, ze draagt geen pet en ze is discreet. Ik herinner me hoe we een keer het pand verlieten en mijn collega me zei: 'Volgens mij staat zij naar jou te lonken.' Ik dacht toen nog: wat leuk.

Daarna zagen we haar heel lang niet meer. Zo lang zelfs dat we dachten dat een nieuw ongeluk met een van de koffiemachines haar fataal was geworden. Het is een jungle in de koffiebusiness, en de barista's sneuvelen er bij bosjes. (Dat doet me eraan denken: onlangs las ik een artikel over die hele koffiebusiness, en daarin werd door een of andere koffiemagnaat beweerd dat de barista de puntjepuntje van de eenentwintigste eeuw is. Ik ben dus vergeten wat er stond, op die plaats van dat puntjepuntje. Maar het stelde nogal wat voor, althans, zo herinner ik het me. De ervaring wijst echter uit dat de barista de joker van de eenentwintigste eeuw is. De clown van onze tijd. De Guust Flater van het heden. Maar genoeg hierover, ik vertelde jullie immers een anekdote.)

Vanmiddag betraden we het koffiepaleis weer. En hoewel er elke dag een andere barista werkt, worden we vrijwel altijd te woord gestaan door Martijn. Met die pet van 'm. En die grijns. En die olijke blikken. Maar vandaag was hij er niet. Welnee, vandaag was zij terug. Ik stootte mijn collega aan en zei: 'Dat ene mooie chickie is er weer!' Zij zag het ook. Ik werd er bijna een beetje schuchter van. Ze vroeg me wat we wilden bestellen en ik antwoordde: 'Twee dubbele caffe latte's graag. Om hier op te drinken.' Ik gaf haar het geld (een klein fortuin, dat begrijpen jullie, want het kost een vermogen om twaalf barista's en al die machines in bedrijf te houden) en deed er verder het zwijgen toe. En voor de duidelijkheid vermeld ik erbij: het was heel rustig bij de balie. Of de bar. Of nu ja, dat ding in de zaak waar jij aan de ene kant je koffie staat te bestellen en de barista aan de andere kant haar vingers staat te branden of je wisselgeld per ongeluk op de grond laat kletteren. Normaal staat daar een lange, lange rij, maar nu was het er verdacht rustig. Mijn collega en ik, wij waren feitelijk de enigen die er stonden.

En tóch, ondanks die serene stilte bij de bar, ondanks het feit dat wij heel de tijd de enigen waren die bij die hele bar te vinden waren, vroeg dat ene mooie chickie ons doodleuk, en het kan nog geen minuut later zijn geweest, en ze keek me recht in mijn ogen: 'Worden jullie al geholpen?' Daar keken we een beetje van op. En onthutst stamelde ik: 'Ja.' En iets stiller, en nog veel onthutster, mompelde ik: 'Door jou...'

En ik wist: de barista is het zwarte gat van de eenentwintigste eeuw. De barista is de dode mus van onze tijden. De barista, jawel, is gewoon 1 grote grap.

V.

dinsdag 15 november 2005

GEÏNTERESSEERD DOEN

In de trein, vanavond:

'Sorry, Vince, ik kan me echt even niet concentreren. Ik ben te moe. Kun je me niet gewoon een mooi verhaal vertellen? Een mooi en lang verhaal? En dat ik dan af en toe doe alsof ik geïnteresseerd ben? Dat ik vraag: "Goh, en hoe voelde je je toen?" En dat ik intussen geeuwend door het treinraampje naar buiten staar? Kun je niet gewoon zo'n verhaal vertellen?'

V.

zondag 13 november 2005

DE SHUFFLEFUNCTIE (WEDEROM)

Laten we weer eens interactief zijn! Laten we de boel op shuffle zetten! Laten we volstrekt willekeurige toptienlijstjes plaatsen bij de comments! We deden het eerder, en we doen het gewoon weer! En laten we uitroeptekens plaatsen! Ja, uitroeptekens! O, uitzinnige vreugde! O, bron van plezier!

