NIELS EN VINCENT BESTAAN 10 JAAR

zondag 30 januari 2005

STUDENTENHUISFEESTJE

Ik was al zeker een jaar of zeven, acht niet op een studentenhuisfeestje geweest. Dat zei ik gisteren ook heel vaak tegen mensen. Ik zei dan: 'De laatste keer dat ik op een studentenhuisfeestje was, moet zeker zeven jaar geleden zijn. Misschien wel acht.' Het was in elk geval nog vóór ik Elsie leerde kennen - en dat is al een heel mensenleven geleden. Nu bezocht ik zo'n feestje samen met haar. En met een studentenhuisfeestje bedoel ik een feestje dat door een man of 12 tegelijk gegeven wordt. Die circa 12 man delen 1 gang, 1 wc, 1 keuken, 1 badkamer, 1 telefoon en 1 gemeenschappelijke ruimte. En gisteren deelden ze massa's vrienden en vriendinnen.

Vroeger bleef ik nog wel eens slapen op zulke feestjes. Dan lag je eindelijk enigszins comfortabel (onder een bureau/samen met een vriend op 1 luchtbed/rillend van de kou) en dan kwam er een of andere suïcidale clown binnen die je in je neus kwam bijten. Fijn dat ik straks gewoon naar huis kan, dacht ik gisteravond nog. Met mijn echtgenote nog wel.

Want dat was ook zoiets: er hing altijd een soort belofte rond studentenhuisfeestjes. Het idee dat je Nieuwe Meisjes kon ontmoeten die je via via leerde kennen. En dat je die dan vervolgens in andere, nuchterder omstandigheden terug zou kunnen zien. Welnu: studentenhuisfeestjesmeisjes zag je nooit meer terug. En ze waren ook nooit erg leuk. Of het onthouden waard. Soms vergat ik ze gewoon. Het enige wat ik van zulke feestjes onthield, waren de keren dat ik mensen onbedoeld afsnauwde, voor schut zette of in compromitterende omstandigheden bracht, en het aantal keren dat iemand me in mijn neus probeerde te bijten.

Ik zag gisteren ook een mannetje met heel veel haar en een baard. 'Die is zeker net achttien geworden,' zei ik tegen Els. 'Ja, dat denk ik ook,' antwoordde ze. En we waren blij dat we niet hoefden te logeren.

V.

zaterdag 29 januari 2005

WIM KOK KOOPT EEN KRANTJE

1
Van alle hippe, hippe mensen waren Els en ik vermoedelijk de allerlaatsten die met eigen ogen gingen bekijken hoe goed en mooi en fantastisch de film Eternal Sunshine of the Spotless Mind wel niet is. Jullie hadden eigenlijk allemaal met ons mee moeten gaan, want inderdaad, het was hartverscheurend goed en mooi en fantastisch. Jim Carrey speelde ingetogener dan ooit tevoren (dat kan nooit kwaad), Kate Winslet was veel indrukwekkender dan in dat doodsaaie Finding Neverland, en Becks versie van 'Everybody's Gotta Learn Sometime' staat sinds gisteravond op repeat in mijn hoofd. Als Elsie en ik vanavond niet naar een ultrahip feestje gingen, zouden we gewoon nog een keer Eternal Sunshine gaan bekijken.

2
Intussen was er ook nog een pauze in het filmhuis. Ik bestelde een glas rode wijn. De jongen achter de bar schonk de ene fles rode wijn leeg, om er vervolgens een zooi rode wijn uit een heel andere fles (met een Heel Ander Etiket!) bij te plempen. In hetzelfde glas. Totdat het helemaal gevuld was. 'Alsjeblieft, een rode wijn,' zei hij nog. Ik vraag me af of hier geen regels tegen bestaan. Kunnen de horecamedewerkers onder jullie me daar eens iets meer over vertellen?

3
En voordat we naar de film gingen, bezochten we het Chinese restaurant waar we wel vaker komen. Het Chinese vrouwtje dat daar werkt en ons altijd op norse toon te woord staat, was in ene de vrolijkheid zelve. 'Zij heeft happy pills geslikt,' suggereerde Els. 'Is het wel hetzelfde Chinese vrouwtje?' sprak ik, terwijl ze er jubelend met onze menukaarten vandoor ging. Els wees me op een reclame voor hun nieuwe buffet. Er stond een soort banner op met de onsmakelijke tekst: 'Nieuw!! In ons!' Misschien ontbrak er wel een woord.