Wat ik maar wil zeggen: ik zal hier, zonder enige noemenswaardige beïnvloeding mijnerzijds, de eerste tien liederen opschrijven die mijn iPod afspeelt als ik de shufflefunctie inschakel. Doen jullie mee? (Wie geen iPod heeft, mag ook zijn eerste tien mp3-liederen noteren. Of de eerste tien in WMP, wat kan jou het schelen!)

Daar ga ik dan:

1 G. Love & Special Sauce, 'Baby Got Sauce'
2 Matthews' Southern Comfort, 'Woodstock'
3 Ben Folds, 'Trusted'
4 Pearl Jam, 'Elderly Woman behind the Counter in a Small Town'
5 The Kinks, 'Tired of Waiting for You'
6 D'Angelo, 'Brown Sugar'
7 Blur, 'To the End'
8 Paul Weller, 'You Do Something to Me'
9 The Shins, 'Those to Come'
10 Foo Fighters, 'Walking after You'

En nu jij!

V.

donderdag 10 november 2005

EX-VRIENDINNETJE A. ZOEKT WOONRUIMTE TE A.

Vincent: Zoek jij nu nog woonruimte in Amsterdam? (Ik heb niets, hoor, maar ik vroeg me dat af.)
Arlette: Oh, ik dacht: yeah!!! Maar ja, ik zoek nog.
Vincent: Nou, wat ik bedacht: zal ik anders een advertentie plaatsen op die prachtsite van me? Dan heb je toch nog iets aan me. We hebben tegenwoordig zo'n 300 bezoekers per dag.
Arlette: Ja, als je wilt.
Vincent: Vermeld dan hier en nu alles wat je in die advertentie wilt hebben. Dan plaats ik dit gesprek gewoon, ha.
Arlette: Ik zoek een zo zelfstandig mogelijke ruimte tot ong. 400-500 euro inclusief. Kun jij dat mooi verwoorden?
Vincent: Lang niet zo mooi als jij dat kunt. En wat kan ik over jou schrijven?
Arlette: Leuke dame die in het toerisme werkt zoekt... hahaha. Nee, dat ik leuk werk hier in de buurt heb gevonden en nu op zoek ben naar passende woonruimte.
Vincent: Ik wilde je 'ex-vriendinnetje A.' noemen. Maar dit is ook wel wat.
Arlette: Zal ik het zo even typen?
Vincent: O, en waar kunnen ze evt. reacties heen sturen? Gewoon naar de mail van mijn site?
Arlette: Ja, dat kan. Kun jij dat dan doorsturen?
Vincent: Ja, wat dacht je. Nu, ik ga even dit gesprek plaatsen.
Arlette: Nee!
Vincent: Tsk.
Arlette: Doe 't even leuk.
Vincent: Ja, maar dit ís juist leuk en spontaan. Of heb je iets gênants gezegd?
Arlette: Weet ik niet?
Vincent: Nee, dat heb je niet. Ik zeg het je. Je komt uiterst enthousiast en welbespraakt over.
Arlette: Dankjewel. Nou, ik ben benieuwd.

Samengevat: Arlette (26 jr.) zoekt zo spoedig mogelijk woonruimte in Amsterdam! Als je iets hebt of weet: mail Niels en Vincent!

(En een comment plaatsen hier kan natuurlijk ook.)

V.

dinsdag 8 november 2005

DE TOTALE WAANZIN VAN DE SPAANSE TELEVISIE (II)

Soms is geen tekst stoerder.

N.