4
Vanmiddag stonden we op het Delftse station op onze bus te wachten. Els ging liever in de AKO-winkel wachten. Daar was het immers warmer. Ik schuifelde een beetje achter haar aan en zag een grijze, rijzige man het AKO-trapje af lopen, met een krant in zijn handen. De man keek me glimlachend aan en ik wendde van schrik mijn blik af. 'Dat is onze premier!' fluisterde ik tegen Els. 'Wim Kok komt bij ons in Delft een krantje kopen!' Els dacht ook dat ze hem gezien had, maar voor het gemak ging ze ervan uit dat het een lookalike betrof. Ik zei: blijf jij maar bij de tijdschriften staan, dan ga ik nog eens kijken. Ik rende het perron op, en ja hoor, vlak bij me stond Wim Kok een krantje te lezen en op zijn trein te wachten. Ik zag dat ook veel andere mensen op het perron hem aanstaarden. Wat doet premier Kok hier in z'n eentje op ons Delftse perron? dacht men vermoedelijk. Ik dacht dat zelf althans. Ook dacht ik: wordt die man niet beveiligd? En: was er vandaag soms een PvdA-congres in Delft? En weer later drong het pas tot me door dat hij al heel lang onze premier niet meer is. En dat als Wim Kok in een vreemde stad bij een AKO-winkel een krantje wil kopen, en hij met dat krantje op een perron wil gaan staan, we Wim Kok gewoon zijn gang moeten laten gaan.

Misschien staat hij er op dit moment nog steeds wel. Zullen we eens gaan kijken?

V.

Update:
Volgens deze pagina was er vandaag inderdaad een PvdA-congres in Delft. Hm. Dat plaatst het voorgaande in een heel ander daglicht.

donderdag 27 januari 2005

VETTE TRACKS

In de Van Leest-winkel hoorde ik vanmiddag een punkerig jongetje tegen een punkerig meisje zeggen: 'De laatste track op deze cd is echt vet.' Het punkerige meisje giechelde. Ik dacht nog: wat een malle kleding dragen die kinderen. Het meisje liep een eindje verder terwijl de jongen in de dvd-bakken rommelde. Hij hield een dvd van Green Day omhoog. Hij draaide die dvd eens om. Ik zag hem peinzen. Hij vroeg zich vermoedelijk af of hier ook vette tracks op stonden. Ik dacht nog: laat toch lekker staan, joh. Want tien jaar geleden, ja, toen waren sommige Green Day-tracks nog wel vet. Nu niet meer. En overigens: toen noemden we dat nog niet zo. 'Vet' waren toen vooral de mensen die heel dik waren. En fastfood, dat was ook 'vet'. Je kon in 1995 wel proberen meisjes te imponeren door over vette dingen te praten, maar dat leverde je slechts meewarige blikken op. Nu ja. Och. Ik dacht dus ook vanmiddag: ik word gewoon een oude man. Maar die jongens van Green Day, die zijn verdorie stokoud.

Tien jaar geleden echter, toen vond ik Green Day best leuk. Zelf droeg ik toen ook gekke kleren. En lange geverfde haren. En over drie dagen is het exact tien jaar geleden dat ik voor het eerst een heus vriendinnetje kreeg. Zullen we daar maar niet te lang bij stilstaan? Al dat gemijmer, wie heeft er wat aan.

(Dan is het nu dus exact tien jaar geleden dat ik dacht: gaat het nog ergens heen met dat meisje en mij? Of, voor de kinderen onder ons: zou ze me wel vet vinden?)

V.

woensdag 26 januari 2005

THIS IS BLUES POWER!

‘Man, wat zie jij er somber uit.’
‘Somber? Nee... eerder vermoeid, denk ik. Niet somber.’
‘Voel je je wel goed dan?’
‘Mwoh. Dit weekend leek ik behoorlijk verkouden te worden. Met hoesten en zakdoeken en keelsnoepjes en al. Maar maandag was ik weer beter, hoor. Ik word alleen in weekends ziek.’
‘Hm. En je werk?’
‘Zullen we het gewoon even niet over m’n werk hebben?’
‘Sorry hoor. Ik vraag het maar. Je schrijft hier de laatste tijd ook zo weinig. Je lijkt Niels wel.’
‘Ik weet het. Het komt er steeds niet van. Er komen dingen tussendoor. Halve verkoudheden. Verjaardagen. Manuscripten. Etentjes met mijn sterauteurs.’
‘Sterauteurs? Wie dan?’
‘Gisteren at ik met sterauteur Walter en sterauteur Niels. We bestelden alledrie de saté, als je het echt per se allemaal wilt weten.’
‘Drie saté dus?’
‘Ja. En ik zag een meisje aan een ander tafeltje en ik zei tegen Niels: “Is dat niet San van Zoete Meisjes?” En Niels zei: “Ja, ik denk het wel.” Maar we durfden het allebei niet te vragen.’
‘En nu zul je het dus nooit weten?’
‘Ik mailde haar vandaag, en ik vroeg of zij het was. “Ja, dat was ik,” schreef ze.’
‘Aha. En verder?’
‘Verder... tjonge... vandaag was er een amusant intermezzo met mijn sterauteur Janneke.’
‘Toe maar. Jij hebt alleen maar sterauteurs onder je hoede, hè?’
‘Ja, zo zou je het kunnen zeggen.’
‘En je eigen boek dan? Komt dat er nog eens van? Moest jij ook niet eens een sterauteur worden?’
‘Ik heb een fulltime baan, hoor. Ik krijg die site niet eens fatsoenlijk gevuld.’
‘Je mag inderdaad wel wat meer stukkies schrijven hier.’
Dit is toch een stukkie? Deze dialoog is toch een stukkie?’
‘Als jij dit een stukkie wilt noemen...’
‘Zo noem ik het. En dan nog iets...’
‘Wat?’
‘In de trein probeerde ik een manuscript te lezen. Van een roman van een vriend van me. Een sterauteur van iemand anders, zeg maar. En de man tegenover me, een of andere oude mummie, bleef maar tegen me praten. Die man moest en zou met mij praten. En ik maar proberen te lezen. En die man maar doorpraten. En maar vragen of dit de trein naar Dordrecht was. En wat ik moest met die stapel papier op m’n schoot. En wat voor studie ik had gedaan. En of ik daar nou “profijt” van had. En wat voor werk ik dan deed. En ik wilde snauwen: “Zullen we het daar eens even niet over hebben, oude man?”, maar ik deed het niet. Ik bleef vriendelijk glimlachen en beleefd antwoorden. En hij zag de dopjes in mijn oren. Van mijn iPod. “Heb je een bandje bij je?” vroeg hij. “Ja,” zei ik. “Zware muziek?” “Nee hoor, geen zware muziek.” En ik dacht: ik moet ergens anders gaan zitten, ik moet hier weg, en deze oude man wil ik nooit meer zien. En meteen daarna dacht ik: misschien heeft hij niemand meer om mee te praten. Hij is misschien eenzaam. Of hij is stervende. Of hij heeft al zijn vrienden en kennissen al zijn leven uit gepraat. Hij reist waarschijnlijk nooit met de trein, en nu het er eens van komt, wil hij een praatje maken.’
‘Maar jij had geen zin in een praatje?’
‘Ik had geen zin een praatje. Dit gesprek begint me overigens ook knap te vervelen.’
‘Weet je zeker dat je alleen vermoeid bent? En niet ook een beetje somber?’
‘Zullen we het daar binnenkort eens over hebben?’