maandag 7 november 2005

O, HEERLIJKE NIEUWE WERELD

Wij hadden het vroeger anders ook niet gemakkelijk. Ik spreek van de jaren tachtig, en eigenlijk ook wel van de jaren negentig, toen we met z’n allen maar een beetje over straat liepen te zwalken. Kansarm, dat waren we, en doelloos. Het waren barre tijden en het leek nooit meer beter te worden. Soms kreeg een van ons het te kwaad en schoten de tranen in zijn ogen, maar dan zei een ander weer: ‘Kop op, joh. Trek het je niet zo aan.’ Want als we met z’n allen waren, dan huilden we niet. Dan lieten we ons niet kennen. Wel lieten we soms een fietsventieltje leeglopen, gaven we willekeurige voorbijgangers het boze oog of trapten we een bal in andermans tuin. Want kansarm, dat waren we, en doelloos, dat ook. En we hadden het niet gemakkelijk. Vroeger. En dan doe je wel eens iets wat niet helemaal door de beugel kan. Kauwgom onder tafels plakken. Propjes naar onderwijzers schieten. Aanbellen bij iemand en dan heel hard wegrennen. Man, wat waren we kansarm. Sommigen onder ons waren zó kansarm en doelloos dat ze aan een studie Nederlandse letterkunde begonnen. Maar hoe we ook in de put zaten met z’n allen en hoe bewolkt het soms ook was in onze hoofden, er was één ding dat we nóóit deden: auto’s in de fik steken.

Maar ja, dat is het nu net: iemand moet er wel óp komen natuurlijk. Je hoeft het bij wijze van spreken alleen maar te verzinnen. Want ik zie ons gewoon weer lopen, over die straten, en we merkten wel eens een losse tegel op, maar we hadden geen idee wat we ermee moesten beginnen, en niemand had ooit eens een jerrycan en een aansteker bij zich, want onze ouders vonden dat ‘geen goed idee’, dus dan lieten we het maar. Ik zeg het je: als ook maar één van ons op het lumineuze idee was gekomen... o, de mogelijkheden! Want auto’s, die vind je overal. En een doosje lucifers, tjonge, hoeveel kost een doosje lucifers nu helemaal? We waren dan wel kansarm en al, maar allemachtig, een doosje lucifers kon er heus wel van af. Wie er anders over denkt, wil ik wel even mee naar buiten nemen. Praten we even verder.

En nu, zo veel jaar later, weet je niet anders. Het is haast routine geworden. Op weg naar de Grote Uitgeverij vanmorgen stak ik bijvoorbeeld 14 auto’s in de fik. Net zo makkelijk. Maandagochtendsleur, jullie kennen het. Ik had behoefte aan een verzetje. En toen ik de afdeling op stapte en daar mijn collega aantrof, die me trots vertelde dat ze dit weekend 83 auto’s in de fik had gestoken, knapte er iets in me. Ik werd er zelfs zó toornig om dat ik, hopsakee, de straat weer op liep om de stand enigszins gelijk te krijgen. Want als ik ergens een hekel aan heb, is het de competitiedrang van sommige mensen om me heen. En de aantallen, hè, die gaan ook tellen. Die doen ertoe. Je begint met 1 auto, en sommigen denken: als je 1 auto in de fik steekt, ken je het wel, maar zo zit het dus niet. Ik begon bijvoorbeeld – maar nu spreek ik van een tijd terug, hoor – vooral in de buitenwijken, in afgelegen zones, in de suburbs, zeg maar, maar op den duur is dat dus echt niet meer genoeg. Dan pak je de binnenstad gewoon even mee. Dan houdt niemand je nog tegen. Dan gaat men voor je opzij. Dan zegt men: ‘Wacht even, dan stap ik mijn auto wel uit. Gaat u gerust uw gang.’

In de middagpauze waren we met z’n allen al zó opgefokt dat we alle auto’s op de gracht in de fik staken. Je krijgt er op den duur ook lol in, hoor, moet ik zeggen. Bij de eerste 100 houden we bijvoorbeeld altijd een vreugdevuurtje. Dan maken we een dansje. Dan zingen en springen we. Er is gelukkig weinig voor nodig om ons weer helemaal wóest te krijgen. Ik heb bijvoorbeeld problemen met: mensen die woorden onnodig verkleinen. Groene Boekjes met foutieve woordafbrekingen. Koffie die koud wordt. Collega’s die op mijn afdeling Alkmaarse slang voor seksuele handelingen komen introduceren. Mensen die in de weg lopen. Mensen die ‘helemaal goed’ zeggen. Man, dan word ik echt hels. Dan laai ik op. Dan ren ik naar de eerste de beste parkeerplaats en laat ik de vlammen hun werk doen.