V.

zondag 23 januari 2005

VOORTAAN NIET MEER DOEN

Gisterochtend las ik het weer. Ene Ed Korstanje, een kunstgrasdirecteur uit Oss, werd in de Volkskrant als volgt geciteerd: 'We hebben ervoor gezorgd dat het gras er een beetje sexy uitziet.'

Pardon?

Dat oneigenlijke gebruik van het woord 'sexy', dat wil ik dus niet meer hebben. Dat heeft zijn langste tijd gehad als het aan mij ligt. Ik zie het vooral oudere mannen doen, en dan vaak in journalistieke en politieke kringen - en het is blijkbaar dus zelfs doorgedrongen in de kunstgrassector. Zulke mannen spreken bijvoorbeeld van een politieke partij die niet meer zo sexy is of van een vernieuwd krantenkatern dat juist wel sexy is. Ik kan me er weinig bij voorstellen en ik wil het niet meer horen.

In de toekomst zal ik hier vaker woorden en uitdrukkingen in de ban doen. Vooralsnog verbied ik de woorden 'sexy' (zie voorgaande voorbeelden) en 'zijn/haar stinkende best doen'. Ik ben lang genoeg tolerant en welwillend geweest, wat jullie.

V.

donderdag 20 januari 2005

MIJN VRIENDEN

Ik heb stapels vrienden.
Ik heb vrienden die vragen: wanneer schrijf je eens een stukkie over mij?
Ik heb vrienden die zeggen: als je ooit iets over mij schrijft, weet ik je te vinden.
Ik heb vrienden die op filmsterren lijken.
Ik heb vrienden die op popsterren lijken.
Ik heb vrienden die enigszins lijken op de vrienden die ik me eigenlijk altijd al gewenst heb (vooral als ik mijn ogen bijna dichtknijp en door mijn wimpers tuur).
Ik heb vrienden die geen idee hebben van de juiste muziek, de juiste films en de juiste boeken.
Ik heb vrienden die je precies kunnen vertellen wie er wanneer (en hoe lang) een nummer-1-hit had in de Nederlandse Top 40.
Ik heb vrienden bij wie ik een potje kan breken.
Ik heb vrienden wier weblogs nooit gelezen worden.
Ik heb vrienden die voor onbepaalde tijd naar Barcelona vertrekken zonder ook maar een woord Spaans te kunnen spreken.
Ik heb vrienden die me soms negeren.
Ik heb vrienden die je je ergste vijand niet toewenst.
Ik heb vrienden die zich afvragen waarom ik geen boek schrijf.
Ik heb vrienden van wie ik het telefoonnummer kwijt ben.
Ik heb vrienden die me hun telefoonnummer gewoon niet willen geven.
Ik heb vrienden die muziek maken zonder ooit een platencontract te willen.
Ik heb vrienden wier vrienden mij maar 'raar' vinden.
Ik heb vrienden die frauderen op hun werk.
Ik heb vrienden die allemaal jarig zijn op 20 januari.
Ik heb vrienden die comments plaatsen onder schuilnamen.
Ik heb vrienden die rondlopen in Vietnam - met weer heel andere vrienden.
Ik heb vrienden die vinden dat het merkwaardig is dat ik me door mensen met 'Vince' laat aanspreken (en dat ik de telefoon opneem met: 'Met Vince').
Ik heb vrienden die niet in mijn gezelschap gezien willen worden.
Ik heb vrienden met namen als Paco, Pepe, Pedro en Zeus.
Ik heb vrienden die heel goed moeten uitkijken.
Ik heb vrienden die ik soms het Boze Oog geef.
Ik heb vrienden die deze site nog altijd niet kennen.
Ik heb vrienden die romans schrijven waar passages als deze in voorkomen.

V.

dinsdag 18 januari 2005

MISVERSTAND

Ik kwam iemand tegen die me zei: 'Ik dacht dat jij een groene jas had.'
'O?'
'Maar nu zie ik het. Hij is niet groen.'
'Nee, dat is hij niet. Hij is niet eens een klein beetje groen.'
'Als je me gevraagd had: "Wat voor kleur jas denk je dat ik aanheb?", dan had ik "groen" geantwoord.'
'Fraai is dat.'
'Overigens, je ogen, die zijn ook niet groen. Dat is gek.'
'Hoezo?'
'Ik dacht dat die groen waren. Ik dacht het niet alleen van je jas, maar ook van je ogen.'
'Toch zijn die evenmin groen. Er is feitelijk niets groens aan mij.'
'Jammer, hoor. Ik houd wel van groen.'
'Ik moet je helaas teleurstellen.'
'Ik vond altijd dat je iets groenigs over je had. Ik had het mis.'
'Je moet het je maar niet te erg aantrekken.'

V.

maandag 17 januari 2005

EEN DANSJE

Tussen de Albert Heijn waar ik vaak mijn boodschappen doe en de flat waarin ik woon, liggen drie blokken. Die afstand kun je lopen (tenzij je voor een week aan boodschappen bij je draagt). Dat doe ik dus wel eens. Alle straten in de wijk waarin ik woon, zijn vernoemd naar dode dichters. Je bent de ene dode dichter nog niet gepasseerd of de andere komt je alweer tegemoet. In zo'n wijk woon ik. Het zijn grote grijze jaren-zeventigflats, en ook vind je er veel groen. Dat zegt men althans; ik heb geen oog voor groen.

Wie vanavond rond 19.20 uur in die buurt rondliep, tussen de Albert Heijn en de flat waarin ik woon, zeg maar, had mij een klein dansje kunnen zien doen. Het regende een klein beetje, de glazen van mijn nieuwe bril werden nat, en ook droeg ik een tas vol met boodschappen bij me, een zak met kattenbakgrind en een gewone tas (die ik altijd bij me draag, waar ik ook ga en wat ik ook doe). Op de iPod speelde 'Jive Talkin'', een van de vele geniale liedjes van The Bee Gees. Ik vond het op dat moment niet erg dat ik met twee tassen en een zak kattenbakgrind drie blokken moest lopen. Ik vond het niet erg dat het een klein beetje regende en dat de glazen van mijn nieuwe bril nat werden. En ik vond het al helemaal niet erg dat alle dichters die ik passeerde, morsdood waren. Welnee. Ik maakte een dansje.

Jullie zien het wellicht niet voor je. Die grijze blokken, die regen, en ik met al die tassen, en dat ik een dansje maak. Maar ik maak het nog bonter. Ik doe er nog een schepje bovenop. Ik ga gewoon nog een tandje verder. Want: ik maakte een pirouette. Ergens. Ik zeg niet op welk punt dat precies gebeurde, dan had je maar moeten kijken, maar ergens maakte ik een pirouette. Net op het moment dat The Bee Gees zongen: 'Oh, my child, you'll never know just what you mean to me', deed ik die pirouette. Man, alsof ik nooit iets anders doe dan pirouettes maken in de regen, twee tassen en een zak met kattenbakgrind tillend! Adembenemend, dat was het.

Ook kwam er een huppeltje aan te pas. En een salto. En een dubbele flikflak. En ik had de zinsneden 'Jive talkin', you're telling me lies, yeah. Good lovin' still gets in my eyes' ineens goed te pakken met mijn falsettostem. Ik had zomaar een vierde Bee Gee kunnen zijn, weten jullie veel.

Het kan natuurlijk ook dat het niet precies zo is gegaan. Dat ik de zaken mooier voorstel dan ze werkelijk voorvielen. Ik zeg dan: Bewijs het maar eens. Jullie waren er niet bij.