Uit het buitenland bereiken ons intussen schrikbarende cijfers. 1300 auto’s in 1 nacht! Dat soort aantallen, dat noem ik: pure provocatie. Alsof wat wij aanrichten beginnerswerk is. Maar wat zij kunnen, kunnen wij natuurlijk ook. We hoeven het slechts te willen. Wij zijn toch ook kansarm? Wij zijn toch ook doelloos? En zijn wij soms niet wanhopig? Wij hadden het vroeger anders ook niet gemakkelijk, hoor.

V.

GECITEERD

Elke maandag staat op de achterpagina van NRC Handelsblad de rubriek 'WoordHoek', geschreven door de onvolprezen taalkenner Ewoud Sanders. In ''t Krijk der Frannen', de aflevering van vandaag, valt het volgende te lezen:

Vorige week had ik mailcontact met de productieafdeling van een van de grootste Amsterdamse uitgevers. Dat begon met een vraag: 'Is er ergens een overzicht van alle woordafbrekingen die zijn veranderd in het Groene Boekje? Wij worden er hier erg onzeker van, nu blijkt dat we alles ineens moeten opzoeken: Fran/krijk! Catas/trofe! Diag/nose! Illus/tratie! Mijn collega heeft het Groene Boekje zowat het raam uit gegooid, in een vlaag van woede, vanwege dat Fran/krijk.'

Ha! Ik werk weliswaar niet op de productieafdeling, maar die mail, dat zagen jullie al, die is natuurlijk van mij afkomstig. En die collega met de ongecontroleerde driftaanval, dat is collega B.

Eindelijk weer eens de krant gehaald. Wat leuk.

V.

zondag 6 november 2005

ROCK STARS HAVE KIDNAPPED MY SON!

Zij die morgen na halfnegen over straat lopen, delen we voortaan in bij: de onbevoegden. En ook bij: zij die het nooit zullen begrijpen. En bovendien bij: de onwetenden.

Alle anderen kijken morgen vanaf halfnegen immers naar Almost Famous, een van de Films der Films.

Eindelijk zal duidelijk zijn wie deugt en wie niet.

V.

ALLES DRAAIT OM MIJ EN MIJN SITE

Woensdag lunchte ik met collega E. in het lunchetablissement waar normaal gesproken het Meisje met de Afschuwelijke Stem werkt. Nu was ze echter nergens te bekennen. De vaste lezers onder jullie weten inmiddels dat dat geen reden tot paniek is. Het Meisje met de Afschuwelijke Stem duikt altijd weer op. Ook zulke meisjes hebben wel eens een dag vrij. Niettemin: collega E. stelde me op de hoogte van het een en ander. Ze vroeg me achteraf of ik er niets over wilde schrijven op de site, en ze vroeg me dat zó veelvuldig dat ik me later ging afvragen: zou ze misschien júist willen dat ik hier schrijf dat...? De volgende ochtend liet ze me weten opgelucht te zijn. Ze was met angst en beven op de site komen kijken, maar goddank, ik had niets geschreven.

En zo kun je jezelf natuurlijk van alles wijs maken. Dat men bijvoorbeeld alleen nog maar met je gaat lunchen omdat men zichzelve wil herkennen op je site. Dat men je alleen nog maar aanspreekt in gevatte volzinnen, compleet met interpunctie en al, opdat je misschien inspiratie opdoet voor een nieuw stukje. Dat men, o gruwel, de Nederlandse spelling alleen maar herziet zodat je er narrige dingen over kunt schrijven. Voor je het weet draait alles alleen nog om jou en jouw site. (En laten we eerlijk zijn, het ís natuurlijk gewoon zo. Niels en ik, wij gaan voor de werelddominantie. Eens laten wij jullie bukken onder een strikt door onze nukken bepaald regime. Of, nu ja, hoe Niels dat indertijd dan ook verwoordde. Hij zei het namelijk heel mooi, jullie kennen hem. Wat een woordentovenaar, die jongen.)