V.

zondag 16 januari 2005

ZORGEN DIE JE IN 2005 KUNT HEBBEN

Vrijdagochtend lag ik in de tandartsstoel. Op dat moment was ik de schrik alweer te boven die me beving toen ik mijn fiets (nu ja, mijn moeders fiets, want mijn eigen fiets staat in Delft, en mijn tandarts woont in Lelystad - kleine kans dus dat ik die afstand helemaal op mijn eigen fiets afleg) voor haar deur op slot zette en bedacht: ik heb geen portemonnee bij me! Dat was op zich nog niet zo erg, want wat begin je nou met zo'n portemonnee bij de tandarts. Nee, wat het zo vreselijk maakte, was dit besef: ik droeg geen identiteitsbewijs bij me! Zo'n tandarts, die lacht daar natuurlijk mee, want tandartsen kunnen immers iedereen identificeren - althans, zo gaat het er altijd aan toe in die lugubere documentaires op Discovery Channel ('We hebben niets meer over van het lijk, tandarts, behalve deze ene voortand. Kunt u daar iets mee?' 'Ja hoor,' spreekt de tandarts terwijl ze er enkele foto's bij pakt, 'dat is Vincent Schmitz.'). Maar straks moest ik weer terug op mijn moeders fiets, terug naar de woning van mijn ouders. En op die weg lagen vele gevaren, bedacht ik. Ik zou getuige kunnen zijn van een ongeval. Ik zou het slachtoffer kunnen zijn van een overval. Ik zou in een vlaag van verstandsverbijstering (ik kwam net van de tandarts vandaan en dan wil je heldere geest je wel eens ontsnappen) zélf iemand kunnen overvallen en vervolgens gearresteerd kunnen worden.

En in al die gevallen heb je een identiteitsbewijs nodig. Ik kon moeilijk beweren dat ik daar niet van op de hoogte was.

Straks. In de zomer. Als het warm is. Als het heel, heel warm is. Dan nóg moet ik me kunnen identificeren. Nu zijn er nog binnenzakken in lange, allesverhullende jassen. Straks is er niets meer. Straks zullen vele identiteitsbewijzen ontvreemd worden. Of 'kwijt' raken. Ik vermoed dat justitie het nog wel eens veel drukker kan krijgen met al die gestolen en misbruikte identiteitskaarten (in plaats van rustiger, zoals je zou verwachten).

Overigens: bij de tandarts ging het uitstekend. Ik blijk een ontsteking te hebben, in (dan wel boven) een van mijn tanden. Over een week of twee gaat ze daar iets aan doen. En daar komt verdoving aan te pas. 'Tjonge! Verdoving! Ik ben al zeker 14 jaar niet verdoofd!' stamelde ik, terwijl ik fluks mijn jas aantrok. 'Daar zal ik inmiddels toch wel tegen kunnen?' vroeg ik. 'Vast wel,' antwoordde de tandarts geheimzinnig. Maar helemaal gerust was ik er niet op.

En dan moest ik dus ook nog dat hele eind fietsen zonder me te kunnen identificeren.

V.

vrijdag 14 januari 2005

PERSBERICHT!

Zojuist verschenen:

BLAUWE OGEN van WALTER KRAUT
Prometheus - ISBN 90 446 0433 3 - 175 blz. - € 14,95

Sinds Ivo zichzelf vijftien jaar geleden opsloot in zijn huis doet hij niets anders dan herinneringen ophalen aan de tijd dat hij als zwerver op straat leefde met de zestienjarige Em. Nu, nu al die jaren, staat er ineens een meisje voor de deur dat zijn rust verstoort. Ze verleidt Ivo tot het vertellen van zijn levensverhaal, en langzaam wordt duidelijk welke gebeurtenissen hebben geleid tot Ivo's besluit de buitenwereld voortaan te mijden.
Het onverwachte bezoek brengt Ivo in verwarring. Wie is dit meisje eigenlijk, en waarom is ze zo geïnteresseerd in zijn levensgeschiedenis? Verleden en heden zijn in Blauwe ogen steeds moeilijker van elkaar te onderscheiden, zeker als de geschiedenis zich begint te herhalen en er een gevaarlijk spel ontstaat waarin geen van beiden nog langer zichzelf is.

Blauwe ogen is een roman over een kortstondige liefde met langdurige gevolgen, geschreven in een melancholische, poëtische stijl. Kun je de werkelijkheid buitensluiten en een leven leiden dat slechts gebaseerd is op herinneringen?

Walter Kraut (1973) woont en werkt in Londen. Hij studeerde Nederlandse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam en was redacteur van literair tijdschrift Nymph. De laatste jaren schreef hij literaire recensies voor Trouw. Hij won prijzen bij verhalenwedstrijden van Playboy en Elle. Blauwe ogen is zijn debuutroman.

Herman Brusselmans over Blauwe ogen:

'Er worden heel weinig romans geschreven over de liefde zoals ze werkelijk is: allesverterend, onverwoestbaar, het verleden aan het heden aan de toekomst smedend. Blauwe ogen van Walter Kraut is zo'n roman. Het is een prachtig boek vol mededogen, verlangen en heimwee. Walter Kraut is een groot talent.'

Walter Kraut is op auteursbezoek in Nederland tot 30 januari. Voor meer informatie: mail Niels en Vincent.

Zie ook www.walterkraut.nl.

woensdag 12 januari 2005

GROEPSGESPREK

Ik werd door een paar mensen gebeld.
‘Hoe gaat het?’ vroegen ze allemaal.
‘Wel goed, hoor,’ zei ik. (Dat is mijn antwoord al bijna een jaar als mensen vragen hoe het met mij gaat. Soms draai ik het ook weleens om: ‘Goed wel, hoor’ zeg ik dan.)
‘Ja, ik las je stukje op de site en ik dacht: eens kijken hoe het eigenlijk in het leven zelve met hem gaat,’ zeiden ze.
‘Welk stukje?’ vroeg ik.
‘Over The Trip. En over Giel Beelen.’
‘O, dat.’
‘Ik vond het nogal fascistisch,’ zei er een.
‘Die opmerking over Sri Lanka kon echt niet, hoor Niels,’ zei een ander.
‘Die meisjes zijn vervelend, maar met het hoofd tegen beton zwiepen…’ zei weer iemand anders.
‘Ik moest er hard om lachen!’ riep de laatste.
‘Tja,’ zei ik.
‘Het zou zomaar kunnen dat je daardoor die toffe parttime baan niet gekregen, door die site van je. Die rare dingen die je soms schrijft...’
‘Of dat sommige mensen je niet meer bellen. Dat ze denken: die Niels is hartstikke gek. Dat komt nooit meer goed.’
‘Wat zegt Vincent er eigenlijk van? Of je ouders? Of je uitgever?’
‘“Die tanden! Die tanden!” Prachtig!’
‘Ach ja,’ antwoordde ik.
‘Als ik je spreek lijk je best in orde, maar als ik dit soort dingen lees…. Dan twijfel ik.’
‘Gaat het écht goed met je?’
‘Zullen we anders eens iets leuks gaan doen?’
‘Zie je hoe sommige fans zich inene tegen jou keren? De absurditeit! Ga er maar eens overheen!’
‘Och,’ mompelde ik.
‘Ik hoop dat je wat leukere stukjes gaat schrijven.’
‘Niet zo negatief doen, joh.’
‘Volgende keer als ik ga kijken, verwacht ik een heel lieve post, oké?’
‘Zie je donderdag, makker!’
‘Is goed,’ zei ik, ‘Dag!’

N.

dinsdag 11 januari 2005

DAG MET KUIF

Vannacht viel ik niet in slaap, hoe hard ik het ook probeerde. Af en toe zei ik tegen mezelf: als je het nou eens niet zo hard probeert, lukt het vast vanzelf. Maar het leidde nergens toe. Ik draaide me nog eens om en oordeelde: je kunt je wel blijven omdraaien, jij, maar wie houd je eigenlijk voor de gek? Nu ja, toen ben ik maar opgestaan. Een beetje slaperig was ik wel, maar ik trapte er niet meer in. Het was 3 uur 's nachts en ik stopte Wonder Boys in de videorecorder. Dat blijkt de ideale film als je in een slapeloze staat verkeert. Ik kan hem jullie sowieso ten zeerste aanraden. En ga anders het boek eens lezen! Doe jezelf een plezier, jongens en meisjes.

De dag sleepte zich voort. Iemand merkte op dat ik met een kuif rondliep. En dat die me goed stond.

En toen was er ineens de nieuwjaarsreceptie van het Immense Boekencomplex. Ik zag daar veel mensen die ik elk jaar gelukkig nieuwjaar wens om ze vervolgens een jaar lang niet te spreken. Ja, zo kun je wel aan de gang blijven. Ik sloeg dat 'me in de menigte begeven' maar eens een jaartje over. Dat wil zeggen: ik was er wel, maar ik stond een beetje incrowderig te doen met mijn collega's van de Grote Uitgeverij. Velen scholden op de wijn die geschonken werd. Anderen doken als dolle, uitgehongerde beesten op de schalen met hapjes af. Ik hoorde iemand vragen: 'Drink jij die wijn nu echt?' En ik brandde bijna mijn tong aan een van de hapjes. Ja zeker, ook ik was een dol, uitgehongerd beest.

Ik converseerde met een paar meisjes die dezelfde voornaam delen. Jullie zouden dat misschien verwarrend vinden, maar ik draai mijn hand er niet voor om. Toen een van hen me vroeg of ik nog iets wilde drinken, zei ik: 'Doe maar.' Ze verliet ons en na twintig minuten was ze nóg niet terug. Iemand zei: 'De speech van vorig jaar was veel grappiger.' Iemand anders zei: 'Zullen we een dansje maken?' (Er was geen muziek, wat het er alleen maar vreemder op maakte.) Weer iemand anders fluisterde me toe: 'Ik heb het zo heet! Ik ga nu echt iets uittrekken.' Ik blijf op zulke momenten heel cool voor me uit staren. Alsof ik niets heb gehoord.

Uiteindelijk trok ik mijn jas maar weer aan. Wat moet je anders. Volgend jaar is er weer een receptie. Misschien ben ik dan wel wakker. En fit. Als een hoentje, zeg maar.

Welterusten.