Terwijl ik vanmiddag een kop kippensoep kreeg voorgeschoteld door Elsie, en een virtuele tosti kreeg aangeboden door mijn beminnelijke weblogvriendin N., bedacht ik: men wil mij aan het schrijven zetten. Ik word omringd door personages en door zinnen die gebruikt moeten worden. Zo sprak ik deze week een stagiaire, die mij toezei dat ik binnenkort zou kennismaken met een man. Ik zei: 'Laat maar komen, die man.' Zij zei: 'Ik moet je waarschuwen: hij is heel lief.' 'Ik ben ook heel lief.' 'Dat weet ik.' (Hier trok ik even mijn ene wenkbrauw op. Jullie kennen die uitdrukking intussen wel. En zo niet: let in godsnaam eens op. Gaat dan werkelijk álles langs jullie heen? Hmpf.) 'Maar,' zo ging ze verder, 'deze man giechelt heel veel. Dat vind ik zo lief. En jij giechelt nooit, denk ik.' 'Nee,' zei ik kortaf, 'ik ga nog liever dood.' Daarop stond ik op, woest & uitzinnig & niet voor rede vatbaar. Zelden ben ik zó snel zó kwaad geworden. Ik heb zo mijn buien.

En gisteren - want dit is zo'n van-de-hak-op-de-takstukje; wie het niet zint, komt later maar eens terug - bezochten Elsie en ik de sprookjesfilm Corpse Bride in de bioscoop die ik hier bij voorkeur omschrijf als Het Aftandse Delftse Filmpaleis. Maar, zo zei Elsie: 'Het lijkt wel alsof ze Het Aftandse Delftse Filmpaleis hebben opgeknapt!' En warempel, de stoelen waren heel, op de muren zaten geen klodders van een onduidelijke maar immer schrik aanjagende substantie, en het publiek was zowaar eens rustig. Ja, natuurlijk waren er de gillende sms-chickies die heel de tijd heen en weer liepen, maar die vallen al haast niet meer op. Die horen erbij. Zonder gillende sms-chickies geen ouderwets bioscoopbezoek, dat zeg ik ervan.

(Ik roep zojuist naar Elsie: 'Waar kan ik nog meer over schrijven in mijn stukkie?' 'Wat heb je tot nu toe?' 'Och, gewoon wat losse dingetjes.' 'Ah. Ik zou wat vaste dingetjes toevoegen. Voor het evenwicht.')

(En op msn vraagt iemand me of ik weet wat 'humps' zijn.)

Pas dronk ik een stapel wodka-limes met collega B. op een Haags terras en ik staarde wat onbeholpen in de verte (ik kan die blik heel goed op commando doen; vraag het me gerust eens als je me ziet - en ervaar de gevolgen). Plots zei collega B. me: 'Die vrouw hiervoor is met jou aan het flirten.' Ik had niets gezien, want ik was immers onbeholpen in de verte aan het staren (vraag het me dan gewoon! Dan doe ik het voor!), dus ik vroeg haar: 'Hoe oud is die vrouw eigenlijk?', want inmiddels zag ik alleen nog haar achterkant, en die deed me nogal denken aan Iggy Pop, zij het een Iggy die een T-shirt draagt. 'O...' sprak collega B., 'ik denk dat ze ons gerust had kunnen baren.' Later voegde correctrice C. zich nog bij ons en die zei: 'Ja, zo'n vrouw, die dacht natuurlijk: wat een leuke John Cusack-achtige verschijning, daar ga ik maar eens mee flirten.'

En ik vraag jullie: die Iggy Pop-achtige vrouwen-op-leeftijd, die correctrices die me complimenten maken, de msn'ers die me vragen wat 'humps' zijn, de stagiaires die me willen voorstellen aan lieve, giechelende mannen, alle gillende sms-chickies, en de collega's die met me lunchen en me dingen vertellen die ik hier echt niet mag schrijven... het kan toch verdorie geen toeval zijn? Al die mensen, al die curieuze dialogen? Die zijn er toch alleen maar om mij van stof tot schrijven te voorzien?

Ik ga even afkoelen ergens.

V.