V.

maandag 10 januari 2005

DOOD AAN MEISJES DIE PROBEREN GRAPPIG TE ZIJN

Ik keek van de week dus voor het eerst naar The Trip 3. Er is gekozen voor een stel zussen, die ook nog eens tweelingen zijn, een negerinnetje (dat ik zaterdag in Paradiso bij een optreden van Detroit Grand Pubah's duffig uit haar ogen zag kijken. Ik weet nog dat ik dacht: kijk niet zo duffig uit je ogen, mens) en een blond huppelkutje. Ik durf gerust te stellen: het zijn allemaal stomme dozen. Mijn god. Onaantrekkelijk ook nog eens.

Oef, meisjes die doen alsof ze grappig zijn. Meisjes zijn grappig (dat is zeer, zeer zeldzaam) of ze zijn het gewoonweg niet. Meisjes die niet grappig zijn moeten zéker niet doen alsof ze het wél zijn. Zulke meisjes mag je van mij gerust met het hoofd tegen gewapend beton zwiepen.

Maar het ergst is wel dat ze camera-moves na doen van de voorgaande The Trip-series. Dus: elkaar filmen als ze (met gevaar voor eigen leven!) een of andere gare snelweg oversteken, dansjes doen terwijl er gelift wordt en noem het maar op. Origineel! Vernieuwend! Of zal MTV echt rekenen op puberjongens die lelijke meisjes dingen willen horen zeggen als: 'Ik heb wel zin om te neuken'? Hou toch op. Armoe.

En die randmongool van een Giel Beelen maar commentaar leveren met zijn lijzige voice-over. Giel Beelen! Over een nageboorte gesproken! Dat die gast spijkerhard mag creperen aan een pijnlijke ziekte. Met die tanden. Met die tánden. Met die bril. Met die pet. Met dat hardroze lederen jasje van hem. Uitroeien, dat soort gasten. Op vakantie sturen naar Sri Lanka.

Ha, heerlijk, dat nieuwe jaar! Beste wensen! En ik weet dat je dat niet meer mag zeggen!

N.

...EN

...en zojuist sprak ik tegen broer Joey op msn en stelde ik hem allerlei vragen over zijn Praagse vakantie. Tot ik ineens las: 'Nu ga ik even weg. Joey komt straks vast wel even achter de computer.' Ik schrik wel eens van die dingen.

...en ik verdenk Albert Heijn ervan dat ze me een drankprobleem willen bezorgen. De prijzen waarvoor hun huiswijnen steeds weer in de aanbieding gegooid worden, hadden me zelfs in mijn alcoholloze tijd aan het twijfelen gebracht.

...en ik lees de laatste tijd allerlei boeken waar ik nooit aan toekwam. Ik raad jullie hier bijvoorbeeld Maartje Duins plezierige Je komt niet weg uit Hollywood aan, een boek dat je - geheel ten onrechte overigens - vaak op de reisboekenafdeling zult aantreffen.

...en ik bedacht op weg naar huis: waarom laat ik niet gewoon nu, op dit moment, ter plekke de zomer beginnen? Wat heb ik te schaften met die miezerige regen? En dus draaide ik 'Heavy Soup' van Cornershop op mijn iPod. En ik draaide het hard.

...en donderdagavond zag ik vele bekende Nederlanders in een telefoonpanel plaatsnemen om geld in te zamelen voor de gruwelen in Azië. Ik dacht nog: stel je voor dat ik op dit moment geld wil overmaken, en ik bel dat actienummer, en ik krijg Patty Brard aan de lijn. Allemachtig. Dan wordt er nog eens een beroep gedaan op je medemenselijkheid, zeg. Het was overigens een vrolijke show. Er werd gelachen en gegierd en de moed erin gehouden. Net alsof het allemaal heel knus en gezellig was, en alsof we van het geld met z'n allen iets ontzettend leuks gingen doen.

...en ik denk: die truc, met steeds van die puntjes, en dan zo'n stukkie schrijven, vol dingen die niets met elkaar van doen hebben, die heb ik volgens mij al eens eerder gebruikt hier.

V.

donderdag 6 januari 2005

VREEMD

Ik droomde vannacht dat ik Willem Elsschot was. Maar ik schreef niet.

N.

woensdag 5 januari 2005

MET MIJN BLOTE HANDEN

Toen ik vanmiddag al mijn collega's mailde dat ik twee dagen vrij neem, wekte dat enige verbazing. 'Alwéér?' mailde iemand terug. 'Ja, alwéér,' antwoordde ik. Iemand anders schreef: 'Maar je bent toch net twee weken vrij geweest?' 'Ja, zo is het,' antwoordde ik.

Vanmiddag om 12.00 uur waren sommige mensen in het pand muisstil. Zij waren solidair met alle slachtoffers van die rottige zeebeving. Op mijn afdeling, de bureauredactie - normaal gesproken de stilste afdeling van de Grote Uitgeverij -, was het om 12 uur niet zo stil. Integendeel. Van 12.00 uur tot 12.03 uur vroegen wij ons af wat het nut was van drie bureauredactionele minuten stilte, en hoe wij daar in vredesnaam de Aziatische medemens mee zouden steunen. En hoe men er daar bij gebaat is als in Nederland drie minuten lang de trein stilstaat. We besloten dat zulks geen enkele zin had, maar dat we onze uiterst stille collega's drie minuten met rust zouden laten. We respecteerden hun besluit en hun zwijgzame medeleven. Daar moet ik nog bij zeggen dat we op andere momenten veel en triestig stilstaan bij wat daar is gebeurd. En bij wat daar nog altijd gebeurt. Maar we laten ons verdorie niet het zwijgen opleggen.

Intussen vragen jullie je wellicht eveneens af waarom ik weer een paar dagen weg zal zijn. Want ja, ook hier wordt de boel stilgelegd. Welnu: ik ga een paar dagen naar de Ardennen. Ik zal daar met mijn blote handen een volledige keuken uit elkaar trekken en vervolgens zal ik mij verenigen met mijn echtgenote. Ik kan me goed voorstellen dat jullie je daar geen voorstelling bij kunnen maken. Ook dat respecteer ik.

In stilte,

V.

dinsdag 4 januari 2005

DENKT HIJ SOMS DAT HIJ MET PENSIOEN KAN GAAN?

Ik vond Boogie Nights (1997) een geniale film.

Magnolia (1999) is zelfs een van mijn lievelingsfilms.

En Punch-Drunk Love (2002) was ook heel, heel mooi.

Dus mijn vraag luidt: wat is Paul Thomas Anderson tegenwoordig in vredesnaam aan het doen? Aan het rentenieren? Op zijn lauweren aan het rusten? Dingen doen die het daglicht niet verdragen?

Kom op, Paul, aan het werk!

V.

maandag 3 januari 2005

LEUK, EEN BOEK OM TE LEZEN

Volgende week verschijnt dan eindelijk Blauwe ogen, de debuutroman van Walter Kraut. Walter en ik zijn goede vrienden. Dat staat me niet in de weg hem hier flink te promoten. Alles voor de kunst, nietwaar.

Hier zie je dat ik niet de enige ben die het een uitstekende roman vindt. Zo.

We kunnen er natuurlijk lang en kort over praten. Maar ik prefereer het korte, eenzijdige gesprek. Daar gaat-ie dan: je zou wel gek zijn om dat boek straks niet te kopen, het in één keer uit te lezen en het vervolgens velen aan te raden of cadeau te doen.

Ik dacht: ik geef ook eens een tip. (Later wellicht meer.)

V.

P.S. Denk je dat vandaag ook maar iemand naar mijn identificatiebewijs vroeg? Welnee, joh.

zaterdag 1 januari 2005

AAN JULLIE, DE LEZERS, DE FANS, DE GROUPIES

Ik wens jullie graag een heel aangenaam en voorspoedig 2005, lezers. Jullie kennen mij, ik ben daar best hartelijk in. Alle fans en groupies scharen zich hier intussen in rijen voor de deur, enthousiastelingen die ze zijn. Ze willen me de hand schudden, drie zoenen geven en wie weet wat nog meer. Maar ik doe gewoon niet open. Ik schrijf hier een stukje.

Ik begon de dag door een nieuw paar schoenen aan te trekken. Ik had het eind 2003 al eens aangeschaft, en toen bedacht: over een tijdje ben ik klaar voor deze schoenen. En zij voor mij. Ik geef toe dat ik ze vervolgens een tijdlang uit het oog verloor. Maar je zou me nu eens met ze rond moeten zien stappen! Mijn nieuwe bril valt er haast bij in het niet. Toen ik zojuist even buiten was, meende ik iemand te horen fluisteren: 'Moet je zien, die man is gewoon helemaal klaar voor het nieuwe jaar. Die ziet er piekfijn uit.' (Toen ik echter even om me heen keek, zag ik helemaal niemand. Vreemd, zulke dingen.)

Hier zou ik het bij willen laten voor vandaag. Hoewel. Ach. Vooruit. Ik poneer hier twee vragen. (Inderdaad, geen stellingen. Ik weet het: er worden voortdurend stellingen geponeerd. Maar ik vind dat vragen ook heel goed geponeerd kunnen worden.)

1. Dragen jullie nu allemaal een identificatiebewijs bij je vanaf vandaag? (Subvragen zijn dan: 1a. Of deed je dat altijd al? 1b. Doe je het met plezier of juist met tegenzin? 1c. Ben je het sindsdien al kwijtgeraakt?) (En ja, ik draag nu mijn rijbewijs bij me. Waar ik ook ga. Ik ben maar een bange burger.)

2. Zien jullie er toevallig tegen op om maandag weer naar buiten te moeten en iedereen (iedereen!) een gelukkig nieuwjaar te wensen? (Ikzelve ga dat heel veel zeggen, denk ik. Je zult me eerder duizend keer 'Gelukkig nieuwjaar' horen zeggen dan dat er één keer 'De beste wensen' over m'n lippen komt. Tja, een eigenaardigheidje, zullen we maar zeggen.)

Ten slotte: doe je ding in 2005! Ik zou het zo gewild hebben.

V.